zaterdag 26 september 2026

Door de Alblasserwaard naar blauw-wit en bagger. Hardinxveld en Sliedrecht.

Ik heb mij vandaag tot diep in de biblebelt gewaagd. Voor de gelegenheid een elektrische fiets gehuurd voor een dag, want ik voelde me niet fit genoeg om het zonder hulpmiddel te doen.

 

Met de pont de rivier over en je zit in de Alblasserwaard. Een leeg landschap met kaarsrechte ruilverkavelingswegen dat geregeerd wordt door SGP en ChristenUnie. Het wordt een soort weerzien want ik heb 45 jaar geleden gewerkt in deze contreien.

De boeren hier zijn natuurlijk godvrezend en ik heb dan ook vrijwel nergens een omgekeerde vlag gezien of een andere vorm van boerenprotest. Hoe anders is dat in de Krimpenerwaard.

 

 

De Betuwelijn en het riviertje de Giessen

 

Goof IJzerman, de fietsenmaker waar ik vroeger vaak kwam en waar ik twee keer een brommer heb gekocht, zat hier op het hoekje in Vuilendam. Nu is een paar meter verderop een grote vestiging van BikeTotaal.

Kerkepad

Ik ken de mensen in deze regio maar al te goed en ik versta ook het dialect dat volgens mij het lelijkste is van heel Nederland. Veel woorden eindigen op ie of gie of chie. Bijvoorbeeld een dingetje wordt uitgesproken als dinchie en een jongetje is een jonchie.
Plaatsnamen zijn ook grappig. Brandwijk heet hier Braanik en Woudrichem is Woerekum en voor Wijngaarden zeggen ze Wingerde.

 

 Kaartje met kernen en dialecten in de Alblasserwaard

Anekdotes

Even tussendoor een oude anekdote (van voor mijn tijd) die veel zegt over de aard van het beestje in deze streken. Het dateert uit de tijd dat de mensen nog kachels met steenkool stookten. De plaatselijke kolenhandelaar kwam met zakken van 1 mud langs de huizen. Bij een klant kreeg de kolenboer dan de opdracht het kolenhok vol te storten met kolen. Toen er een andere kolenboer kwam mocht die ook weer het kolenhok volgooien en daarna afrekenen. 
- Mevrouw dat is dan 12 mud. 
- Nee, kolenboer je moet het volgooien, er gaat 13 mud in het hok. 
- Nou mevrouw het hok is echt vol en ik krijg er geen mud meer bij.
Had die vorige kolenboer jarenlang 13 mud afgerekend in plaats van 12 mud. En waarschijnlijk niet alleen bij één huis. Ik zal zijn naam niet noemen maar het was de schoonvader van de baas waar ik toen voor werkte. Op zondag wel vooraan in de kerk.

 


Nog een anekdote, maar dan een die ik zelf heb meegemaakt en nooit zal vergeten. Ik ging in die tijd met een brommer naar mijn werk. Op een dag kreeg ik pech in het gehucht Ottoland. Een lintbebouwing die destijds landelijk in het nieuws is geweest omdat er in één nacht vijf boerderijen zijn afgebrand. Het vuur sloeg van het ene rieten dak over naar het andere. Niemand was hier verzekerd tegen brand want dat was niet de bedoeling van god. Gebruik makend van het ramptoerisme werd aan de twee uiteinden van het dorp een melkbus met gleuf neergezet waar mensen geld in konden doneren. De week daarna reed hele dagen een brandweerwagen door het dorp heen en weer met een reclame voor een brandverzekering op het dak maar ik denk niet dat er veel klanten bij zijn gekomen.
Maar goed, brommerpech dus. Van het boerenerf waar ik was gestrand kwam iemand naar me toe gelopen. Wat scheelt er jonchie? Na opname van de schade werd de zoon des huizes bijna letterlijk aan zijn oor er bij gesleurd en kreeg de opdracht (lees: het bevel) van zijn vader om mijn brommer te repareren. Tegenspraak was hier niet gebruikelijk. Ik moest mee naar binnen en kreeg ongevraagd een bord soep voor mijn neus. Maar voor het eten kwam eerst een enorme bijbel op tafel. Ik had nog nooit zo'n dikke gezien. En er werd een verhaal opgedreund dat volledig aan me voorbijging. Toen moest ik naar huis bellen want mijn moeder zou ongerust zijn. Alles gebeurde op gebiedende wijs. Natuurlijk ontzettend behulpzaam en goed bedoeld maar ik voelde me de hele tijd behoorlijk ongemakkelijk en was blij toen ik op mijn intussen gerepareerde brommer verder kon rijden. Er was me nog wel gevraagd of ik ook naar de kerk ging en het speet me oprecht om ontkennend te moeten antwoorden. Ik was nog net niet bekeerd.

 

Ik weet niet hoe dat komt maar ik heb hier steeds het gevoel dat ik in de gaten gehouden word, of dat ik iets niet goed doe. Onbehaaglijk gevoel.

 

Scheepsbouw aan de Merwede

 

De putdeksels in Sliedrecht hebben een afbeelding van een baggerschip

De plaatsen aan de Merwede zijn sterk verbonden met de scheepsbouw. Sliedrecht is bekend vanwege de bouw van baggerschepen en het is dus niet toevallig dat daar het baggermuseum is. Niet alleen de scheepswerven zelf, zoals De Merwede, Van Rees, De Klop en IHC maar je vindt er ook veel bedrijfjes die van de toelevering aan de werven afhankelijk zijn. Het bedrijf waar ik werkte viel daar eigenlijk voor een deel ook onder want wij deden de belettering en de signaleringen aan boord van de schepen, voornamelijk bij Van Rees. Ik ben vaak aan boord in de machinekamers geweest om kleurcoderingen op de wirwar van leidingen aan te brengen. Ook deden we de scheepsnamen op de romp van het schip. Ik zou daar nog talloze anekdotes van kunnen ophalen, zoals de discussies met een Griekse reder die letters op zijn schip had besteld van een meter hoog en toen hij ze ging nameten constateerde dat ze maar 80 centimeter waren. Maar zijn schip was nu eenmaal niet groter, het paste gewoon niet. En hij wilde het maar niet begrijpen. Ook begreep hij niet dat ronde letters en letters die op een punt uitlopen, onder en boven door de regel heen gaan als visuele compensatie, en dus iets groter zijn dan de rest. Hij zat maar door een loepje naar de letters in de krant te turen om te controleren of het daar ook zo was. Hij dacht waarschijnlijk dat hij in de maling genomen werd.

kleurcodes voor pijpleidingen


Ik ben nog wel altijd trots op een uitvinding die ik heb gedaan voor de situaties waarbij de naam van het schip met metalen letters op de romp wordt gelast. Ik heb toen een tekening bedacht met perforaties waar de lasser doorheen kon lassen om de letters vast te zetten.
En hoe zat het nu ook al weer met het logo van een rederij dat op de schoorsteen van een zeesleper moest komen. De schoorsteen lag nog in onderdelen in de montagehal en ik meen me te herinneren dat het logo toen eerst per ongeluk ondersteboven is aangebracht omdat niemand wist hoe de onderdelen van die schoorsteen in elkaar hoorden en niemand kon vertellen wat onder en boven was.

 

Het pand van voormalig schildersbedrijf Nederveen aan de Molendijk. Op de onderverdieping onder aan de dijk zat SNS Reklame waar ik werkte. Voor het honderdjarig bestaan van het bedrijf in 1980 had ik over de volle breedte van het pand op de gevelpanelen een decoratie gemaakt waar alle facetten van het bedrijf werden uitgebeeld. Ik heb nog gezocht naar een foto maar vond alleen een paar detailfoto's. Mijn chef destijds vond dat ik iets gemaakt had in communistische propagandastijl, en dat was waarschijnlijk ook zo, maar Nederveen vond het prachtig. En het was 1980, er waren nog niet veel mogelijkheden om zoiets te maken, alles moest op het oog en uit de hand. Ik had alleen een foldertje van het bedrijf.
In die periode zat ik in militaire dienst. Mijn verlofaanvraag voor de jubileumviering en de week daaraan voorafgaand, was afgewezen. Maar Nederveen nam daar geen genoegen mee. Zonder dat ik daar iets van wist heeft hij mijn majoor opgebeld. Joost mag weten hoe het hem gelukt is om de juiste persoon te vinden want hij wist helemaal niet bij welk onderdeel ik zat of in welke plaats ik gelegerd was. Ik werd bij de majoor geroepen en die zei:
- Zo De Bruijn dus jij was het niet eens met mijn beslissing!
- Ik wist niet waar hij het over had, ik wist niets van het telefoongesprek.
Ik kreeg een uitbrander, maar de majoor was de kwaadste niet en kende alsnog mijn verlofaanvraag goed.
- Die baas van jouw is wel een vasthoudend persoon, zei hij nog.
Het was blijkbaar een lang en verhit telefoongesprek geweest.
Nederveen is in 2011 failliet gegaan en het pand is nu in vieren verdeeld voor vier verschillende bedrijven.

 

Baggermuseum Sliedrecht

Het baggernuseum staat schuin tegenover het Nederveen pand en is gehuisvest in het oude woonhuis van de baggerfamilie Volker. Hoewel ik meer dan 10 jaar aan de Molendijk heb gewerkt, heb ik nooit de moeite genomen om de straat over te steken om hier naar binnen te gaan. Binnen ademt het pand nog de sfeer van begin 20e eeuw, met veel glas-in-lood en oude plafondlampen.


De museumcollectie bestaat voor een groot deel uit schaalmodellen van baggerschepen. De baggeraars werkten letterlijk tot in alle uithoeken van de wereld, van de poolcirkel tot het midden-oosten.




 

Modellen van de stormvloedkering in de IJssel tussen Krimpen en Capelle, en van de Maeslandkering, resp. de oudste en de nieuwste waterstaatkundige werken. 


 


 

Museum De Koperen Knop in Hardinxveld-Giessendam
tentoonstelling Blauw-Wit

Het geplande bezoek aan de tentoonstelling blauw-wit liep in eerste instantie uit op een deceptie. Het museum was onverwacht dicht. 

 


Ik wilde het toch zien, dus twee dagen later nog eens geprobeerd. Toen zaten alle draadjes gelukkig weer aan elkaar. Alleen de lichtbakjes met rennende groene mannetjes stonden nog irritant te knipperen.

Museumboerderij en bijgebouwen: wagenloods, smederij, hoepmakerij

Binnen natuurlijk de gebruikelijke streekvoorwerpen, gereedschappen, interieurs, potten en pannen.

 


 Armeluis-marmerimitatie in het gastenverblijf

 

Reconstructie van Trijntje uit 5500 v.Chr., hier gevonden tijdens de aanleg van de Betuwelijn. Vandaar de toepasselijke naam Trijntje (Waarom geen Treintje?)

 

Tentoonstelling blauw-wit

Hier kwam ik eigenlijk voor. Het gevaar van zo'n relatief eenvoudig concept is dat het resultaat bestaat uit voor de hand liggende, bij elkaar verzamelde blauw-witjes zoals tegeltjes en matrozenpakjes. Die zijn er ook, maar gelukkig is er ook veel meer diepgang. Een verrassende tentoonstelling waar veel verschillende uithoeken van het onderwerp worden aangeroerd. Een greep: porselein (oud en modern), gebruikstextiel, kleding, schilderkunst, interieur, reclame, verpakkingen, uniformen, gebruiksvoorwerpen, cyanotypies.
Niet gek gedaan voor een streekmuseum met beperkt budget en waarschijnlijk afhankelijk van vrijwilligers.







Blauw-wit textiel, historisch en nieuw, als kunstuiting. 

Bij het textiel stond ook een pop met verpleegstersuniform, met wit hartjesschort en blauw keizerslinnen. Helaas klopte er van de beschrijving niet veel. Maar ja je kan niet alles hebben, het deed niets af aan de tentoonstelling als geheel.

 

Nieuwe kunst met oude scherven 

 

 Mooi bladerboek vanwege de plaatjes. De tekst bestaat uit clichés en onzin.

 

De tocht door de Alblasserwaard naar Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht, via Ottoland, Vuilendam, Giessen-Oudekerk, Molenaarsgraaf en Brandwijk, is een trip down memory lane geworden. Maar vooruit, mag het voor een keertje.

 

 

zaterdag 19 september 2026

Herinrichting depot Zilvermuseum - fase 1

Papierdepot fase 1 - maart t/m september 2026

Het papierdepot van het Nederlands Zilvermuseum Schoonhoven was dringend toe aan een opknapbeurt. Het was een mix van collectie, bedrijfsgerelateerd papierwerk, oud tentoonstellingsmateriaal, schenkingen van zilverfabriekjes, jaargangen tijdschriften, museumhistorie, reclamemateriaal, tafels en stoelen enz. enz, alles zonder veel ordening, soms in verhuisdozen in de gangpaden.

Oude situatie. Deze eerste foto's tonen de ernst van de situatie, en toen was er al een opruimronde aan vooraf gegaan waarbij veel overtollig materiaal is afgevoerd.

Met name voor de collectie ontwerptekeningen en presentatietekeningen van zilverwerk was dringend actie vereist. Na een opruim- en schoonmaakperiode die tot op de dag van vandaag doorloopt, was het allereerst zaak om de openstaande naden van het dak dicht te kitten, om binnendringen van nieuw vuil te voorkomen. 

Impressie van de ruimte en de dakconstructie. Intussen is een groot deel van de tekeningen geregistreerd en in nieuwe zuurvrije dozen verpakt. 

 


 
Aanvankelijk had ik alleen gedacht aan het maken van een nieuwe grote stellingkast, maar omdat alles zo'n beetje verband houdt met elkaar heb ik een plan gemaakt voor een herindeling van het hele depot. Na presentatie van een schaalmodel en een SketchUp tekening kon het grote (ver)bouwen van start gaan.

 

Voor het onderbrengen van al die dozen met tekeningen was een nieuwe kast onvermijdelijk. Geen enkele van de bestaande kasten was diep genoeg voor de afmetingen van de dozen. Het moest het pièce de résistance van het depot worden en kon meteen voor wat kleur in de grijze omgeving zorgen.



De staande panelen hebben gaten waar buizen doorheen steken (22 mm c.v. buis) die dienen als dragers voor de legplanken, die daardoor dun kunnen blijven zonder risico op doorbuigen. In het oorspronkelijk ontwerp was gedacht aan 6 mm MDF maar gedurende het proces is er voor gekozen om gebruik te maken van bestaande 8 mm multiplex panelen die overgebleven waren van de Helene Kröller-Müller tentoonstelling van vorig jaar. Hergebruik en kostenbesparing, maar wel veel meer werk. Op maat zagen van 34 platen, oud behangplaksel verwijderen, schuren, plamuren en schilderen.

 


Qua stijl zou ik het "minimalistisch industrieel" willen noemen. Bij industrieel denk je aan cement, beton, glas en staal. Dat is het niet want de hele kast in van hout. Echter, het oppervlak van de rode staande panelen heeft een structuur die verwijst naar beton, en de planken zijn afgewerkt in mes-techniek waarvan de grijze vlammen een vertaling zijn van gegalvaniseerd metaal.

Alle segmenten van de kast zijn passend gemaakt op de plaats die ze in de ruimte innemen. Het schuine dak en de balken van de oude kazerne zijn overal verschillend van maat, en de vloer kent een verval van 4 cm. Dus de kast kan alleen maar op de plek staan waar hij op is gemaatvoerd.

Op twee plaatsen in de kast zijn uitschuifbare planken gemaakt, bedoeld om tekeningen te kunnen raadplegen of eventjes een doos op te kunnen zetten. Ze zijn gemaakt van halve stompe deuren, opgehangen aan zware ladegeleiders en met onzichtbare handgrepen aan de onderzijde. Er is een plank op stahoogte en een op zithoogte. 

 

3 foto's aan elkaar geplakt

De rode kleur en de structuurafwerking is doorgezet op de panelen aan de kopeinden van andere stellingen, om meer eenheid  binnen de ruimte te krijgen. Maar dat komt aan bod in fase 2 van de herinrichting. Dus wordt vervolgd.




 

zondag 6 september 2026

Leiden - De Lakenhal, Japanmuseum Sieboldhuis en Het Leids Wevershuis

Een mooie dag in Leiden

Het was een zonnige dag in Leiden en dat was goed te merken op de terrassen, aan de drukte op straat en aan de vele bootjes in de grachten. In de musea was het juist heel rustig. Men prefereerde de zon.


Museum De Lakenhal 

De Lakenhal heb ik vroeger een keer bezocht tijdens een studiedag over auteursrecht, maar ik heb toen van het museum weinig gezien. Ik ben vandaag een van de eerste bezoekers. Er valt veel te zien in het museum, uit verschillende periodes en van verschillende kunstvormen.
Ik doe de audiotour die langs de 15 topstukken van het museum voert. Dat gaat min of meer kriskras door het museum. Aan het einde van elk stukje tekst wordt verteld waar je daarna heen moet lopen, maar ik ben toch wel een paar keer het spoor kwijtgeraakt. Was er nu gezegd dat ik na deze zaal rechtsaf of linksaf moest? Het ligt natuurlijk aan mijn korte tonijn geheugen. Verder niets dan lof want de teksten zijn zeker een meerwaarde bij de stukken. En niet te lange teksten. Ook belangrijk. Bij het inleveren van mijn kastje aan het einde van de tour vroeg een dame aan de balie naar mijn ervaring, want het was nog in ontwikkeling. Ze vroeg onder andere of ik het een prettige stem vond. Daar had ik niets op aan te merken.

 

Textiel

Natuurlijk is er in de Lakenhal aandacht voor laken, voor textiel in het algemeen. Kleurstalen oud textiel, kleurstalen nieuw textiel.


 

Werken begin 20e eeuw

Aardewerk van Amphora, zilver van Christa Ehrlich, architectuurmodellen van J.J.P. Oud, werk van Theo van Doesburg

 


Twee bijna abstracte schilderijen van Harm Kamerlingh Onnes (bijna abstract, het zijn stadsgezichten)

 

 

Glas-in-lood ramen uit het Algemeen Handelsblad gebouw in Amsterdam. Harm Kamerlingh Onnes ontwierp het in 1927 voor het 100 jarig bestaan. Het beeldt het maakproces van de krant uit van begin tot eind. Het heeft een hele mooie, prominente plek in het museum boven aan de trap. Het vult de hele muur uit van vloer tot plafond.

Tentoonstelling van het werk van Giselle Kuster

Geboren in Venlo verhuist ze 1940 naar Leiden waar ze zich als zelfstandig kunstenaar en galeriehoudster vestigt. Er zijn enkele mooie werken van haar te zien uit haar Leidse jaren. Twee zelfportretten en portret van een boekhandelaar.

 

Er is zelfs een werk niet te zien. Dit is een print van het schilderij 'Honger' dat sinds de jaren negentig niet meer gezien is. Vandaar de oproep 'waar is honger'



De hertjes van Han van Meegeren 

Tienduizenden huishoudens hadden ooit een afdruk van zo'n hertje (reetje eigenlijk) aan de muur hangen. Mijn tante Marie had er ook een weet ik nog. Ze waren net zo populair als het zigeunerjongetje met zijn traan of het beeldje van Bartje. Thomas Raat heeft afdrukken van de hertjes verwerkt in een hedendaagse installatie. Maar voor mij telden alleen de hertjes.

 

Het beleg van Leiden - Erwin Olaf

In een zaal die gewijd is aan het beleg van Leiden en Leidens ontzet hangt een monumentaal werk van Erwin Olaf. 2,65 meter breed. Het is een met acteurs en amateurs zorgvuldig geënsceneerde foto getiteld "Liberty - pest en honger tijdens Leidens Beleg". Het vormt een contrast met de historiestukken in dezelfde zaal. Olaf heeft een opstelling gemaakt volgens de laatste wetenschappelijke inzichten, waar de accenten bij andere personages komen te liggen dan traditioneel het geval was.
Ik zou zeggen: hoe krijg je dit allemaal bij elkaar bedacht zo. Er gebeurt zo enorm veel.

 

In de museumwinkel een paar ansichtkaarten gekocht van het werk van Erwin Olaf. In het cafetaria van het museum was men niet van plan om mij ooit te gaan bedienen dus dan maar een lunch genomen op een van de vele terrassen in de stad. Dat was een behoorlijk vies broodje. Wat is er mis hier in Leiden met de catering.

 Japanmuseum Sieboldhuis

 

Von Siebold en zijn Huis

 Enkele plaatjes van de vaste opstelling

In de vaste opstelling zijn enkele grappige kleine snijwerkjes te zien. Ze heten "netsuke". Hier een aapje met een gevangen octopus en twee kikkers vechtend op een reishoed. Het zijn oefen werkstukjes om het vak van snijder te leren. Het Sieboldhuis heeft een grote schenking van deze objectjes gekregen en daar komt vanaf 19 september een tentoonstelling van. Die loop ik dus mis want het is nu pas de zesde. Het is zoals de uitspraak van Cruijff die op de muur van de Lakenhal staat geschilderd : ''Als je ergens niet bent, ben je óf te vroeg óf te laat.''

 

Japancliché's : origami, manga's en verkleden in een kimono

 

Een groot deel van de expositieruimtes is ingericht met de fototentoonstelling "Tokyo Tokyo" over het dagelijks leven in de stad. Vandaag de laatste dag van deze tentoonstelling.


Het museum heeft een museumwinkel. Ik had gehoopt op boeken over kleur; de japanners zijn befaamd om hun aparte kijk op kleurharmonie, maar helaas hier geen boek over. Wel een japans kommetje gekocht, niet handbeschilderd maar seriewerk.


Het Leids Wevershuis

 

Misschien had ik mijn verwachtingen iets te hoog ingeschaald. Toch viel het niet tegen, het was alleen anders dan ik had gedacht. Het Wevershuisje is niet echt een museum eigenlijk, het is een heel oud piepklein wevershuisje uit 1560 en er is sindsdien volgens mij nooit iets aan gedaan. Het is een wonder dat het er nog staat. Het huisje als voorbeeld van een eenvoudige textielarbeiderswoning vormt de kern van de tentoonstelling. 

 


Op het antieke weefgetouw is meestal iemand van de vrijwilligers aan het werk. Toen ik aan de weefster vroeg of ik haar mocht fotograferen bij haar werkzaamheden reageerde ze wat terughoudend dus ik heb beloofd haar onherkenbaar te maken.

Ik hou heel erg van de patronen en kleurencombinaties die ze in het textiel laten zien. Aan de muren van het smalle gangetje hangt werk van kunstenaarscollectief Prikkel-Draad. Boven is een zoldertje waar je meteen tegen de achtenkant van de dakpannen aankijkt. Onder de spanten hangen ook nog enkele textielwerken. Op de weg terug viel ik bijna van het hele steile trapje, je zou er eigenlijk achterstevoren af moeten voor de veiligheid.

Ik had graag een stukje textiel als souvenir gekocht maar er is een lange wachtlijst en zoveel kunnen de dames niet produceren. Dus dat ging helaas niet door.