dinsdag 28 maart 2017

Een kerk als bunker of een bunker als kerk


In het Lotharingse dorpje Moyenvic staat een enorme betonnen kubus die bij nadere beschouwing een kerk blijkt te zijn. Toen ik voor het eerst door het dorp reed, en deze enorme betonnen kolos zag staan, legde ik meteen het verband met de wederopbouwfase na de Eerste Wereldoorlog. Veel steden en dorpen die toevallig op de frontlijn hadden gelegen, waren in de oorlog geheel of gedeeltelijk verwoest. Sommige zelfs helemaal van de aardbodem verdwenen. In de jaren '20 moest enorm veel gebouwd worden, maar er was gebrek aan traditionele bouwmaterialen en aan vakmensen om het werk uit te voeren. In plaats van bouwen met lokaal gewonnen kalksteen of zandsteen week men uit naar baksteen, en ook het in de oorlog zo veelvuldig toegepaste beton kwam terug tijdens de wederopbouw. Zelfs torenspitsen werden van gewapend beton gemaakt. 


Ik was zo gewend aan de foto's en ansichtkaarten van dorpjes die in puin lagen, dat ik bij Moyenvic niet anders kon denken dan aan een ruïne die na de oorlog moest worden herbouwd. Voor deze kerk had men niet alleen de materialen en technieken uit de oorlog toegepast, maar was zelfs de vormentaal overgenomen. De kerk zag er uit als een bunker en was daarmee een lange neus naar de oorlog, een bewijs dat beton ook voor vreedzame doeleinden gebruikt kon worden. Een soort zwaarden omgesmeed tot ploegscharen idee.


Dat dacht ik. Maar ik kon er niet verder naast zitten. Moyenvic was tijdens de oorlog helemaal niet in puin geschoten. Moyenvic hoefde niet opnieuw te worden opgebouwd, en de oude kerk stond in 1918 nog steeds overeind. Het front was weliswaar niet ver weg geweest, maar de Duitsers hadden Moyenvic, of Medewich zoals zij het noemden, gebruikt als etappeplaats, voor het huisvesten van soldaten en met een Soldatenheim.

de oude kerk van Moyenvic

Tweede wederopbouw


De kerk Saint-Pien-Saint-Agen-Sainte-Colombe zoals hij volledig heet, is pas gebouwd tussen 1960 en 1965. Het is het product van de tweede wederopbouwfase, die van na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bevrijding in november 1944 is Moyenvic voor zestig procent in puin gebombardeerd door de geallieerden. De oude parochiekerk werd daarbij zodanig vernield dat nieuwbouw noodzakelijk was.
Het dorp is herbouwd onder leiding van de architect Gilles Bureau. De kerk is zonder twijfel het meest moderne gebouw van het dorp geworden. Het onderscheidt zich sterk van de andere gebouwen in het dorp, waar de traditie nog de overhand heeft.


Het voor die tijd ultramoderne gebouw was niet onomstreden. Het heeft een halve eeuw geduurd voor de dorpsbewoners er aan gewend waren. Ook nu zijn er nog mensen die zich ergeren aan het gebouw. Op internet schrijft iemand dat hij het de meest afschuwelijke kerk van Lotharingen vindt, door zijn lelijke ontwerp, zijn vuil verouderde beton, en dat zijn overgrootvader er een hartaanval van zou hebben gekregen als hij het nog had meegemaakt. Maar voor anderen is het een icoon geworden. Toen enkele jaren geleden een renovatie noodzakelijk was, lukte het om in korte tijd 25.000 euro op te halen, voor een groot deel uit publieke middelen.


 Hier enkele gegevens die ik op internet vond over de kerk :

Gebouwd in modernistische stijl, waar het vooral gaat om functionaliteit en waarbij gebruik gemaakt wordt van industriële materialen zoals ijzer, beton en glas. Het schip van de kerk is een hoge monoliet van brut beton. De vlakke gevels zijn verspringend geperforeerd met tientallen kleine openingen, 51 raampjes aan elke kant, voorzien van gebrandschilderd glas. De vensters, met als thema de kruisweg, zijn het resultaat van een samenwerking tussen schilder Camille Hilaire, beeldhouwer Claude Goutin en meester glazenier Benoit. Daglicht valt voornamelijk binnen door het grote raam van het koor, met glas van een dominante blauwe kleur, rondom een enorm asymmetrisch betonnen kruis.


De klokkentoren is bijzonder origineel van constructie. Op een grondplan in de vorm van een driepuntige ster staan drie vlakke betonnen schijven, in het middelpunt met elkaar verbonden, waardoor de toren volledig open is aan de buitenkant. Trappen lopen in de open lucht van de ene muur naar de andere. Openingen geven toegang tot de volgende trap in het volgende segment. Door deze naar buiten gekeerde constructie heeft de toren een bijzondere rankheid gekregen.


Ik had graag ook een kijkje binnen in de kerk genomen, maar de deur zat op slot. Wel vond ik op internet een plaatje dat een idee geeft van het ingetogen, bijna minimalistische interieur en waar goed het betoverende blauwe licht te zien is dat door het grote raam gefilterd naar binnen valt.


woensdag 3 augustus 2016

Beelden van Medea



Gisteren kreeg ik een beeldje uit de collectie te fotograferen dat me onmiddellijk deed denken aan een scene uit een film. Hoewel ik de film al jaren niet meer gezien had kon ik me de scene nog heel goed voor de geest halen en de overeenkomst is verbluffend. Het gaat om een aardewerken beeldje van een tweewielige kar met een paardje er voor. En daarnaast een man zonder hoofd. Het afgebroken hoofd zat in een papiertje gewikkeld, en was bewaard in de kar. Ik heb er een foto van gemaakt met het hoofd op de grond liggend, naast de kar, precies zoals in de film zoals ik dadelijk zal laten zien.

De film waar dat beeldje me aan deed denken was Medea van Pier Paolo Pasolini. Een behoorlijk oude film (uit 1969 heb ik opgezocht) met Pasolini's eigenzinnige kijk op het klassieke stuk van Euripides. Ik zal niet het hele verhaal navertellen, maar alleen datgene wat nodig is om de scene te kunnen plaatsen.
Jason is met zijn Argonauten op weg gegaan naar een barbaars land om het Gulden Vlies terug te halen, dat eerder uit zijn eigen land was gestolen. Hij krijgt hulp uit onverwachte hoek, namelijk van Medea, de dochter van de koning van het land, die bovendien beschikt over duistere krachten. Ze heeft haar broer zo ver weten te krijgen dat ze er samen met het Gulden Vlies in een kar met paarden vandoor gaan. Onderweg ontmoeten ze Jason. Medea wordt op slag verliefd en besluit ter plaatse om haar broer in te wisselen voor Jason. Ze pakt een bijl en hakt haar broer in stukken. Zijn hoofd gooit ze uit de kar.

Medea (in de kar) hakt haar broer in stukken
het hoofd gaat overboord
het hoofd in het zand

Medea en Jason gaan er in de kar vandoor, begeleid door de kornuiten van Jason, tot aan de landingsplaats van hun ark (in de film een simpel houtvlot) waarmee ze naar het land van Jason terugroeien. Met de twee geliefden zal het uiteindelijk heel slecht aflopen maar het gaat te ver om dat hier te vertellen. Het hoofd van de vermoorde broer en andere brokstukken van zijn lichaam worden gevonden door achtervolgende krijgers van de koning en in een deken gewikkeld, net zoals het hoofd van ons beeldje in een papiertje gewikkeld zat.

het hoofd wordt in een deken gewikkeld
en meegenomen naar de koning
Ik heb Medea altijd een fascinerende film gevonden. Ik moet hem al wel een keer of tien gezien hebben. De bijzondere kostuums, het spectaculaire landschap waarin het gefilmd is, de primitieve muziek, alleen dat al maakt het een boeiend kijkspel. Maar er zitten ook irritante stukken in. Zoals de beginscene met een eindeloze monoloog van een centaur, die zo statisch is als een houtblok. Of de muziek die helemaal niet overeenkomt met de instrumenten die je in beeld ziet. Het is kenmerkend voor de filmstijl van Pasolini, die werkte met weinig middelen, met onbetaalde en willekeurig van straat geplukte lokalen als acteurs, met scènes die niet op elkaar aansluiten en tijdsprongen van jaren waarin de acteurs geen spat ouder worden en gewoon dezelfde kleren blijven dragen. Het maakte Pasolini allemaal niets uit, het gaat om het vertellen van het verhaal en de kijker moet zelf ook maar wat moeite doen.

kijk eens naar de fantastische kostuums
Ik heb ooit een poging gedaan om uit te vinden wie de muziek gemaakt heeft of waar het vandaan komt, maar ook dat is waarschijnlijk geïmproviseerd met lokale muzikanten. Mensen die er iets van af weten, bij de muziekbibliotheek Rotterdam of de wereldmuziekkenner en verzamelaar Hans Breuer bij mij in de buurt, kwamen niet verder dan een paar suggesties. De naam die bij de muziek op de aftiteling genoemd wordt is Elsa Morante, een bekend Italiaans romanschrijfster en ze heeft niets met de muziek te maken. Ook dat is Pasolini.
Kenmerkend voor de film is ook dat er erg weinig in gesproken wordt. Er zijn vele minuten durende periodes van stilte, of met alleen maar wat geneurie of gebrom dat lijkt op een religieuze bezwering. De hoofdrol Medea wordt gespeeld door Maria Callas, de beroemde operazangeres, maar ze zingt geen noot, en het was haar enige filmrol ooit. Ze is waarschijnlijk uitgezocht vanwege haar klassieke griekse gelaatstrekken.

Maria Callas als Medea

Hartverscheurend detail: de tweede helft van de film is opgenomen bij de oude citadel van Aleppo, waar op dit moment een hevige strijd aan de gang is tussen het Syrische leger en rebellen. Werelderfgoed dat langzaam aan het veranderen is in een puinhoop en waar zich een humanitaire ramp voltrekt.

uit de film
Aleppo actueel


maandag 13 juli 2015

Bollen verlichting

Laatst gereedgekomen project is een stelsel van verlichtingsbollen in de woonkamer. Het begint met een gekromde holle balk waar alle bedrading doorheen loopt. Daaraan gekoppeld zijn uiteindelijk 16 bollen van verschillende diameters die enigszins gericht kunnen worden omdat ze aan twee punten ophangen. Normaal hangt een bol gewoon recht omlaag, maar door een extra ophangpunt te maken kan de bol iets gekanteld worden. Wel heb ik per bol eerst de keuze gemaakt tussen omhoog of omlaag gericht licht.


Het verzamelen van de bollen was een project op zich. Bollen zijn uit de mode en wat je nu in de winkel of online kunt kopen zijn bollen van 28 cm of van 15 cm diameter, en niets anders. Ik wilde meer diameters en dan kom je op het terrein van de vintage en retro winkels die oranje en groene bollen uit de jaren 60 en 70 verkopen. Maar dat wordt dan meteen als modern antiek gezien, met een overeenkomstig prijskaartje. Dat leek me niet de bedoeling dus heb ik marktplaats en ebay afgestruind tot ik een aardig divers assortiment bij elkaar had. Dat betekende zwarte, koperen, chromen en witte bollen met hier en daar een deuk en een diversiteit aan fittingen.


Niet erg want ik moest ze toch op kleur maken. Er werden extra gaten doorheen geboord en overal dezelfde kabeldoorvoeren en trekontlastingen ingezet, die in kleur meegespoten zijn. Mijn oude decoratiespuitje kwam hier goed van pas. Ik heb op de warmste dagen van het jaar in de volle zon alles een kleurtje gegeven. De bollen die oorspronkelijk verchroomd waren gaven wel wat hechtingsproblemen, zelfs na grof schuren en primeren zijn ze erg kwetsbaar gebleven.

Mijn eerste gedachte was om van uit de bedradingsbalk per bol een draad omlaag te laten hangen en dan via een haakje in het plafond naar de bol te leiden. Maar al die draden omlaag gaven een erg rommelig beeld, ook nadat ik van zwarte draden was overgestapt op wit. Dus heb ik besloten de draden aan de bovenzijde uit de balk te laten komen. De gaten die ik al in de onderkant had geboord heb ik benut om een drukschakelaartje in te zetten. Elke lamp kan nu ook afzonderlijk nog een keer uitgezet worden. Zal niet veel gebruikt worden maar ze zitten er nu eenmaal, in kleur meegespoten met de balk.


Het bedraden en het inzetten van nieuwe fittingen was een aardige klus. Klassieke grote fittingen in de grotere bollen en kleine fittingen in de kleine bollen. Voor de lampen zelf heb ik gekozen voor ledverlichting. Ik was vooral bang dat ik teveel licht zou krijgen. Met 16 lampen kun je bijna een toneelverlichting maken, dus ik wilde zo klein mogelijke wattages. Het was natuurlijk toch een verrassing wat voor lichtbeeld het geheel zou gaan opleveren. Voor een deel heb ik gekozen voor lampen die met een afstandbediening te dimmen en van kleur te veranderen zijn. De prijs hiervan viel me mee, niet zo schrikbarend duur als de hue-lampen van Philips. Bediening kan ook nog via wifi maar dat lijkt me minder nuttig in dit geval. Ik ben terechtgekomen bij ledstrip-specialist.nl. Vlotte levering en volgens mij niet duur. Ik heb een afstandbediening waar ik een onbeperkt aantal lampen in 4 gescheiden groepen mee kan aansturen.


Achteraf had ik misschien beter kunnen kiezen voor lampen die traploos te variëren zijn tussen warm en koud wit licht. Daar heb je meer aan dan blauw of geel of rood licht. Ik kan dat er nog wel aan toevoegen want nog niet in elke bol heb ik al een lamp zitten, maar dat betekent wel weer een ander model afstandbediening er bij. Het fotograferen van gekleurde verlichting levert een vreemd resultaat op. Het lijkt wel of mijn camera zelf de kleur probeert te corrigeren. Sommige kleuren komen helemaal niet door en worden als wit weergegeven. Alleen extreem blauw of rood of groen is wel zichtbaar.

Tussendoor is ook het fries met putdekselafbeeldingen afgemaakt.


maandag 29 juni 2015

Boekenkasten

In april dit jaar heb ik mijn boekenkasten geplaatst. In mijn vorige huis stonden er drie, los van elkaar, en verschillend gedecoreerd. Ze waren wel alle drie opgebouwd volgens hetzelfde principe en met een zelfde maatvoering, met het idee ze ooit een keer aan elkaar te koppelen. Dat moment was nu aangebroken.
De constructie bestaat uit staande panelen die gemaakt zijn als een doos, ze zijn hol, opgebouwd uit een voor en achterplaat van triplex met ribben daartussen. Door de panelen zijn volgens een vast stramien gaten geboord van 22 mm waar buizen doorheen steken. Op de buizen liggen de plankjes waar de boeken op staan. Een opbouw die in het verleden zijn waarde heeft bewezen en die zo ontstaan is uit onvrede met doorzakkende houten plankjes van kasten die zo te koop zijn.

Voor de kast voor de achterwand moest ik van twee kasten één zien te maken. De ene had een decoratie gebaseerd op een boomschorstekening van een Afrikaanse Pygmeeënstam, en de andere een schildering die nagemaakt is van de Lonely is an Eyesore plaat op het 4AD label, een ontwerp van Vaughan Oliver. De Pygmeeën moesten er aan geloven en werden overgeschilderd met een kleurverloop van groengrijs naar crèmewit met hier en daar een veeg roze. De omslachtige opbouw van de eerste kast die ik ooit maakte, waarbij ik de triplex dozen beplakt had met horrengaas dat later weer grotendeels dichtgeplamuurd werd, heb ik nu niet meer toegepast. Ongeveer hetzelfde effect is nu bereikt door te plamuren met acrylverf waar zilverzand doorheen gemengd is. Aangevuld met de niet genoeg te prijzen Alabastine allesvuller, die je werkelijk overal voor kunt gebruiken, zelfs voor meer dingen dan Alabastine zelf ooit zal kunnen bedenken. Ik ben intussen wel een grootverbruiker geworden.

Voor het koppelen van de buizen heb ik bussen met binnendraad en bussen met draadeind M12 gemaakt. De delen kunnen als een systeem in elkaar geschroefd worden. Het moet wel in delen omdat het anders te groot en te zwaar zou worden om mee te kunnen manoeuvreren.
Het was even zoeken naar een combinatie van onderdelen die precies in elkaar pasten. Een buis van een oud ledikant paste precies in de binnenmaat van de 22 mm verwarmingsbuis. Daarin ging weer een messing plug. Alles aan elkaar gekit met 2 componenten polyurethaan.
Het eerste deel van de kast kon op zijn plaats gezet worden.

Bij het weghalen van de kasten uit mijn vorige huis bleken een paar flinke scheuren in de muur te zijn ontstaan. Het was alles bij elkaar toch een beetje te zwaar geweest blijkbaar. Om in de nieuwe situatie het gewicht te reduceren heb ik niet langer gebruik gemaakt van de mooie draadglazen plankjes waar glashandel van der Kriek destijds zo zijn best op heeft gedaan. Een paar honderd plaatjes draadglas van 40 x 40 cm vertegenwoordigen een groot gewicht.

Een klein deel van de draadglazen plaatjes, vlak voor hun droevige einde.
Met pijn in het hart heb ik ze in scherven gegooid in de glascontainer van de vuilstort in Lopik. In plaats daarvan zijn de plankjes nu van 4 mm MDF, beschilderd alsof het roestig staal is, om toch in industriële sferen te blijven.

Tweede boekenkast


De tweede kast werd een iets omvangrijker project. Ik had niet genoeg panelen dus moesten er een stuk of vijf bijgemaakt worden van de in totaal 13. De bestaande panelen moesten verlengd worden omdat ik ze tot aan het plafond door wilde laten lopen. Dat leverde ook een extra plankje op. Ze waren al korter dan die van de eerste kast omdat ze in een kamer stonden waar het plafond lager was. Bovendien had ik twee smalle panelen nodig die voor de afgetimmerde schoorsteen kwamen te staan. Dat gedeelte van de kast heeft smalle plankjes waar alleen kleine boekjes kunnen staan. Eindelijk wel een mooie plek voor de Churchill biografie en voor de serie symboliek in de kunst.

Ik heb er voor gekozen om deze panelen niet te beschilderen maar te beplakken met behang. Ik heb behang laten printen met een eigen afbeelding. Het is een collage van eigen foto's, voornamelijk detailopnamen van spoorwagons die ik ooit gefotografeerd heb op rangeerterrein Kijfhoek, aangevuld met vergane glorie in de Londense Docklands. Het laten printen van behang is wel een succes. Dat ga ik nog vaker laten doen. Pluim voor repro van de Kamp. Zie hun website www.repro.nl. Het behang is zeer mooi, dik glasvliesbehang, de kleuren zijn prima en de banen sluiten precies op elkaar aan. Als ik nou ook nog heel goed zou kunnen behangen dan was het echt perfect geworden.
Het beplakken van de panelen met fotobehang
De keuze van de lijm was wel even lastig. De bestaande panelen waren geschilderd en daar kon geen gewoon behangplaksel op gebruikt worden. Het behang viel er gewoon af. Uiteindelijk is het een combinatie geworden van lijm voor vinyl voor de grote vlakken en houtlijm voor de kopse kanten.
Van de afbeelding is niet veel meer te zien nu het klaar is. Eigenlijk jammer dat er boeken in staan.

 


maandag 22 juni 2015

Toch een kroonluchter

Het is lang geleden dat ik voor het laatst iets geschreven heb over de vorderingen in huis. Ik had even een aansporing nodig. Die kwam dit weekend in de vorm van een oude schoolkameraad die ik meer dan 30 jaar niet had gezien en die me kwam opzoeken. Dan besef je weer eens wat je gedaan hebt en wat je nu aan het doen bent. Daarom wat achterstand inhalen.
Ik heb uiteindelijk mijn kroonluchter toch maar zelf gemaakt. Ik kon niets kopen dat ook maar in de verte leek op wat ik wilde hebben, dus dan zit er niets anders op.
Even een paar woorden over de constructie en de bouw. Niet dat ik verwacht dat iemand hem wil nabouwen maar mocht dit toch het geval zijn dan moet hij of zij maar even contact opnemen voor een meer gedetailleerde beschrijving. Alleen al het uitzoeken welke materialen geschikt zijn is een hele onderneming.


De hoogte is 1.30 meter, de lengte/breedte ongeveer 2.00 bij 1.80 meter. Er zitten 26 led lampjes in van 12 Volt, 1,3 Watt en het geheel is met een afstandbediening dimbaar. Ik ben begonnen met een PVC buis van 75 mm. Daar zijn gaatjes in geboord waar draden doorheen steken. Naar elke bloem gaan 3 draden, 2 draden (installatiedraad 1,5 en 2,5 mm2) die meteen gebruikt worden voor de stroomtoevoer en 1 stevige ijzerdraad die de eigenlijke constructie vormt. Hier en daar nog een extra ijzerdraad voor ondersteuning en om te voorkomen dat een tak gaat kantelen. Er zijn ook nog sprieten die zo maar de ruimte in steken. Ze vervullen alleen een rol in de vormgeving.

De stroomvoerende draden komen allemaal samen binnen in de buis. Dat zijn er twee per lampje dus in totaal 52 draden en het is een heel gepruts om dat allemaal met lasdoppen met elkaar te verbinden tot er uiteindelijk twee overblijven die naar boven doorgaan. Het bovendeel, waar de lamp aan hangt, is een metalen tafelpoot die met een centreerring in de buis gemonteerd is.
Aan de uiteinden van de draden komt een fitting. Dit zijn G4 fittingen waar lampjes in gaan met twee dunne pennetjes. Elke fitting zit in een PVC buisje die op de maat van de fitting uitgeboord is. Na het solderen van de draden aan de fitting heb ik de buisjes volgegoten met 2 componenten epoxy zodat er niets meer mee kan gebeuren en er geen kortsluiting kan ontstaan.
Al het lastige werk was daarmee gedaan. Na het dicht maken van de buis kon hij rondom zwart worden gespoten. Dat moest bij mij op het dak. Nog een hele toer om het grote gevaarte door een deur heen, trap op en door het dakluik te krijgen. Maar in dit stadium is alles nog redelijk flexibel en buigbaar. Ik heb er zes spuitbussen zwart op leeggespoten. Het meeste gaat er naast of waait weg.


Het maken van de bloembladen. De bloemen zijn van karton. Het oude vertrouwde etalagekarton voldeed het beste. Eerst zijn de rechthoekige vellen in het midden voorzien van een gat van 19 mm, de maat van de PVC buisjes waar  de bloem later omheen gaat. Dan op 4, 5 of 6 plaatsen ingeknipt naar het middelpunt toe. De delen een paar millimeter over elkaar gelijmd met houtlijm en na droging rondom in een leuk vormpje geknipt. Er zijn geen twee bloemen hetzelfde. Als laatste het gat in het centrum nog verstevigd met een lexaan ringetje want ik was bang dat het toch te zwak zou worden.

Bij de afwerking heb ik structuur aangebracht met moulding paste, dat ik tot mijn verbazing gewoon hier in Schoonhoven kon kopen bij de hobbywinkel. Dit zorgt voor reliëflijntjes die van het centrum naar de rand lopen. Het reliëf camoufleert meteen de plakranden. Rood afgewerkt met een felle rode acrylverf. Ik heb hier en daar ook nog wat wit gebruikt maar achteraf had ik dat net zo goed niet kunnen doen want het effect is minimaal. In het hart van de bloem een kleine zwarte veeg gegeven met de spuitbus, om de overgang naar de zwarte lampfitting wat natuurlijker te maken.

Als ik het zo opschrijf is het eigenlijk vrij simpel. In werkelijkheid heb ik meer dan een maand geploeterd om het zo te krijgen en ben ik op onderdelen ook wel eens opnieuw begonnen. Maar dan heb je ook wel een kroonluchter van formaat die de grote ruimte in de nok van het huis goed uitvult. Ook de hoeveelheid licht is goed, dat was toch een gok want ik had geen idee vooraf.
Intussen heeft een nieuw verlichtingsproject zich aangediend. Een stelsel van 14 verlichtingsbollen in de huiskamer. Waarover later meer.







zondag 26 oktober 2014

Nieuwe ideeën. Een kroonluchter van klaprozen en putdeksels als tegeltjes



De grote slaapkamer heeft een heel hoog plafond, tot in de nok van het huis. Daar zit nu een halogeenspotje gemonteerd maar het licht doet er ongeveer een lichtjaar over voordat het beneden is. Het lijkt me bij uitstek een situatie waar een grote kroonluchter gehangen kan worden. Zo een van een vierkante meter ongeveer. Ik kwam op het idee toen ik voor mijn werk de site bezocht van het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Architectonisch is het een interessant gebouw. Alle afdelingen zijn door verschillende interieurarchitecten ontworpen, veel afwisseling met mooie kleurstellingen en bijzondere verlichtingsoplossingen. Nu zag ik een foto van een afdeling waar een enorm grote moderne kroonluchter hangt, zo te zien met klaprozen als lichtreflectoren. Ik wist meteen dat ik er ook zo een wilde hebben. Maar die koop je niet bij de lampenwinkel om de hoek. Ongetwijfeld is deze speciaal gemaakt voor de ruimte, misschien door een kunstenaar. Ik heb even overwogen om te achterhalen wie de maker is. Het beeldrecht van de foto ligt bij Kuiper compagnons, een groot architectenbureau in Rotterdam. Die kunnen misschien doorverwijzen naar de maker, maar wat als je die gevonden hebt? Als ik hem ook speciaal moet laten maken dan komt dat al snel op een 4000 euro schat ik zo in. Niet dat het dat niet waard is, alleen al aan arbeidsloon, maar het is wel veel geld voor een lampje. Het zal er wel weer op neer komen dat ik hem zelf moet maken.


Ander idee, in het tijdperk van het personaliseren van gebruiksvoorwerpen, je eigen bankpasje, je eigen telefoonachterkantje, je eigen postzegels, noem maar op, is het laten maken van tegeltjes met een eigen motief er op. Een kleine serie van twee of vier verschillende tegeltjes, die dan random getegeld worden. In de WC en als dat een succes wordt misschien ook in de keuken.
Ik loop al jaren met het idee om iets te doen met de iconografie van putdeksels. Ik heb er heel veel gefotografeerd en vooral de Italiaanse deksels zouden zich heel goed lenen voor dit plan. Ik heb al eens een stempel gemaakt, en ook een reliëf in clichémateriaal voor boekdruk, daar dan weer een gipsmal van gemaakt en er daarna lood in gegoten. Maar het is bij experimenten gebleven. Putdekselmotieven op tegeltjes lijkt me helemaal het einde. Als ik tegelfabrikant zou zijn dan zou ik ze meteen in productie nemen en in mijn assortiment opnemen. En als ik dan voor elk verkocht tegeltje een paar cent krijg dan heb ik er ook nog wat aan. Voorlopig gaat het alleen maar geld kosten vrees ik. Maar leuk om uit te zoeken of het kan. Als iemand een tip heeft voor een fabrikant dan hoor ik het graag.