Posts tonen met het label "first world war" 1914-1918. Alle posts tonen
Posts tonen met het label "first world war" 1914-1918. Alle posts tonen

donderdag 30 mei 2013

Kaiser-Kümmel in de loopgraven


In boeken met persoonlijke oorlogsbelevingen van soldaten ben ik altijd extra geïnteresseerd als ze iets schrijven over de producten die ze gebruiken, eten of drinken. Het is verbazend hoeveel van deze merken nu
nog steeds bestaan en nog steeds gekocht en gebruikt worden. Zo had de Duitse soldaat het al over Aspirin en Leukoplast. Heel veel biermerken natuurlijk, die er nu ook nog zijn. Op een Franse ansichtkaart kwam ik eens het berichtje naar huis tegen:  "Ik moet hier 's nachts  op wacht staan in de luisterpost, het is heel koud en ik heb keelpijn. Stuur mij een doosje Valda pastilles". En wat denk je, die groene driehoekige keelpastilles bestaan nog steeds. Ze worden al meer dan honderd jaar volgens het zelfde recept gemaakt.


Mijn laatste vondst kwam ik tegen in "Im Blickfeld des Scherenfernrohrs" van Hans Schmidt-Stölting. Hij was luitenant bij een veldartillerieregiment. Tijdens een aflossing voor Verdun raakt hij met een stuk geschut vast in de modder bij Bezonvaux. Het stuk is met geen mogelijkheid uit de modder te krijgen en ze moeten uren wachten op extra paarden om er voor te spannen. Hij schrijft dan tijdens deze wachttijd: "Ich hatte noch eine Feldflasche voll Gilka, die ich herumgab. Sie wurde leer." 
Dan is mijn interesse gewekt. Wat was Gilka, en bestaat het nog steeds? 


J.A.Gilka was een Berlijnse onderneming, bekend vanwege zijn Kümmelbrantwein "Kaiser-Kümmel"
Gilka Kaiser Kümmel is een licht gezoete Kümmelbrantwein uit Kümmelolie (olie uit karwijzaad), suiker en spiritus, die 38% alkohol bevat en sinds 1836 werd geproduceerd. Gilka Kümmel heeft een dubbel destillatieproces ondergaan en is daarom van hoge kwaliteit. De Gilka Kaiser-Kümmel werd aan het hof in Wenen gedronken en daar tot k.u.k. hofleverancier benoemd. Misschien dronk de Duitse keizer het ook, maar dat is niet helemaal zeker.
De bezittingen van de familie Gilka, inclusief de productiefaciliteiten, werden in 1954 onteigend vanwege fout in de oorlog, maar de productie werd in 1972 door een familielid weer voortgezet in Hamburg. Daarna is het verkocht aan Underberg. Onder de benaming J.A.Gilka KG wordt nu in Kettwig weer opnieuw Kaiser-Kümmel geproduceerd.

Ik was al eens eerder op Kümmel gestuit in het dagboek van Hanns Schammer. Die heeft het over Rostocker Doppelkümmel. Volgens hem was het bocht. Toen ik bij mijn eigen slijter ging informeren kreeg ik te horen dat het in Nederland niet eens verkocht mag worden. Ik weet niet of het waar is, maar als het echt spiritus is dan wil ik het wel geloven.




vrijdag 28 januari 2011

De Egestorf-brieven. Soldatenbrieven uit de Eerste Wereldoorlog


In vervolg op mijn vorige poging op de Flickr site wilde ik nu eens kijken wat het oplevert als je er geen foto's op zet maar alleen documenten met geschreven tekst. Ik had het natuurlijk op mijn eigen website kunnen plaatsen maar Flickr bedient een breder publiek. Het gaat om een reeks van 17 brieven en briefkaarten van soldaten uit de Eerste Wereldoorlog die met elkaar gemeen hebben dat ze zijn geadresseerd aan twee adressen in dezelfde straat in Egestorf (aan de Deister), bij Hannover. Vandaar dat ik het genoemd heb de Egestorf-brieven.
Alle post, op één briefkaart na, is gericht aan Friedrich Grüne, Bahnhofstr. 76 in Egestorf aan de Deister, Bezirk Hannover.
Het is een aardige puzzle om te proberen de (familie)relaties tussen de briefschrijvers en geadresseerden te ontrafelen.
Alle brieven en briefkaarten staan op:
http://www.flickr.com/photos/58746838@N08/sets/72157625924685444/with/5396063138/

Brieven en briefkaarten 1 t/m 5 zijn afkomstig van Wilhelm Noltemeyer, Wehrmann bij de 2e Sanitätskompagnie, 20e Divisie, 10e Legerkorps. Ze beslaan de periode 13 augustus 1914 tot 26 december 1914, achtereenvolgens uit Malmedy, op doortocht door België, Neufchatel aan de Aisne.
Wilhelm schrijft in een tijd dat nog gedacht wordt aan een snelle afloop van de oorlog. Eerst moet hij tot zijn spijt constateren dat hij met kerstmis niet thuis zal zijn. Later wordt de toon nog wat harder en schrijft hij: "hopelijk is deze rotzooi gauw voorbij want het begint vervelend te worden en de wijn is ook bijna op."

Een tweede reeks van 4 brieven en briefkaarten komt van Hermann Noltemeyer, een broer van Wilhelm, als Landsturmmann bij de 9e Kompagnie, 3e Bataillon, Reserve-Infanterie-Regiment 79, 19e Reservedivisie, 10e Reserve Legerkorps.
De brieven van Hermann en Wilhelm hebben als aanhef "Liebe Schwager, Schwester und Adele", wat leidt tot de conclusie dat Friedrich Grüne getrouwd is met de zus van de broers Noltemeyer.
De eerste kaart van Hermann is gedateerd 14 oktober 1915 waarin hij aangeeft zojuist verplaatst te zijn naar de Lingekopf in de Vogezen, waar hij op 30 meter van de vijand ligt in een "ganz brenzliche Ecke", en dat hij blij zal zijn als hij het er daar levend van af brengt. Interessant zijn ook zijn opmerkingen over het maximale aantal brieven dat hem toegestaan is te schrijven. Ongetwijfeld een gevolg van de onrustige situatie in zijn frontsector.
Zijn laatste brief is van 25 juni 1916. Het is een dramatische brief want er wordt melding gemaakt van het sneuvelen van Friedrich. Het is niet helemaal duidelijk wie Friedrich is, maar waarschijnlijk een broer van Hermann en Wilhelm. Hermann is zelf aanwezig bij de begrafenis op de oorlogsbegraafplaats Chaumont bij Verdun.
Twee dagen later gedateerd is een brief van Carl Deppe aan Frau Witwe Noltemeyer, de moeder van Hermann, Wilhelm (en Friedrich), die woont op huisnummer 73a, dus enkele huizen verwijderd van Friedrich Grüne. Carl Deppe dient in de Sanitätskompagnie waar Friedrich verzorgd werd en aan zijn verwondingen is bezweken, en is blijkbaar een bekende van de familie. Hij schrijft aan moeder Noltemeyer om deelneming te betuigen, ook namens zijn kameraden, aan het overlijden van "Fritz" zoals hij hier wordt genoemd.

Dan hebben we nog Ernst Gehrke, Schütze bij de Maschinengewehr Kompagnie van Reserve Infanterieregiment 8, 5e Reservedivisie.Hij zit aan het oostfront ergens in een bos onder verschrikkelijke weersomstandigheden waarbij hij ook nog spreekt over de "Panje" wat toch altijd nog wat raadselachtig blijft. Van hem zijn drie brieven uit zomer en herfst 1916. Hij schrijft aan zijn Lieber Freund Friedrich, dus is waarschijnlijk geen familie maar alleen bevriend.
Wel familie lijkt H.Hunte want in een kort bericht van een paar regels aan Friedrich Grun schrijft hij "groet moeder en mijn zuster", maar hoe die relatie dan precies in elkaar zit blijft onduidelijk. Het is ook het enige bericht van deze persoon. Het kan ook gewoon een bekende uit het dorp zijn. Waarschijnlijk kende iedereen elkaar daar, met 67 inwoners. Hunte zit in hetzelfde regiment als Hermann, zelfde bataljon zelfs, maar andere kompagnie.
Tot zover lijkt het wel aandig in elkaar te passen, maar er is nog een briefkaart die weer een bommetje onder de hypothese legt dat de gesneuvelde Friedrich een broer van Wilhelm en Hermann zou zijn. Het is een kaart van Reservist Fr. (ondertekend met Freedrich) Beel uit Sanitäitskompagnie I, 1e Garde Infanterie Division, Gardekorps. Het is dezelfde eenheid als van Carl Deppe, die schreef over het verlies van zijn kameraad. Dus misschien is dit dan de Friedrich waar het over ging. Alleen als het een halfbroer is zou dat zijn andere achternaam kunnen verklaren.
De enige niet-soldatenbrief is een brief van ene Sophie uit Hameln aan Adele Grüne. Adele lijkt de dochter te zijn van de zus van de broers Noltemeyer, die overigens nergens bij naam genoemd wordt, en Friedrich Grüne. Maar wie is Sophie? Misschien de vrouw van een van de broers Noltemeyer.


Bij de transcripties:
Ik heb alle schrijf- en taalfouten laten staan. Vaak hebben zinnen geen beginhoofdletter en geen punt. Alles wordt achter elkaar door geschreven. Meestal heb ik dat zo gelaten behalve waar het voor de duidelijkheid beter uit kwam om wel een scheiding tussen zinnen aan te brengen.
Ik heb enkele namen Noltemeyer, Noltemeijer, Beel en Grün nagezocht bij de Duitse oorlogsgravendienst, maar er kwam geen informatie naar voren die aansloot bij het verhaal uit de brieven. Het lijkt me nog wel interessant om eens in het namenboek van de begraafplaats Ville-devant-Chaumont (tussen Azannes en Flabas ten noorden van Verdun) na te kijken of daar een van de namen terug te vinden is.

Aris de Bruijn
The Legermuseum Archives