vrijdag 19 december 2025

Priesterwald / Bois-le-Pretre - eindejaars slagveldbezoek Frankrijk

Priesterwald / Bois-le-Pretre  - Bois de Mort Mare - een weekje aan het front - december 2025

 

Eerste dag - erg mistig


Na een jaar of tien aan het front tussen Metz en de Vogezen, wordt het tijd om de Moezel over te steken naar het westen.

Het hele uitgestrekte gebied van Moezel tot Maas is een project van jaren, en om dat een beetje systematisch aan te vallen, begin ik dit jaar met de oostelijke helft van het Priesterwald, tussen Norroy en Villers-sous-Preny.

Ik heb een geheel nieuwe kaart samengesteld uit een stuk of 15 deelkaarten, en veel aandacht gegeven aan een nauwkeurige kalibratie. Voorlopig een kaart van de Moezel tot Saint-Baussant, daar moet ik een paar jaar mee vooruit kunnen.

In het gebied liggen enorm veel Duitse Lagers, ik tel er zo al 24 die bij naam genoemd zijn en dan nog een aantal waar op de kaart geen naam bij staat. Ik bezoek op de resterende helft van de aanreisdag als eerste het Camp de Norroy, dat zoals de naam al aangeeft dicht bij Norroy ligt. Ik heb een paar paden gevolgd die steeds te veel naar het zuiden afbogen, terwijl ik juist naar het noorden wilde. Ik kom veel uit stenen gestapelde muurtjes tegen waarbij ik twijfelde of het iets met een kampement te maken had, maar later zag ik op andere willekeurige plaatsen ook van die muurtjes langs hellingen en ben tot de conclusie gekomen dat ze niets met een Lager te maken hebben. Ik moet bij gebrek aan een goede weg dan maar door het bos langs de helling lopen waar het Lager gesitueerd is, maar het is veel moeite voor niets. Wel loopgraven, een betonnen zandzakje en twee half ingestorte Stolleningangen. Ik kwam bij toeval op een plek waar ik jaren geleden ook al eens geweest ben, in een oude steengroeve, waar nog wat grote steenblokken liggen en een metalen portaal van een kraan, alles niet WO1 gerelateerd.

De omstandigheden zijn goed, er hangt echter een dichte mist over het landschap. Niet zo heel erg maar het verhindert het kijken op afstand en door de mist wordt toch alles nat. 


Tweede dag

Na het toch wel wat teleurstellende begin van gisteren wil ik vandaag het Priesterwald doorsteken van noord naar zuid, tot in de voorste linie, om een beter idee te krijgen van het terrein en wat ik er zoal kan tegenkomen, en om een plan voor de komende dagen te maken. Mijn vertrekpunt is een parkeergelegenheid bij een sportveld.

Lange tijd alleen maar loopgraven. Van een vierkant blok, opgebouwd uit stenen, had ik een coördinaat van een Frans forum, en dat bleek goed te kloppen (wp11). In de onmiddellijke omgeving zijn meerdere gebetonneerde ingangen van schuilplaatsen te zien (wp12, 13, 14).


Vanaf het vierkante blok naar het zuiden kom ik meer restanten tegen, waarvan met name de laatste een aardige vondst is (wp15 t/m 22). Het is een soort huisje waarvan dunwandige betonnen platen losgeraakt zijn. Ik moet vaststellen dat hier de tekens op mijn kaart heel goed kloppen en dat mijn kaart dus goed gekalibreerd is. Dat geeft hoop voor de toekomst. Het betekent ook dat als er op de plaats van een intekening niets te zien is, er dan ook niets (meer) is.

Lange tijd door het bos gelopen zonder iets te zien, tot in de voorste linie. Hier zijn op korte afstand van elkaar veel Stolleningangen, vaak gemaakt met de kenmerkende paraboolvormige golfplaten die je ook altijd op foto’s van het Priesterwald ziet. Enkele afwijkende bovengrondse betonbokken (wp23 t/m 35).

 


Derde dag

Vandaag weer een dag met vallen, struikelen, uitglijden en opstaan, letterlijk. Het terrein is zeer ongelijk, bezaaid met losse stenen en takken, die je niet kan zien door een dek van natte en gladde bladeren. Het heeft vannacht iets gevroren want er zat een beetje ijs op mijn autoruiten. Het is de hele dag fris en droog gebleven en ik heb voor het eerst met wanten aan gelopen.

 


Elke dag heb ik een plan om te doen en elke dag wijk ik daar meteen weer van af. Onvoorstelbaar veel loopgraven zijn hier, diepe loopgraven die uitgehakt zijn in de rotsachtige ondergrond en daarom niet zo geërodeerd als op andere frontdelen. Enkele loopgraven hebben Stolleningangen, rijen achter elkaar, soms met golfplaat, soms met beton. Ik was nogal geobsedeerd geraakt door een punt op mijn kaart dat aangeduid staat als Ouvrage Tiflis. Iets dat met name genoemd wordt zou wel eens iets belangrijks kunnen zijn. Het ligt in de uiterste noordoosthoek van het Priesterwald, of liever gezegd er iets buiten, heel laag in het dal van de Moezel. Een glibberige steile afdaling om er te komen, en dat moet ik later weer omhoog ook. Het leverde uiteindelijk niet veel op, niet het mooie betonnen bouwwerk waar ik op gehoopt had, maar veel grondwerk en een kleine vierkante betonnen bak. Dat was alles. (wp56)

 

Doel voor vandaag was eigenlijk de hoek in de Duitse frontlijn die door de Fransen benoemd was met Mauvais Coin (slechte hoek). De voorste loopgraaf ligt hier iets voorbij de loopgraven op mijn kaart. Dat betekent dat of de kalibratie van de kaart hier niet helemaal klopt, of dat er op een later moment in de oorlog nog iets bijgegraven is. De hoek bestaat vooral uit veel grondwerk en omgewoeld terrein. Er zal wel druk om gevochten zijn. Vanaf hier enkele Stolleningangen gevonden (wp61-64). Bij wp65 een betonnen schacht naar een ondergrondse ruimte. Het was de bedoeling om de voorste linie verder af te lopen tot ik aansluiting zou vinden met het laatste punt van gisteren, maar dat was iets te optimistisch. Het terrein is zwaar met veel omgevallen bomen en takken in de loopgraaf. Bij wp66-69 nog meer Stolleningangen.

 

Duits monument en enkele oude grafstenen

Om de dag af te ronden ben ik met de auto naar een bos in het achterland gereden. Hier lopen geen linies meer en ik heb alleen drie omlijnde zones waar ik kan gaan kijken. Het is zeer de vraag of er iets te zien is. De nieuwe TGV lijn is hier vlak bij aangelegd maar heeft mijn zones net ongemoeid gelaten. Het bos heeft veel namen, Bois Communal de Vandières met als delen Les Forges, les Abreuvoirs en Nalieux. Het eerste punt blijkt een artillerieopstelling geweest te zijn, heel groot met aardwerken waar wel zeven of acht stukken geschut (zware artillerie) op rij gestaan hebben. Het tweede punt blijkt onbereikbaar, midden in jonge aanplant en bovendien het terrein van een hogedruk gasleiding. Het derde en verst weg gelegen punt ligt bij een kruising van zes paden die de Duitsers aangeduid hebben met Grosser Stern (er was ook een Kleiner Stern). Er staan twee flinke grote betonnen muren, intact en groen bemost. Functie onduidelijk.

Iets te noorden van de plek waar mijn auto stond, aan de andere kant van de TGV lijn, hadden de Duitsers een Divisions Platz. Ik ben helemaal vergeten om er te kijken, ik was er vlak bij.

 


Vierde dag

Om eens even iets anders te doen heb ik in het bos bij Vilcey-sur-Trey het leeuwmonument bezocht. Overal staan bordjes met ‘monument du lion’, dus zoeken hoeft niet. Het is in redelijke staat, vooral de sokkel is groot, en delen van de tekstpanelen zijn weg. Er staat een flink informatiepaneel bij waar goed te zien is hoe het was en welke teksten er stonden. Langs het pad er naar toe staan een paar bunkerrestanten. In het bos zal waarschijnlijk nog wel meer staan maar dat heb ik niet onderzocht.

 


Van uit Villers naar het zuiden ben ik door het ravijn weer het Priesterwald ingetrokken. Meteen bij ingang van het bos hebben drie Lagers gelegen: een Quellenlager (zijn er meer van), Schluchtlager en Hewelager. Ik heb ze alle drie doorkruist en welgeteld één stukje beton gezien. Verder naar het zuiden zonder iets te zien weer tot in de voorste linie gelopen. Hier Stolleningangen wp77 t/m 87

 


Mijn indruk na vier dagen is dat het niet meevalt op dit frontdeel. Waar je in het Lotharingen ten oosten van de Moezel maar een bos in hoeft te lopen om beton tegen te komen ligt dat hier heel anders. Het grote verschil is natuurlijk dat daar bijna niet gevochten is en in het Priesterwald juist heel veel.

Hier zijn veel loopgraven in moeilijk te belopen terrein buiten de paden. Maar er is iets anders. Ik merk dat ik het fysiek niet meer trek om dagen achter elkaar door zo’n bos te ploeteren. Ik geloof dat ik wel 100 keer gestruikeld en uitgegleden ben en het is eigenlijk een wonder dat ik alleen een paar blauwe plekken heb en dat ook mijn uitrusting nog heel is. Misschien betekent het dat ik fronttrips zoals deze niet meer kan maken. Dieptepunt was een voorval bij zo’n paraboolvormige Stolleningang : soms zit daar een tekst boven in het beton. Toen ik dat probeerde leesbaar te maken verloor ik mijn evenwicht, gleed uit en gleed in het gat van de ingang, die daar toevallig heel diep was. Ik kon nog net met mijn handen de betonnen zijkant grijpen en met veel moeite weer naar buiten klimmen. Dat was een moment waarop ik dacht: stop hiermee en zoek een andere hobby.
Mijn waterfles was ondersteboven in de loopgraaf terechtgekomen en daar leeggelopen, dus ik had voor de rest van de dag geen water meer.

 

 

Bois de Mort Mare


 

Vijfde dag

Ik had nog één volle dag om in te vullen. Het Priesterwald was ik wel zo’n beetje klaar mee, ook al had ik nog maar een klein deel gezien. Dus ik dacht, stel dat het de laatste keer is wat zou je nog willen zien. Ik had eigenlijk nog twee wensen, maar moest kiezen want twee was te veel voor een dag. Dus het front voor Seicheprey, met een fantastisch verhaal over Amerikanen, kwam te vervallen. Wat ik zeker wilde bezoeken was het frontdeel van de mijnenoorlog in het Bois de Mort Mare. Daar had ik al wat vooronderzoek naar gedaan, en geprobeerd de mijnkraters op de kaart in te tekenen, met de datums van de mijnexplosies er bij. De Franse en de Duitse verslagen hierover lopen nogal uiteen zoals gewoonlijk. 

Mijnkraters in het Bois de Mort Mare

Meest oostelijke deel, bij Flirey, oost van de D904, is een stukje bos bestempeld als historisch circuit. Bordjes erbij, monument, hekjes met kettingen, enz. Ik kon vier grote kraters goed herkennen, er zouden er zeven moeten zijn. Helemaal aan de andere kant van het mijnengebied, waar vroeger een spoorlijn doorheen liep, is niets meer te vinden want het is open terrein, geëgaliseerd en weer in gebruik genomen als akker. Dat is jammer want over deze sectoren aan weerskanten van de spoorlijn, de sectoren Cottiard en Ritz, is juist veel geschreven. Daar tussenin is een vrij langgerekte bosrand waar veel mijnkraters te zien zijn, in het wild zeg maar. Hier zijn de eerste mijnen afgegaan die nog niet zo’n grote springlading hadden en dus ook minder grote kraters veroorzaakten. Waarschijnlijk ook kleine kraters door camouflets. In een iets verder teruggebogen deel van de Duitse frontlijn is zowaar wat betonwerk te vinden. Voor meer beton moet je waarschijnlijk veel verder terug het achterland in, als ik kijk wat er allemaal op de kaart staat aangegeven.

Wat ik hier in het bos wel voor het eerst gezien heb is wild. Eerst drie herten met grote geweien, later drie reeën, allemaal in grijze winterjas. Daarna stoven ook nog een aantal zwijnen door de struiken.

Ik besloot als laatste in het achterland, tussen Euvezin en Vieville, de Gefechtsstand 51. Ersatz Brigade te zoeken. Tot mijn verrassing vond ik veel meer dan dat. Ik had allereerst moeite een parkeerplek te vinden. Het ligt aan een smalle weg zonder uitwijkmogelijkheden en met modderige bermen. Ik wilde niet het risico lopen weer vast te komen zitten, en daarom toch minstens twee wielen op de verharding te houden. Dat leverde een wat rare plek op, althans ik had het zelf liever anders gezien, maar ik wist niet beters. Toen ik al van de auto weg liep naar het bos, stopte een Fransman luid toeterend, hij kwam hard en slingerend achteruit rijdend naar mij toe, gevaarlijk dicht langs een andere passerende auto. Hij draaide zijn raampje open en vroeg me of ik soms pech had met de auto. Ik zei dat ik er was voor een fotomomentje. O, zei hij toen, pas maar op voor de wilde zwijnen. Ik bedankte hem dat hij gestopt was en voor zijn aangeboden hulp. Het was niets, zei hij en reed verder. Het was de eerste keer in vijf dagen dat ik onderweg contact had met een mens. Verder nergens iemand gezien.

 


Direct langs de weg, net in de bosrand, stond een andere Gefechtsstand dan degene waar ik naar op zoek was. Dit was dus bijvangst. De Gefechtsstand van de Ersatz Brigade lag aan de andere kant van de weg wat verder het bos in. Het was een complex van meerdere bouwsels, gedeeltelijk ondergronds en het zou me niet verbazen als ze ondergronds met elkaar in verbinding stonden. Het was mogelijk om naar binnen te gaan maar ik heb dat niet gedaan.

Ik wilde een poging doen om Regimentsstab 52 en Gefechtsstand 29. Ersatz Brigade te bezoeken, die dicht bij elkaar op mijn route lagen, maar ik zag ze niet meteen en het was te laat en te donker om nog verder te gaan.

 

Conclusie

Ik heb aan deze reis een enigszins ontevreden gevoel overgehouden en ik weet niet goed hoe dat komt. Eigenlijk waren de condities juist heel goed. Droog weer, kale bossen en temperaturen ruim boven nul. Vandières als verblijfplaats kon haast niet beter, bijna op het slagveld. Ook al was het hotel een beetje eigenaardig, met geheel eigen opvattingen over openingstijden, een regelneef als hotelbaas die precies wilde weten hoe laat weg, hoe laat komen, hoe laat eten, enz. Nogal beklemmend. En aan de hygiëne haperde ook wel wat, met een seniele schoonmaakster die alles maar half deed en een fruitvliegjesplaag in december.

Nee, dat was het allemaal niet wat mijn gevoel van ontevredenheid voedde. Ik denk dat het komt door het gebrek aan vondsten, en vooral ook de kwaliteit daarvan. Misschien was ik iets verwend geraakt daar aan de oostkant van de Moezel, met veel betonnen bouwwerken in goede staat. Hier is het lang zoeken naar armzalige hoopjes restanten. Lichtpuntjes kunnen de locaties ver achter het front zijn, want tussen de aller voorste loopgraaf en het verre achterland zit eigenlijk niets. Alleen maar loopgraven, veel loopgraven.

 


 

 

vrijdag 5 december 2025

Het Maelwael van Lymborch Huis

Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch, grondleggers van de Nederlandse schilderkunst in de middeleeuwen. In Nijmegen is een klein museum gewijd aan hun leven en werk, waar op vaste dagen en tijdstippen rondleidingen gegeven worden.

Rondleiding is misschien al een iets te groot woord want na de ontvangst en het winkeltje wordt de bezoeker binnengeleid in een kleine ruimte waar het verhaal verteld wordt en een filmpje vertoond. Er is nauwelijks eigen collectie, alleen reproducties, en het zal dus ook nooit een officiële museumstatus krijgen.

 


Niettemin een mooie plek om iets meer te weten te komen over deze Nijmeegse kunstenaarsfamilie. Het huis is het geboortehuis van de drie broers Van Lymborch. We blijven hier in Bourgondische sferen. Drie generaties Maelwael en Van Lymborch werkten voor de groten der aarde en dat waren op dat moment de Franse koningen en Bourgondische hertogen. 

In maart en april van 2025 hebben de "Ridders van Gelre" een documentaireserie gemaakt in 8 afleveringen over de gebroeders van Lymborch in Frankrijk, en hun werk voor de hertog van Berry. Voor wie het eens wil bekijken bij omroep Gelderland:
https://www.gld.nl/tv/aflevering/ridders-van-gelre/295192

Om bij het begin te beginnen iets over de familierelaties. Johan Maelwael is de bekendste en meest getalenteerde Maelwael maar niet de eerste generatie. Zijn vader Willem en oom Herman waren ook al schilder en heraldicus. Ze beschilderden en versierden wapenborden, vaandels, schilden, harnassen en andere wapenuitrustingen. Hun voornaamste opdrachtgever was hertog Willem I van Gelre. De familie was zeer welgesteld, had veel vastgoed in Nijmegen en connecties in hoge kringen. Van Johan Maelwael is niet precies bekend wanneer hij leefde maar ongeveer 1370-1415, werkte eerst in Nijmegen en kwam via familierelaties in dienst bij Filips de Stoute en verhuisde zijn werkplaats via Parijs naar Dijon, de hoofdstad van Bourgondië.
Johan Maelwael had een zus, Metta, die uitblonk in borduurwerk, dat toen als kunstvorm zeker zo hoog stond aangeschreven als schilderkunst. Zij trouwde met Arnold van Lymborch die te boek stond als beeldsnijder. Het stel kreeg zes kinderen waarvan de drie zonen Herman, Paul en Johan furore zouden gaan maken in Bourgondische dienst, bij Filips de Stoute maar vooral ook bij diens broer, hertog Jan van Berry. 



Duc de Berry

Iedereen kent wel de Très Riches Heures du Duc de Berry en misschien ook Les Belles Heures du Duc de Berry, maar weinigen weten dat de platen in deze getijdenboeken gemaakt zijn door de gebroeders van Lymborch, omstreeks 1405-1409 en 1411-1416. De grenzen tussen verschillende kunstvormen waren toen nog niet scherp afgebakend. Boekverluchting was niet het enige, ze deden allerlei vormen van schilderwerk zoals schilderen van wapenborden, banieren, interieurschilderingen, vergulden, polychromeren van houtsnijwerk en ze hadden zelfs een opleiding tot goudsmid. Ze werkten voor de rijkste personen op aarde en waren de best betaalde kunstenaars van hun tijd. 

 

Qua compositie, kleurgebruik, perspectief, waren ze hun tijd ver vooruit. Volgens de verhalen zouden ze in veel dingen het eerst zijn geweest: voor het eerst op doek geschilderd, het eerste ronde schilderij, het eerst een sneeuwlandschap geschilderd, enz. Ik weet niet wat ik daar allemaal van moet geloven, maar vooruit, iemand moet de eerste zijn. Wat kleur betreft: opvallend is het overdadige gebruik van blauw, het blauw van lapis lazuli, dat toen kostbaarder was dan goud (wat ze overigens ook veel toepasten). Hun opdrachtgevers wilden pronken met hun rijkdom.

De drie broers Van Lymborch zijn niet oud geworden want ze zijn alle drie slachtoffer geworden van de pest. Ze zijn relatief onbekend gebleven tot aan de oprichting in 2002 van de Stichting Maelwael Van Lymborch. Er zijn intussen exposities geweest in alle grote kunstmusea ter wereld, New York, Berlijn, Parijs, Londen, en zelfs Amsterdam.
In Frankrijk is de naam Maelwael verfranst tot Malouel, zo staat het ook bij het werk dat in het Louvre te zien is, en in Frankrijk wil men graag geloven dat het Franse meesters zijn.

zie ook:  https://maelwaelvanlymborch.nl/
en:  https://www.maelwaelvanlymborchstudies.com/

Catacomben

En dan is er nog de kelder. Nog niet zo lang geleden ontdaan van eeuwen puin. Er is een vitrine met scherven, glaswerk en andere brokstukken die in het puin gevonden zijn, en een werktafel waar schilderspulletjes te zien zijn zoals ze in de Lymborch-tijd gebruikt zouden kunnen zijn. Pigmenten, bindmiddel, gereedschapjes, kleurstalen, perkament.
Aan de muur een reproductie van de onthoofding van Saint Denis, die volgens de legende daarna met zijn eigen hoofd onder de arm zou zijn weggelopen naar de plek waar hij begraven wilde worden. Johan Maelwael zou het origineel geschilderd hebben maar er worden ook andere vervaardigers genoemd.

 

 

Ik mocht van Sinterklaas een mooi boek kopen in het winkeltje, en een mok met de afbeelding januari uit de Très Riches Heures er op.

 


Gebroeders Van Lymborch Experience


Tegelijkertijd is in Nijmegen ook nog een Gebroeders Van Lymborch Experience in de Stevenskerk. In de toren van de kerk wordt op een muur een geanimeerde film vertoond met zo ongeveer hetzelfde verhaal. Het publiek moet daarvoor in strandstoelen liggen om naar boven te kunnen kijken zonder kramp in de nek over te houden aan deze experience. De tekst bij de film is ingesproken door de onvermijdelijke Bart van Loo.


woensdag 26 november 2025

Van Hollandsche Rading naar Baarn (en terug)

 

Vandaag een wandelroute waarbij ik geen rondje loop om uiteindelijk weer bij mijn beginpunt terug te komen, maar een lineaire coast-to-coast route van Hollandsche Rading naar Baarn, en dan met de trein weer terug naar Hollandse Rading waar mijn auto bij het station staat. 

Dit was de minst interessante wandeling die ik tot nu toe gemaakt heb. De route kenmerkt zich door afrasteringen en omheiningen, vaak langs rechte, geasfalteerde fietspaden. Weinig paden door vrije natuur. Ik heb wel geprobeerd steeds omwegen te maken om van die brede paden en hekwerken af te komen (er was zelfs een breed pad voor paarden met rijtuigen). Soms lukte dat, soms niet. Er zijn veel privé landgoederen waar je niet kan komen, afgewisseld met afgeschermde natuurgebieden met "kwetsbare natuur" of rustgebieden voor bejaarde dieren waar je ook niet mag komen. Beatrix draagt haar steentje bij met een kolossaal hekwerk rondom haar tuintje. Daar was het overigens een enorm kabaal door een mega voertuig dat iets met bladeren deed en geluidsoverlast veroorzaakte tot aan de andere kant van Lage Vuursche (hoezo rustgebieden?). Het paleisbos bij Soestdijk is ook niet vrij toegankelijk. Juliana heeft destijds een puntje van haar bos afgestaan voor een clubhuis van de scouting. 

 

hekje Beatrix


Het was niet allemaal treurnis, er zijn ook wel echt mooie stukjes, maar ze zijn schaars. 

 


 

Dit heet op de kaart Bosberg maar het is juist een kuil

 

Productiebos

 

Wat zijn herfstmaatregelen? En waarom moet een overweg daarvoor langer dicht zijn? De treinen rijden misschien langzamer? Of gaat deze overweg helemaal niet meer open tot de herfst voorbij is? En na de herfst komen natuurlijk nog de wintermaatregelen!


 

zaterdag 15 november 2025

2x Utrechtse Heuvelrug - Leersumse Veld en Amerongse Berg - 5 en 14 november 2025

Leersumse Veld en Leersumse Plassen - 5 november 2025

Leersum is een plaatsje dat behoort tot de gemeente Utrechtse Heuvelrug en ligt tussen Doorn en Amerongen. Van hieruit is het leuk wandelen. Ik heb gekozen voor een rondje om het Leersumse Veld.

Aan de noordrand van Leersum, net voor je het bos in gaat, staan op korte afstand van elkaar twee torens. Het eerste is eigenlijk een grafmonument, of mausoleum. De neoclassicistische Tombe van Nellesteijn is een ontwerp van J.D.Zocher jr. de architect van de Beurs van Zocher, de beurs van Amsterdam die er stond voor dat Berlage een grotere en nieuwere beurs bouwde. Maar Zocher was eigenlijk ook landschaps- en tuinarchitect. In veel steden zijn Zocher parken en tuinen. In Amsterdam is het Vondelpark door hem ontworpen en ook de tuin bij Slot Zeist is van zijn hand. 
De andere toren is echt bedoeld als uitkijktoren. Ik weet niet waar je dan op uit moet kijken, misschien zag de omgeving er vroeger anders uit. Het is de Uilentoren met op de hoeken vier uilen. Eén van de uilen was er ooit afgevallen en verdwenen. Er is toen een replica gemaakt zodat het er weer vier waren. Jaren later kwam de eerste uil weer boven water. Teruggebracht door de weduwe van degene die hem had meegenomen, en waar hij al die tijd in de tuin had gestaan. Nu zijn er dus vijf uilen maar de vijfde moet vanaf de grond toekijken, tot er weer een afvalt.

 


 

 Wat eten die koeien (jonge stieren) hier eigenlijk?

 Leersumse Veld

 Het Leersumse Veld

 


Leersumse Plassen 

Ten noorden van het Leersumse Veld aansluitend de Leersumse Plassen. Dan wordt het interessant landschap.

 


 

Kapotgereden door paarden

 

Ook hier drukt de mens weer overal zijn stempel op het landschap, met hekken, bordjes, verboden en verplichte routes. Deze boom mag niet eens gaan liggen waar hij zelf wil, daar moet weer ingegrepen worden.

 

Amerongse Berg - 14 november 2025

Vlak bij Leersum ligt Amerongen. Voordat Kaiser Wilhelm II in Doorn ging wonen verbleef hij eerst anderhalf jaar op Kasteel Amerongen, bij Graaf Bentinck, op aandringen van de Nederlandse regering. Een beetje tot verdriet van de graaf want Wilhelm kapte er ook hier al lustig op los. Gelukkig is er toch nog wat bos blijven staan en daar ben ik vandaag. Bij het kasteel ben ik niet geweest. Het schijnt wel mogelijk te zijn om het te bezoeken. Ander keertje misschien.

 


Erosiedal 

Na een poosje lopen door het Amerongse bos kom je bij deze lager gelegen open plek. Dat heet hier een erosiedal of een smeltwaterdal volgens mijn gidsje.

 

Als je stammetjes laat liggen en laat overgroeien met mos dan ziet dat er zo uit. Wel een surrealistisch beeld.

Egelmeer

 

Dit is het Egelmeer, of wat er van over is. Het staat bijna droog. De naam heeft niets met egels te maken, het heette vroeger Engelmeer dus iemand is ooit een letter vergeten, en volgens de Romeinen was het een bloedzuigermeer.

 


Zelfs midden in het bos kan je nog een putdeksel tegenkomen. Het zal bedoeld zijn voor water bij bosbrand.

 

Wortelhout komt niet van wortels. De Amsterdamse Fijnhouthandel zegt hierover: 

"Wortel betekent dat het gesneden of  gezaagd is uit knollen die als wratten tegen een stam aan kunnen groeien. Het heeft dus niks met boomwortels te maken. Wortelhout is eigenlijk zeer warrig gegroeid en dat geeft het hout zo'n uitgesproken tekening. Maar omdat dat warrige hout totaal geen verband heeft met zichzelf is het meestal erg bros."

 

Sprookjesbos met dansende en zwevende blaadjes

 

Heuvelrug of krokodil

Dit lijkt misschien een beetje op een krokodil, tenminste dat zie ik er in, maar het is een reliëf van de Utrechtse Heuvelrug. Een rug van heuvels maar als je er dicht bij bent zijn het opeens bergen. Helemaal rechts op de punt van zijn neus ligt de Grebbeberg, meer naar links het hoogste punt de Amerongse Berg van maar liefst 69 meter. Verder naar links achtereenvolgens de Maarnse Berg, Soesterberg, Bosberg, Tafelberg en bij Huizen hebben ze zelfs een 6 bergenroute.
 

Op het hoogste punt van de Amerongse berg staat een eenzame eik en die heet dan ook "De Eenzame Eik"

 Bordjesparade