zondag 22 maart 2026

Voorjaars slagveldbezoek Frankrijk 2026 - Seicheprey-Thiaucourt-Viéville

15 - 19 maart 2026

Deze reis van vier dagen had twee doelen. Ten eerste de omgeving van het plaatsje Seicheprey ter ondersteuning van een verhaal over Operatie Kersenbloesem, waarover later meer, ten tweede op zoek naar betonwerken in het achterland van de sector.

Ondanks omleidingen en wegwerkzaamheden toch redelijk op tijd aangekomen in het Maas-Moezel gebied. Onderweg kon ik bijtanken in Luxemburg, voor 1,65 euro per liter terwijl het bij ons in Nederland meer dan 2,50 euro is. Ook Frankrijk was goedkoop met 1,86 euro. Daar rekenen alle pompen dezelfde prijs, je hoeft niet te gaan shoppen, hoe zit dat eigenlijk, is dat wettelijk geregeld of gewoon afgesproken? 
 

  Lichtsignalstation

Als eerste de bossen ten noorden van het verdwenen dorp Regnieville onderzocht. Pas laat op de dag, na vele kilometers niets, verscheen in het Bois de la Rappe het eerste beton. Een geheel intacte bunker met aan alle zijden schuin weglopende openingen. Ik durf wel te stellen dat het hier gaat om een Lichtsignalstation. Het ligt op de plaats die op mijn kaart is aangeduid met Reservelager. Ik ging vanaf dit punt op weg naar een Bataillons Gefechts Stand, wat vaak wel garant staat voor een flink betonwerk. In dit geval alleen ruïnes helaas. Niet precies op de plaats die ik verwachtte maar iets meer naar het oosten, langs een pad. Eigenlijk een hele rij ruïnes van vrij grote bouwwerken en ik neem aan dat de Gefechtsstand er een van was. Via andere routes teruggelopen en niets bijzonders meer gezien. Rien à signaler.


Seicheprey / Bois de Remières


De volgende dag op weg naar Seicheprey. Onderweg in Apremont-la-Foret de Marianne gefotografeerd. Bij Seicheprey is op 20 april 1918 de eerste echte confrontatie geweest tussen Duitse en Amerikaanse troepen. De Duitsers wilden de onervaren Amerikanen een lesje leren door een grote overval op hun linies uit te voeren, Operation Kirschblüte, om daarna weer terug te trekken. De Amerikanen dachten dat ze een grote Duitse doorbraakpoging hadden voorkomen en klopten het voorval op tot buitengewone proporties. Voorpaginanieuws in alle kranten en zelfs gebruikt voor de promotie van een nieuwe oorlogslening.
Kleine bosjes ten noordwesten van Seicheprey, Alfa-Wäldchen, Beta-Wäldchen, Namenloses-Wäldchen en Pflaumen-Wäldchen, die een rol hebben gespeeld bij de actie, bestaan nu niet meer. Het grotere Bois de Remières ten noordoosten is er wel maar zit samen met het voormalige Viereckswald vastgegroeid aan het hele grote Foret Dominiale des Hauts de Mad.

In dit bos is een groot depot voor de opslag van brandstof in grote betonnen cilindervormige silo's. Vroeger brandstof voor het Amerikaanse leger, maar sinds de val van de Muur en het verdwijnen van de Amerikaanse troepen, is het opgekocht door de Franse overheid. Het is een heel groot door hekwerken afgesloten terrein dat een flinke hap neemt uit het voormalige front. 


Een van de betonnen cilinders


 Bois de Remières

Het Bois de Remières is vanuit het noorden niet heel eenvoudig te bereiken. Het terrein is heel modderig, weinig doorlopende paden, er stromen beekjes doorheen, en het is goed te merken dat er bijna nooit mensen komen. Alleen al aan het wild is het te merken. Heel veel dierensporen, door zwijnen omwoelde grond, en in de verte voortdurend blaffende reeën die zich niet lieten zien. Wat dieper in het bos lopen grote en diepe loopgraven. Het is Frans frontgebied dus beton verwacht ik hier niet. Niet ver van de bosrand een groot stuk gebogen golfplaat, dat is de enige hardware in dit bos. Ten zuiden van het bos loopt een landweggetje. Een bestelbusje kwam hier aangehobbeld, op weg naar een gestrand landbouwapparaat. Misschien moest het gerepareerd worden. Het busje met daarin een vrij jong stel stopte naast mij en de vrouw, die het raampje opendraaide, vroeg mij of ik verdwaald was. Dat was ik niet en na het wensen van een bonne journee hobbelde het busje verder.
Terug naar het noorden gelopen waarbij ik onderweg langs een heel merkwaardig punt kwam. De stam van een oude eik, een "getuige-eik", die volgens een bijschrift de oorlog nog heeft meegemaakt, ligt hier onder een speciaal vervaardigd afdakje. Hij moet symbool staan voor "de hevige strijd, het lijden, de troosteloosheid en verwoesting die het dagelijkse lot waren van iedereen die in deze oorlog werd meegesleurd waarin niets of niemand werd gespaard". Pathétique!

De getuige-eik onder een afdakje


Opgepoetste loopgraven van Saint-Baussant


Ik ben aangekomen bij het hekwerk van het depot de hydrocarbures. Er loopt nog net een puntje van de Duitse frontlijn buiten het hek en daar liggen twee zeer vergane fragmenten van Duitse bunkers. Meer naar het oosten kom ik dan in het gebied dat voor 14-18 toeristen al van verre wordt aangeduid als Tranchées de Saint-Baussant. Met stenen en beton versterkte Duitse loopgraven zijn hier gerestaureerd, opgepoetst en gestofzuigd. Nog net niet zoals bij Vimy maar het scheelt niet veel. Langs de loopgraven zijn bordjes en grotere infoborden geplaatst met soms nuttige, soms minder nuttige, af en toe ook ronduit foute of onzinnige opschriften. Duitse namaakopschriften met taalfouten. Een betonnen open rechthoek die overduidelijk een opstelling voor een mijnenwerper is geweest wordt hier benoemd als mitrailleurpositie met een groot niet ter zake doend bord over mitrailleurs er bij. De frontsectoren zijn in de foute volgorde en soms met Franse namen benoemd. Op mijn kaart achtereenvolgens Blumen-Stellung, Port Arthur en Kegelbahn. Port Arthur is een verwijzing naar de Chinese havenplaats waar tijdens de Russisch-Japanse oorlog hevig om is gevochten (1905).

Iets verder terug ligt opnieuw een gerestaureerde stenen-met-beton loopgraaf, benoemd als Tranchée des Oiseaux, een Franse naam voor een Duitse loopgraaf, de originele Duitse naam weet ik niet. Dieper in het Bois de la Sonnard, voorbij de Waldstellung, wemelt het op mijn kaart van de markeringen die helaas niets opleveren. Wel veel loopgraven gezien maar het enige verharde object is een uit rode bakstenen gemetseld werkje, nu slechts een ruïne. Verder gelopen langs de Mittlere Stellung waar een Stolleningang van paraboolvormig golfplaat te zien is, vlak langs de openbare weg en daarom dichtgezet met een hekwerk. 

In het midden van het dorp Seicheprey, naast de kerk, staat een hardstenen fontein met tekstplaat, geschonken door de Amerikanen van de 26e Divisie, Infanterie Regiment 102, uit Connecticut. De verdedigers van Seicheprey van 20 april 1918, "in the firm belief that the friendship of frenchmen and americans sealed in this place in battle shall serve the cause of peace among all nations".

Seicheprey met Amerikaanse fontein


Op mijn loopgraafkaart staat vlak bij Thiaucourt-Regniéville de aanduiding "Kriegshaus". De naam kwam ik ook een keer tegen in een regimentsgeschiedenis, met als enige context "we gingen naar het Kriegshaus". Intrigerende naam. Achter de Duitse militaire begraafplaats van Thiaucourt loopt een ravijn. Afgedaald en een asfaltweg overgestoken kom je dan op een pad langs een weiland. Links en rechts zijn kuilen en graafwerken te zien, en op de plaats van het Kriegshaus enkele resten van stenen muurtjes. Dat is alles. Ik hou het er op dat de benaming Kriegshaus niets meer of minder aanduidt dan een Lager. 

Terug op de begraafplaats enkele originele gebeeldhouwde grafstenen gefotografeerd, en een platte steen van iemand uit R.I.R.259, een van de regimenten die manschappen leverde voor Operatie Kersenbloesem. Zijn overlijdensdatum is 30 april 1918, tien dagen na de strijd, dus misschien overleden na verwondingen.



Toch nog beton

Vervolgens naar het Bois du Beau Vallon om te zoeken naar de positie van Regiments Stab 52. Behalve wat kleine ruïnes ook drie grotere bouwwerken, waarvan alleen de laatste intact en toegankelijk is. De eerste van de drie zou de Regimentsstab geweest kunnen zijn omdat er extra aandacht is besteed aan verfraaiing. In de buitenste cementlaag is een voegenpatroon aangebracht om het op natuursteen blokken te laten lijken. Langs het pad dat over het plateau heen loopt zijn aan weerskanten restanten van het Roufflager te zien. Alles in puin of alleen als grondwerk zoals bijna overal.

Verderop langs de D3 ligt het Bois du Four met hierin weer een depot met brandstoftanks. Het was daarom zeer de vraag of ik wel op de gewenste plek zou kunnen komen. Dat viel gelukkig mee, het terrein is hier niet zo ruim omheind als bij het vorige depot. Ik heb gezocht naar Regiments Gefechtsstand 51. Ik had als aanwijzing twee verschillende bronnen, die een positie aan twee verschillende kanten van een pad aangaven. Er kon er maar een de juiste zijn, en dat bleek een vrij groot bouwwerk geweest te zijn dat nu in puin ligt. Een tweede bouwwerk, iets verder het bos in, ligt ook in puin. Vlak langs het hekwerk van het depotterrein staat een intacte bunker die bestaat uit twee lagen die iets gedraaid zijn ten opzichte van elkaar, als een deconstructivistisch bouwwerk.


Op goed geluk een pad naar het noorden gevolgd en dat leidde tot een explosie van wel twaalf bouwwerken op rij vlak langs de bosrand. Wel veel ruïneus maar toch ook een paar ongeschonden betonwerken.


 


Brunnen, fontaines, quellen


Vanuit Viéville op zoek gegaan naar de posities Regimentsstab 52 en Gefechtsstand der 29.Ersatz-Brigade. Ze zouden op korte afstand van elkaar moeten liggen, aan de noordrand van het Foret Dominiale des Venchères, la Haie Essey. Ik was in december vanuit een andere richting al eens op zoek geweest maar dat had niets opgeleverd. Ik kan nu wel zeggen dat er niets anders meer over is van deze posities dan een paar rechthoekige kuilen in de grond. Het zullen houten bouwsels geweest zijn want stenen liggen er ook niet.

 Pütter-Quelle, Oidmann-Quelle, Kühlewein-Brunnen en Kandler-Quelle

Verder het dal van het Ruisseau de la Fontaine ingelopen, langs alle bronnen die er zijn. Ik had ze al eens eerder bezocht maar dat is intussen dertig jaar geleden en van de tussenliggende werken kon ik me helemaal niets meer herinneren. Bij de Oidmannquelle stonden twee mountainbikers, waar ik behalve een bonjour geen gesprek mee heb gehad. Samen met het stel in het bestelbusje bracht dat het totaal op vier levende zielen tijdens deze hele reis.

Dit was een altaar voor Feldgottesdienst

Tussen de bronnen, iets verder van de beek verwijderd en hoger langs de helling, staat een altaar. Dat had ik nog niet eerder gezien en eigenlijk was het ook te laat om hem nog te kunnen zien want het grootste deel is verwoest door een grote omgevallen boom. Een foto van de originele toestand staat in het boek van Wim Degrande. Alleen de twee zijdelen zijn er nog, opgemetselde nissen die iemand heeft opgeluisterd met Mariabeeldjes en plastic bloemen. Een andere originele foto in hetzelfde boek vind ik nogal raadselachtig. Het gaat om de Kühlewein Brunnen, die ziet er nu toch wel beduidend anders uit dan vroeger. Andere zijkanten, andere achterkant, geen nissen meer. Dat zijn geen kleine veranderingen, het ding is compleet nieuw opgebouwd, eenvoudiger ook.
De laatste bron, iets zuidelijker gelegen zou de Haftmannquelle moeten zijn. Die wordt nooit ergens genoemd en ik weet nu waarom. De Fransen hebben op die plek een modern waterleidinggebouwtje geplaatst. Misschien weet niemand hoe het ding er ooit uit heeft gezien.
De weg terug naar Viéville over het plateau leverde niets op. Het enige dat nog vermeldenswaard is voor deze dag is dat het de hele dag gestormd heeft, en dat is best beangstigend in een bos want soms vallen flinke takken omlaag.

 Waterleidinggebouwtje op de plaats van de Haftmann Quelle


Niet naar Saint-Mihiel


Tot slot kan ik er niet omheen een paar opmerkingen te maken over mijn verblijfplaats tijdens deze trip. Het gunstig gelegen hotel dat ik had willen boeken was niet beschikbaar op de door mij gewenste dagen, ook niet de week erna. Ik kwam daarom terecht in Saint-Mihiel, in het Hotel de la Gare. Dit hotel leek aanvankelijk met gemak in mijn top drie van slechtste hotels te komen, maar later bleken er toch ook wat positieve kanten aan te zitten dus niet in de top drie. Neemt niet weg dat er wel wat mis was. De douche van mijn kamer werkte niet. Ik heb altijd wat basisgereedschap bij me want niet werkende douches is een veel gekend fenomeen in Frankrijk. Maar dit kon ik niet repareren en het werd de volgende dag opgelost door me een andere kamer te geven. Daar werkte de tv niet maar dat vond ik niet zo erg want ik had toch geen behoefte aan 20 Franse praatprogramma's. Er was welgeteld één stopcontact in de kamer en dat is lastig als je drie dingen hebt om op te laden. Volgens de website zou er 24 uur bemanning van de receptie zijn maar na 18.00 uur was iedereen weg en was alles donker. Het restaurant was niet beschikbaar op mijn dag van aankomst, in tegenstelling tot wat de site beloofd had. Het ontbijt was van het type zoek-het-zelf-maar uit. Er lag brood dat er waarschijnlijk de dag ervoor al was neergelegd want dat kon je verkruimelen als beschuit.
Ik hou heel erg van mirabellen. We zitten hier in het gebied van de mirabellen. Op de Cotes de Meuse zijn veel boomgaarden en in het plukseizoen zitten kinderen langs de weg om kratjes mirabellen te verkopen aan voorbijgangers. Voor belachelijk weinig geld, voor soms maar een of twee euro heb je een kratje mirabellen. Toen ik bij het ontbijtbuffet een potje mirabellenjam zag staan kreeg ik er meteen zin in (bij ons zie je dat niet). Maar toen ik het deksel van het potje draaide bleek er een laag schimmel op te staan. Ik heb sindsdien alleen nog verpakte dingen gegeten en de croissantjes drie keer omgedraaid.

Mocht je ooit in Saint-Mihiel komen (die kans is klein) vermijd dan Hotel de la Gare en pas op voor mirabellenjam.


Duizend bommen en granaten



maandag 9 maart 2026

De symboliek van de klaproos

De klaproos (poppy) of Papaver somniferum

 

De klaproos werd na de Eerste Wereldoorlog een symbool van herdenking voor gesneuvelde soldaten en hoop op een vreedzame toekomst. Het op de kleding dragen van de poppy als Brits symbool van herinnering begon curieus genoeg bij een Amerikaanse, Moina Michael, die geïnspireerd werd door het gedicht van de Canadese arts John McCrae uit 1915:

'In Flanders' fields the poppies blow

Between the crosses, row on row'

voor het hele gedicht zie
https://www.britishlegion.org.uk/get-involved/remembrance/in-flanders-field

Een tweede bron is de Franse Anna Guérin die poppies naar het Verenigd Koninkrijk bracht die gemaakt waren door Franse huisvrouwen om fondsen te werven voor kinderen in de getroffen gebieden. De vraag was al snel zo groot dat in Schotland voor de fabricage een heuse fabriek gesticht werd door Lady Haig, de vrouw van Field Marshal Sir Douglas Haig, commandant van de Britse legers aan het westfront.

Het Earl Haig Fund, verkoopt elk jaar vanaf begin november remembrance-poppies om in het knoopsgat te dragen en om kransen van te maken. Tegenwoordig niet meer van plastic maar van gerecycelde koffiebekertjes. Elk jaar 2 miljoen poppies en 38.000 kransen.

 


Mijn eigen poppy, nog wel met plastic

Op remembrance sunday (de zondag het dichtst bij 11 november) komt de Cenotaph in Londen vol te liggen met herinneringskransen van poppies, geplaatst door een onafzienbare rij veteranenorganisaties die langs de Cenotaph lopen in een march-past, in een tempo van 116 tot 120 paces to the minute.

 

 De cenotaph in Whitehall, Londen. Een cenotaph is een monument voor gesneuvelde strijders die elders een graf hebben gevonden of vermist zijn.

De klaproos is dus het symbool van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Of moet ik poppy zeggen, want het is toch vooral een Britse aangelegenheid. Hoewel, zelfs de Fransen lijken de klaproos omarmd te hebben als symbool voor hun gesneuvelden. Ze hadden ooit de korenbloem. Op de Chemin des Dames was een korenbloem-route, maar dat is nu een klaproos-route geworden. Het Franse woord voor korenbloem is 'bleuet', en bleuet is ook de benaming voor de jonge soldaten van 1917 die een jaar voor hun eigenlijke opkomstdatum werden opgeroepen om de tekorten in het leger aan te vullen, en die vooral op de Chemin des Dames sneuvelden. Daar staat een standbeeld van zo’n bleuet die een hand geeft aan een Marie-Louise uit het leger van Napoleon. Ook Napoleon had behoefte aan meer soldaten, en terwijl hij zelf zijn veldslagen uitvocht contracteerde zijn vrouw een nieuwe lichting rekruten, vandaar dat ze haar naam als bijnaam kregen. Niet dat de Fransen de korenbloem helemaal achter zich hebben gelaten, in de Caverne du Dragon zijn nog volop korenbloem souvenirs te koop:

 Korenbloem souvenirs in het winkeltje van de Caverne du Dragon, Chemin des Dames


Klaproos wenskaarten

Niet iedereen brengt de klaproos meteen in verband met de oorlog. Je kan ook gewoon een onschuldig Hallfords wenskaartje naar iemand sturen met zo’n mooi rood bloemetje er op. Of een wenskaartje van de hartstichting die de rode bloem laat verwijzen naar bloed, net zoals de monumentale kroonluchter met klaprozen, aangevuld met hartjes, bij de afdeling cardiologie in het UMCG. In de filialen van grootgrutter Albert Heijn zijn servetjes te koop waarop de klaproos en de korenbloem samen staan afgebeeld. Toeval? Ongetwijfeld, want het is onwaarschijnlijk dat de servetjesfabrikant hierbij aan de Eerste Wereldoorlog heeft gedacht. Het dessin heet gewoon “veldboeket”.

 

 
Kroonluchter van klaprozen en hartjes in het Universitair Medisch Centrum Groningen 
 

Servetjes van Albert Heijn met klaprozen en korenbloemen

 

Oorsprong van de symboliek

Waar vindt die klaproos zijn oorsprong? Veel gehoorde verklaringen die het rood van de klaproos in verband brengen met het vergoten bloed van de slachtoffers van de oorlog, of het feit dat de klaproos als eerste ging bloeien in het verwoeste landschap van Vlaanderen, zijn leuk verzonnen, maar dat is slechts achteraf.

 

Papaver

Voor de echte oorsprong moeten we terug naar de Griekse mythologie. Het gaat eigenlijk niet alleen om de bloeiende klaproos maar ook om de papaverbol, de Papaver somniferum. Papaver is het attribuut van de Griekse god Hypnos (bij de Romeinen Somnus genoemd), de god van de (eeuwigdurende) slaap, en zijn tweelingbroer Thanatos, de god van de dood, zonen van Nyx, de godin van de nacht. Hypnos vinden we terug bij meerdere auteurs van de klassieke oudheid. Ovidius plaatst Hypnos, samen met onder andere Morpheus, een van zijn duizend zonen en god van de dromen, in een grot waardoor de slaapbrengende rivier de Lethe stroomt. Voor de grot groeien papavers en andere bedwelmende planten. “een diepe spelonk met voor de ingang een veld van welige papavers en niet te tellen kruiden, waar de welbedouwde nacht haar slaapdrank haalt om over duister land te sprenkelen”. Het gaat bij de papaver dus om de slaapverwekkende eigenschap. Het is de papaver die de gesneuvelde soldaten in een eeuwigdurende slaap brengt. De kortdurende bloeitijd van een klaproos symboliseert ook het korte, vroegtijdig afgebroken leven van de gesneuvelde soldaat.

 

Beelden van Hypnos met vleugels aan de slapen.

In de oorlog zijn het Hypnos en zijn broer Thanatos die de doden van het slagveld wegdragen. De twee zijn gevleugeld en in de funeraire kunst soms afgebeeld met een omgekeerde toorts, symbool van dood en vergankelijkheid. Hypnos heeft op afbeeldingen uit de oudheid vaak een krans van papavers op het hoofd. In de Germaanse mythologie zijn het de eveneens gevleugelde Walküren die de gesneuvelde helden van het slagveld begeleiden naar het Walhalla.

Afbeelding op een Griekse vaas. De twee gevleugelde figuren Hypnos en Thanatos, de slaap en de dood, dragen de gesneuvelde Sarpedon weg van het slagveld van Troje.

 

Dezelfde scene maar dan uitgebeeld in brons. Handgreep van een cista (kostbaarhedenkistje)

 

Homerus en Vergilius beschrijven de dood als een 'diepe rust', een 'dodelijke slaap'. De begraafplaats is de plek waar men slaapt en wordt wel gezien als een ‘immense slaapzaal’ waar de slapende doden wachten op de wederopstanding. Het idee van de wederopstanding is in later eeuwen overgenomen in het Christelijke geloof. Luther noemde de dood een ‘diepe, sterke en zoete slaap’ en het graf een ‘rustbed’. Oud volksgeloof koesterde het idee dat de doden een onbeweeglijk, onzichtbaar en stil leven leiden, maar wel een leven dat even echt is als dat van de levenden.

 

Enkele moderne interpretaties van Hypnos :

 


 

Bronnen:
Moormann en Uitterhoeve; Van Achilles tot Zeus, de klassieke mythologie in de kunst
Impelluso; De natuur en haar symbolen
Ovidius; Metamorphosen boek XI
Beuchert; Symbolik der Pflanzen 
Jean-Claude Eger; Le sommeil et la mort dans la Grece antique
Encyclopedie sur la mort : https://agora.qc.ca/thematiques/mort/documents/sommeil_et_mort
Website van het Royal British Legion : https://www.britishlegion.org.uk