Posts tonen met het label schilderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schilderen. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2025

Het Maelwael van Lymborch Huis

Johan Maelwael en de gebroeders Van Lymborch, grondleggers van de Nederlandse schilderkunst in de middeleeuwen. In Nijmegen is een klein museum gewijd aan hun leven en werk, waar op vaste dagen en tijdstippen rondleidingen gegeven worden.

Rondleiding is misschien al een iets te groot woord want na de ontvangst en het winkeltje wordt de bezoeker binnengeleid in een kleine ruimte waar het verhaal verteld wordt en een filmpje vertoond. Er is nauwelijks eigen collectie, alleen reproducties, en het zal dus ook nooit een officiële museumstatus krijgen.

 


Niettemin een mooie plek om iets meer te weten te komen over deze Nijmeegse kunstenaarsfamilie. Het huis is het geboortehuis van de drie broers Van Lymborch. We blijven hier in Bourgondische sferen. Drie generaties Maelwael en Van Lymborch werkten voor de groten der aarde en dat waren op dat moment de Franse koningen en Bourgondische hertogen. 

In maart en april van 2025 hebben de "Ridders van Gelre" een documentaireserie gemaakt in 8 afleveringen over de gebroeders van Lymborch in Frankrijk, en hun werk voor de hertog van Berry. Voor wie het eens wil bekijken bij omroep Gelderland:
https://www.gld.nl/tv/aflevering/ridders-van-gelre/295192

Om bij het begin te beginnen iets over de familierelaties. Johan Maelwael is de bekendste en meest getalenteerde Maelwael maar niet de eerste generatie. Zijn vader Willem en oom Herman waren ook al schilder en heraldicus. Ze beschilderden en versierden wapenborden, vaandels, schilden, harnassen en andere wapenuitrustingen. Hun voornaamste opdrachtgever was hertog Willem I van Gelre. De familie was zeer welgesteld, had veel vastgoed in Nijmegen en connecties in hoge kringen. Van Johan Maelwael is niet precies bekend wanneer hij leefde maar ongeveer 1370-1415, werkte eerst in Nijmegen en kwam via familierelaties in dienst bij Filips de Stoute en verhuisde zijn werkplaats via Parijs naar Dijon, de hoofdstad van Bourgondië.
Johan Maelwael had een zus, Metta, die uitblonk in borduurwerk, dat toen als kunstvorm zeker zo hoog stond aangeschreven als schilderkunst. Zij trouwde met Arnold van Lymborch die te boek stond als beeldsnijder. Het stel kreeg zes kinderen waarvan de drie zonen Herman, Paul en Johan furore zouden gaan maken in Bourgondische dienst, bij Filips de Stoute maar vooral ook bij diens broer, hertog Jan van Berry. 



Duc de Berry

Iedereen kent wel de Très Riches Heures du Duc de Berry en misschien ook Les Belles Heures du Duc de Berry, maar weinigen weten dat de platen in deze getijdenboeken gemaakt zijn door de gebroeders van Lymborch, omstreeks 1405-1409 en 1411-1416. De grenzen tussen verschillende kunstvormen waren toen nog niet scherp afgebakend. Boekverluchting was niet het enige, ze deden allerlei vormen van schilderwerk zoals schilderen van wapenborden, banieren, interieurschilderingen, vergulden, polychromeren van houtsnijwerk en ze hadden zelfs een opleiding tot goudsmid. Ze werkten voor de rijkste personen op aarde en waren de best betaalde kunstenaars van hun tijd. 

 

Qua compositie, kleurgebruik, perspectief, waren ze hun tijd ver vooruit. Volgens de verhalen zouden ze in veel dingen het eerst zijn geweest: voor het eerst op doek geschilderd, het eerste ronde schilderij, het eerst een sneeuwlandschap geschilderd, enz. Ik weet niet wat ik daar allemaal van moet geloven, maar vooruit, iemand moet de eerste zijn. Wat kleur betreft: opvallend is het overdadige gebruik van blauw, het blauw van lapis lazuli, dat toen kostbaarder was dan goud (wat ze overigens ook veel toepasten). Hun opdrachtgevers wilden pronken met hun rijkdom.

De drie broers Van Lymborch zijn niet oud geworden want ze zijn alle drie slachtoffer geworden van de pest. Ze zijn relatief onbekend gebleven tot aan de oprichting in 2002 van de Stichting Maelwael Van Lymborch. Er zijn intussen exposities geweest in alle grote kunstmusea ter wereld, New York, Berlijn, Parijs, Londen, en zelfs Amsterdam.
In Frankrijk is de naam Maelwael verfranst tot Malouel, zo staat het ook bij het werk dat in het Louvre te zien is, en in Frankrijk wil men graag geloven dat het Franse meesters zijn.

zie ook:  https://maelwaelvanlymborch.nl/
en:  https://www.maelwaelvanlymborchstudies.com/

Catacomben

En dan is er nog de kelder. Nog niet zo lang geleden ontdaan van eeuwen puin. Er is een vitrine met scherven, glaswerk en andere brokstukken die in het puin gevonden zijn, en een werktafel waar schilderspulletjes te zien zijn zoals ze in de Lymborch-tijd gebruikt zouden kunnen zijn. Pigmenten, bindmiddel, gereedschapjes, kleurstalen, perkament.
Aan de muur een reproductie van de onthoofding van Saint Denis, die volgens de legende daarna met zijn eigen hoofd onder de arm zou zijn weggelopen naar de plek waar hij begraven wilde worden. Johan Maelwael zou het origineel geschilderd hebben maar er worden ook andere vervaardigers genoemd.

 

 

Ik mocht van Sinterklaas een mooi boek kopen in het winkeltje, en een mok met de afbeelding januari uit de Très Riches Heures er op.

 


Gebroeders Van Lymborch Experience


Tegelijkertijd is in Nijmegen ook nog een Gebroeders Van Lymborch Experience in de Stevenskerk. In de toren van de kerk wordt op een muur een geanimeerde film vertoond met zo ongeveer hetzelfde verhaal. Het publiek moet daarvoor in strandstoelen liggen om naar boven te kunnen kijken zonder kramp in de nek over te houden aan deze experience. De tekst bij de film is ingesproken door de onvermijdelijke Bart van Loo.


dinsdag 26 augustus 2025

De 12 musea van Elburg - Grand Tour aflevering 30

Elburg  dinsdag 26 augustus 2025

Twaalf musea? Dat zijn verhoudingsgewijs Parijse aantallen voor een plaatsje met 24.000 inwoners. Het hangt er wel een beetje van af hoe je telt, wat je nog een museum vindt en of je de omliggende dorpen (die ook bij de gemeente horen) er ook bij rekent. Ik vind zelf twee musea voor vandaag wel voldoende. 

Elburg is een pittoresk vestingstadje, een ansichtkaartendorp. Eigenlijk is het hele plaatsje een soort openluchtmuseum met al zijn smalle straatjes en monumentenpanden. Het kan er behoorlijk druk zijn, hoewel ik in de bus van Zwolle naar Elburg 40 minuten lang de enige passagier was. En dan is er ook nog een deel Elburg buiten de vesting, maar daar ben ik niet geweest.

 


Karel Kindermans in Museum Elburg

Eén van de ontdekkingen van deze dag was de reeks prachtige illustraties in Museum Elburg waarin het middeleeuwse leven in dit voormalige klooster wordt verbeeld. Na enig zoekwerk (niet vermeld in de presentatie en niet bekend bij het personeel) kwam ik uit bij Karel Kindermans. Hij noemt zich vertellend tekenaar. Citaat van zijn website over deze opdracht van het museum:

"Museum Elburg is gehuisvest in een voormalig Agnietenconvent. Dat dateert uit de middeleeuwen. Tussen 1420 en 1570 leefden daar vrouwen volgens de regels van de derde orde van St. Franciscus.
Door fotografie met getekende lijnen te combineren bracht ik het dagelijks leven van de vrouwen in beeld. De kijker kan zich op deze manier een beeld vormen van hoe de Agnieten daar leefden."

Ik heb ook bij dit museum weer de suggestie gedaan er een stripverhaal van te maken en te gaan verkopen, of op zijn minst een setje ansichtkaarten te maken. Maar ze staan je dan aan te kijken of je gek bent.

Neem eens een kijkje op de website van deze kunstenaar want hij verdient de aandacht:
https://www.kindermans.nl/projecten/mozaiek/

 



Heilige Catharina in Museum Elburg

Een andere side-show in dit museum, waar ook niet veel aandacht aan wordt gegeven, is een wandschildering waarop drie heiligen staan uitgebeeld, en de ene is, ja daar is ze weer, de Heilige Catharina van Alexandrië. De schilderingen komen uit een ander pand in Elburg, en zijn door professionals gered, overgenomen op een paneel, gerestaureerd en in het museum geplaatst. Uiteraard was ik verheugd Catharina met haar rad hier weer te ontmoeten.


Cornelis Springer in Museum Elburg

Het museum bezit een Cornelis Springer, geschilderd in Elburg. Titel in het museum is "Bij de Ravennespoort te Elburg" maar in de oeuvrecatalogus wordt deze titel gebruikt voor een tekening die als voorstudie heeft gediend, en het olieverfschilderij heet dan "Gezichtje op de Ravennespoort te Elburg". Verhandeld in 1963 voor 250 gulden. 

 


Schildersmuseum in Museum Elburg

Museum Elburg biedt op zolder ruimte aan het oude schildersambacht. Beetje nostalgie. Hoewel een generatie of wat ouder dan het materiaal uit mijn eigen opleiding, herken ik toch veel hiervan. Hout- en marmerimitaties, vergulden, letterzetten, biezen, decoreren, houtkammetjes, goudstoffer, daskwast, enz. Tegenwoordig een stichting waar ook een schildersmuseum van Openluchtmuseum Enkhuizen in zit.

 

Roosje Vecht uit Elburg

Roosje Vecht was een joodse verpleegster geboren in Elburg die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar België ging om gewonden te helpen. Ze is dodelijk gewond geraakt in Veurne door een rondvliegende scherf van een vliegtuigbom (en niet een handgranaat zoals op de plaquette staat). Overgebracht naar het hospitaal in De Panne, het hospitaal van de koningin, waar ze uiteindelijk overleed. Ze is daarmee de enige Nederlandse verpleegster die in WO1 is omgekomen door het oorlogsgeweld. Er wordt in het Sjoel in Elburg (zie verder) wel iets aandacht aan haar besteed, in een gesproken tekst over de familie Vecht, maar niet in beeld. Op haar geboortehuis is een kleine plaquette aangebracht.

 


Een krans voor Roosje Vecht

In de periode dat ik bij het Florence Nightingale Instituut werkte (erfgoed verpleging en verzorging) hebben we aandacht besteed aan Roosje. Het was haar 100ste sterfdag en we hebben toen een krans gelegd in de Menenpoort in Ieper, tijdens een van de vele ceremonies die daar gehouden worden voor slachtoffers van WO1.

Meer over Roosje in het FNI dossier:
https://www.fni.nl/moedige-meid-in-oorlogstijd

 


De kranslegging in 2015 v.l.n.r.: Job Cohen, Nannie Wiegman (directeur FNI), Rick Ravensburg (Militaire Verpleegkunde en Verzorging)

De kransleggingen en ceremonies in de Menenpoort in Ieper zijn een volledig door de Engelsen gecontroleerde activiteit. Dat geldt voor bijna alles wat in de Westhoek gebeurt want voor de Engelsen is het hun slagveld, dus ze hebben bij alles een vinger in de pap. De Belgen staan het toe want ze verdienen goed aan de Engelsen. Busladingen steken het kanaal over, pelgrims, nabestaanden van gesneuvelden, klasjes schoolkinderen, bijna dagelijks. Bij de kranslegging ging het zo ver dat de naam van Roosje Vecht niet eens genoemd mocht worden, alleen een Engelsman die op dezelfde dag gesneuveld was werd vermeld. Dus niemand van het talrijke publiek weet voor wie die krans was die we daar neergelegd hebben. De Engelsen hebben een geheel eigen geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog die sterk afwijkt van de rest van de wereld.
(Zag vandaag een quote op facebook: Vraag een vrouw nooit naar haar leeftijd, vraag een man nooit naar zijn salaris, vraag een Engelsman nooit waar al die spullen in zijn musea vandaan komen)

Het Sjoel in Elburg

Een sjoel is eigenlijk hetzelfde als een synagoge. Elburg heeft geen joodse gemeenschap meer en het sjoel is nu in gebruik als museum. Museum voor de Joodse geschiedenis, met name natuurlijk in Elburg, aan de hand van een aantal joodse families die er gewoond hebben. Daarnaast is een kleine tentoonstelling gewijd aan Hendrik Werkman van De Ploeg, vanwege zijn illustraties bij de Chassidische legenden.



 Helaas vandaag geen beeldenstorm in Museum Elburg


 

 



 

woensdag 3 september 2014

Historisch kleurgebruik en eigentijds kleurgebruik



Bij het weghalen van het verlaagde plafond in de (nu nog) gang, kwamen enkele oorspronkelijke kleuren aan het licht. Een deel van de planken is zwart, echt gitzwart, en een ander deel is een soort koffiekleur. Rob van Mannen zegt niets over deze kleurencombinatie in zijn kleurenatlas, maar dat komt misschien omdat dat meer over exterieurkleuren gaat. Ik denk dat het een gebruikelijke kleurcombinatie was, in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Ik heb een oud stuk linoleum uit die tijd en daar zitten ongeveer dezelfde kleuren in, samen met een heel donkere, vuile groen en een al even vuile okergeel. Mijn vader heeft in de oorlog op de achterkant van dat linoleum een stadsgezicht geschilderd, bij gebrek aan schildersdoek. 


Ik was als kleine jongen al geïntrigeerd door die sombere, bijna depressief stemmende kleuren van dat stuk zeil. Mijn vader zei eens dat ze in die tijd nog geen lichtechte heldere kleuren konden maken voor interieurs, althans niet beschikbaar voor de kleine beurs. En hij kon het weten, dit soort dingen want het was zijn vak.



Het was een leuke ontdekking, die oude kleuren, maar ik doe er niets mee. Ik heb ze vastgelegd in een staaltje en dat is het dan. Binnenkort gaat de afbijt er op en dan zijn ze voorgoed verdwenen. De balken worden wit, net als de rest. Misschien laat ik ze op de planken wel zitten, verstopt achter een gipsplaatje. Als dan over een x aantal jaren weer iemand gaat slopen dan komt hij ze weer tegen. 


Ik ga meer voor eigentijds kleurgebruik. Vandaag de inloopkast een vrolijk rood kleurtje gegeven. Dat zat nog even tegen want op een gedeelte van een wand kwam tijdens het schilderen de onderlaag los. Ik had opeens allemaal schilfers aan mijn roller hangen. Ik heb de natte verf met onderlaag en al weg moeten schrappen en dat stuk opnieuw moeten doen.
De kast is met deze kleur wel erg donker geworden. Ik moet er een paar sterke lampen in hangen want anders kan ik straks mijn kleren niet eens vinden.