Posts tonen met het label Catharina. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Catharina. Alle posts tonen

woensdag 22 oktober 2025

Bourgondiërs in Limburg - Het Gulden Vlies in Venlo

De Bourgondiërs

In augustus, bij mijn eerste bezoek aan het Limburgs Museum, had ik me al voorgenomen om terug te komen voor de tentoonstelling over de Bourgondiërs. Die loopt nu een paar weken en de belangstelling is groot.

 


Voor de Gulden Vlies keten van Beatrix hoefde ik niet te gaan natuurlijk, die had ik al genoeg gezien. Maar ik was toch benieuwd hoe ze hem zouden hebben ingepast in de tentoonstelling. De keten is meteen aan het begin van de tentoonstelling te zien in een apart kamertje onder een portret van Filips de Goede, de stichter van de Gulden Vlies orde. Ze hebben er netjes bij vermeld dat het om een Spaanse ordeketen gaat. In de tentoonstelling wordt verder niet ingegaan op de splitsing in een Habsburgse tak en een Bourbon tak, en dat er nu dus twee vliesordes zijn. Dat is verdedigbaar want het is iets van na de Bourgondiërs en valt dus buiten bestek van de tentoonstelling.

 Niet in de tentoonstelling maar gewoon een leuke foto

De Orde van het Gulden Vlies is voor mij wel een kleine obsessie geworden. Ik weet nog dat ik een keer gezegd heb dat ik wel even een betere beschrijving bij de keten van Beatrix zou maken maar dat bleek een vergissing. Hoe meer ik er over te weten kwam, hoe complexer het werd. Ik heb intussen een aardig bibliotheekje gevormd over het onderwerp (veelal digitaal dan wel) met boeken over het Gulden Vlies, de boeken van Bart van Loo, de Bourgondiërs, de Habsburgers, de Spaanse successieoorlog, de mythe en de tocht van Argonauten, Jason en Medea, het goud uit Georgie (het antieke Kolchis ligt nu in Georgië), tentoonstellingscatalogi, Spaanse onderscheidingen, de schatten van het Gulden Vlies, de Ridders en de wapenborden, en nog meer. Ik kreeg steeds meer details maar het werd er aanvankelijk niet eenvoudiger op totdat ik recent, twee weken geleden nog maar, de tentoonstellingscatalogus in handen kreeg van de Gulden Vlies tentoonstelling in Brugge in 1962. Dat moet iets geweldigs geweest zijn, wat daar allemaal te zien was.
Voor in de catalogus schrijft ene Burggraaf Terlinden op 18 pagina's het hele verhaal, van de voorgeschiedenis van de orde, de symboliek, de statuten, de betekenis van de onderdelen, de religie, de introductie, tot aan de moderne tijd (tot 1962 dan wel) inclusief de opsplitsing. Zelf noemt hij het "Beknopte geschiedenis van de roemrijke ridderorde van het Gulden Vlies". Alle aspecten komen aan de orde.
Er is een wikipedia pagina over hem:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles-Alexis_Terlinden 
Terlinden is niet de eerste de beste, hij was historicus en heeft veel geschreven, ook meer over het Gulden Vlies.

Dus wil je weten hoe het zit met de Orde van het Gulden Vlies, lees dan de 18 pagina's van Terlinden en vergeet de twee maal 800 pagina's tellende woordenbrij van Bart van Loo. De tentoonstellingscatalogus uit 1962 is nog volop tweedehands verkrijgbaar, ik kocht die van mij voor 5 euro bij De Slechte in Gent.

Wapenborden


Aanvankelijk kwamen alle Ridders van de Orde elk jaar bij elkaar in een kapittel, telkens in een andere stad. Later gebeurde het niet meer elk jaar, maar met grotere tussenpozen. Er zijn 13 van zulke bijeenkomsten geweest, steeds in een kerk want de orde werd beschouwd als een religieuze gemeenschap. Voor elk kapittel werden wapenborden geschilderd van de ridders van dat jaar. In de tentoonstelling hangen vier wapenborden die bewaard zijn gebleven van het kapittel in 's-Hertogenbosch. Ze hangen normaal in het Noordbrabants museum en ik had ze daar al eens gezien. De Koninklijke Bibliotheek heeft een vrij recent boek (2024) getiteld "De Ridders van het Gulden Vlies een schitterende mythe ontrafeld", zeldzaam misleidende titel want er wordt helemaal geen mythe ontrafeld. Het boek gaat over de restauratie van de ruim 30 wapenborden van het kapittel in Mechelen. Wel een mooi uitgevoerd boek met paginagrote foto's van elk bord, voor en na de restauratie.
Ik kwam er achter dat er in 1456 een kapittel is gehouden in Den Haag en dat deze 35 wapenborden daar bewaard zijn en hangen in de Grote Kerk in Den Haag, dus die wil ik ook nog eens gaan bekijken. Er is wel een website waar ze te zien zijn:
https://www.dehuizenvanoranjeennassau.nl/28%20Heraldische%20Wapenboeken/GuldenVliesWapenborden.html

 

Niet alleen Gulden Vlies


De tentoonstelling is gelukkig veel meer dan het Gulden Vlies. Vooraf wordt veel aandacht gericht op het banket van de fazant (of pauw, of zwaan volgens de zwanenbroeders), gehouden bij het huwelijk van Filips en Isabella waarbij tevens de Orde voor het eerst is gepresenteerd. Het zou het pièce de résistance moeten zijn van de tentoonstelling maar laat dat nou net niet zo erg uit de verf gekomen zijn. Ik kreeg echt niet het idee dat het hier gaat om een rijk uitgedoste tafel en het grootste, mooiste, meest overweldigende feest dat ooit is gehouden. Veel te krap bemeten, een kale tafel met een paar opgezette dieren en enkele voorwerpen moeten het doen. Ik verwacht geen levende leeuw maar ze hadden er wel iets meer van kunnen maken.

 

Beetje overdreven aankondiging vooraf:

Neem in de tentoonstelling plaats aan de rijkgedekte tafel van het Banket van de Fazant, dat ooit de zintuigen prikkelde van hertogen, ridders en hovelingen. Terwijl je zit, hoor je de ooggetuigenverslagen van Olivier de la Marche en Mathieu d’Escouchy, die aanwezig waren bij het banket – hun woorden nemen je mee naar het feestgedruis van 1454, waar ridders grootse eden aflegden en spectaculaire taferelen zich ontvouwden. Om je heen komt het banket tot leven in beelden, geluid en sfeer. Een ervaring waarin je zelf even gast bent aan het hof. 

Mmmm. Hier moet je wel heel veel fantasie voor hebben.

 

Topstukken

Verder niets dan waardering voor de tentoonstelling. Op de website van het museum staan een aantal zeer lovende reacties en ik kan het daar helemaal mee eens zijn. Het is een aaneenschakeling van topstukken. Middeleeuwse schilderstukken, houtsnijwerk, borduurwerk, wandtapijten, zilver en goud, veel religieuze kunst, alles mooi gepresenteerd en vormgegeven.

 
Houtsnijwerk. De Heilige Catharina van Alexandrië was ook weer van de partij. Zonder rad dit keer maar met kroon en zwaard. Maar wat kruipt daar nou onder haar kledij vandaan?
 

 v.l.n.r. Een wapenboek van Gelre, de statuten van de Orde het Gulden Vlies, en Les très riches heures du Duc de Berry (kopietje natuurlijk)
 

 Enkele schilderstukken. Linksboven portretten van Karel de Stoute, Filips de Goede en Engelbrecht van Nassau.
 

 Meer religieuze kunst
 
Door de hele tentoonstelling heen is er uitleg met een audiotour, en dat werkt heel goed. Is eigenlijk onmisbaar voor een goed begrip van een en ander en ik zag dat iedereen de tijd nam om alle verhalen te beluisteren. Op veel plaatsen zijn daarvoor zitgelegenheden gemaakt. Verschillende compartimenten worden gescheiden door zwarte metalen frames. Ik dacht eerst dat het een bestaand systeem was maar toen ik zag dat er gotische boogjes in verwerkt zijn, begreep ik dat het speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt is.

Reliekhouder

Een verguld zilveren reliekhouder met een uitbeelding van Sint Joris en Karel de Stoute. Het voorwerp heeft in Wallonië de status van Kunstschat, en met de diefstal van de gouden helm in Assen in het achterhoofd, hebben ze hier het zekere voor het onzekere genomen. Het object is extra beveiligd door 3 vitrines over elkaar heen te zetten. Nog niet eerder zo gezien.

Conclusie 

Zeer geslaagde tentoonstelling. Ik ben blij dat ik er geweest ben. Wel jammer dat er geen publicatie van is gemaakt. Er wordt verwezen naar de boeken van Bart van Loo die daar in grote stapels te koop lagen, maar dan mis ik toch wel veel van de dingen die te zien zijn, zoals de schilderwerken en andere kunst. Daar vind je in die boeken niets over, en zeker geen afbeeldingen. Gelukkig hebben we de foto's nog.

 

dinsdag 26 augustus 2025

De 12 musea van Elburg - Grand Tour aflevering 30

Elburg  dinsdag 26 augustus 2025

Twaalf musea? Dat zijn verhoudingsgewijs Parijse aantallen voor een plaatsje met 24.000 inwoners. Het hangt er wel een beetje van af hoe je telt, wat je nog een museum vindt en of je de omliggende dorpen (die ook bij de gemeente horen) er ook bij rekent. Ik vind zelf twee musea voor vandaag wel voldoende. 

Elburg is een pittoresk vestingstadje, een ansichtkaartendorp. Eigenlijk is het hele plaatsje een soort openluchtmuseum met al zijn smalle straatjes en monumentenpanden. Het kan er behoorlijk druk zijn, hoewel ik in de bus van Zwolle naar Elburg 40 minuten lang de enige passagier was. En dan is er ook nog een deel Elburg buiten de vesting, maar daar ben ik niet geweest.

 


Karel Kindermans in Museum Elburg

Eén van de ontdekkingen van deze dag was de reeks prachtige illustraties in Museum Elburg waarin het middeleeuwse leven in dit voormalige klooster wordt verbeeld. Na enig zoekwerk (niet vermeld in de presentatie en niet bekend bij het personeel) kwam ik uit bij Karel Kindermans. Hij noemt zich vertellend tekenaar. Citaat van zijn website over deze opdracht van het museum:

"Museum Elburg is gehuisvest in een voormalig Agnietenconvent. Dat dateert uit de middeleeuwen. Tussen 1420 en 1570 leefden daar vrouwen volgens de regels van de derde orde van St. Franciscus.
Door fotografie met getekende lijnen te combineren bracht ik het dagelijks leven van de vrouwen in beeld. De kijker kan zich op deze manier een beeld vormen van hoe de Agnieten daar leefden."

Ik heb ook bij dit museum weer de suggestie gedaan er een stripverhaal van te maken en te gaan verkopen, of op zijn minst een setje ansichtkaarten te maken. Maar ze staan je dan aan te kijken of je gek bent.

Neem eens een kijkje op de website van deze kunstenaar want hij verdient de aandacht:
https://www.kindermans.nl/projecten/mozaiek/

 



Heilige Catharina in Museum Elburg

Een andere side-show in dit museum, waar ook niet veel aandacht aan wordt gegeven, is een wandschildering waarop drie heiligen staan uitgebeeld, en de ene is, ja daar is ze weer, de Heilige Catharina van Alexandrië. De schilderingen komen uit een ander pand in Elburg, en zijn door professionals gered, overgenomen op een paneel, gerestaureerd en in het museum geplaatst. Uiteraard was ik verheugd Catharina met haar rad hier weer te ontmoeten.


Cornelis Springer in Museum Elburg

Het museum bezit een Cornelis Springer, geschilderd in Elburg. Titel in het museum is "Bij de Ravennespoort te Elburg" maar in de oeuvrecatalogus wordt deze titel gebruikt voor een tekening die als voorstudie heeft gediend, en het olieverfschilderij heet dan "Gezichtje op de Ravennespoort te Elburg". Verhandeld in 1963 voor 250 gulden. 

 


Schildersmuseum in Museum Elburg

Museum Elburg biedt op zolder ruimte aan het oude schildersambacht. Beetje nostalgie. Hoewel een generatie of wat ouder dan het materiaal uit mijn eigen opleiding, herken ik toch veel hiervan. Hout- en marmerimitaties, vergulden, letterzetten, biezen, decoreren, houtkammetjes, goudstoffer, daskwast, enz. Tegenwoordig een stichting waar ook een schildersmuseum van Openluchtmuseum Enkhuizen in zit.

 

Roosje Vecht uit Elburg

Roosje Vecht was een joodse verpleegster geboren in Elburg die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar België ging om gewonden te helpen. Ze is dodelijk gewond geraakt in Veurne door een rondvliegende scherf van een vliegtuigbom (en niet een handgranaat zoals op de plaquette staat). Overgebracht naar het hospitaal in De Panne, het hospitaal van de koningin, waar ze uiteindelijk overleed. Ze is daarmee de enige Nederlandse verpleegster die in WO1 is omgekomen door het oorlogsgeweld. Er wordt in het Sjoel in Elburg (zie verder) wel iets aandacht aan haar besteed, in een gesproken tekst over de familie Vecht, maar niet in beeld. Op haar geboortehuis is een kleine plaquette aangebracht.

 


Een krans voor Roosje Vecht

In de periode dat ik bij het Florence Nightingale Instituut werkte (erfgoed verpleging en verzorging) hebben we aandacht besteed aan Roosje. Het was haar 100ste sterfdag en we hebben toen een krans gelegd in de Menenpoort in Ieper, tijdens een van de vele ceremonies die daar gehouden worden voor slachtoffers van WO1.

Meer over Roosje in het FNI dossier:
https://www.fni.nl/moedige-meid-in-oorlogstijd

 


De kranslegging in 2015 v.l.n.r.: Job Cohen, Nannie Wiegman (directeur FNI), Rick Ravensburg (Militaire Verpleegkunde en Verzorging)

De kransleggingen en ceremonies in de Menenpoort in Ieper zijn een volledig door de Engelsen gecontroleerde activiteit. Dat geldt voor bijna alles wat in de Westhoek gebeurt want voor de Engelsen is het hun slagveld, dus ze hebben bij alles een vinger in de pap. De Belgen staan het toe want ze verdienen goed aan de Engelsen. Busladingen steken het kanaal over, pelgrims, nabestaanden van gesneuvelden, klasjes schoolkinderen, bijna dagelijks. Bij de kranslegging ging het zo ver dat de naam van Roosje Vecht niet eens genoemd mocht worden, alleen een Engelsman die op dezelfde dag gesneuveld was werd vermeld. Dus niemand van het talrijke publiek weet voor wie die krans was die we daar neergelegd hebben. De Engelsen hebben een geheel eigen geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog die sterk afwijkt van de rest van de wereld.
(Zag vandaag een quote op facebook: Vraag een vrouw nooit naar haar leeftijd, vraag een man nooit naar zijn salaris, vraag een Engelsman nooit waar al die spullen in zijn musea vandaan komen)

Het Sjoel in Elburg

Een sjoel is eigenlijk hetzelfde als een synagoge. Elburg heeft geen joodse gemeenschap meer en het sjoel is nu in gebruik als museum. Museum voor de Joodse geschiedenis, met name natuurlijk in Elburg, aan de hand van een aantal joodse families die er gewoond hebben. Daarnaast is een kleine tentoonstelling gewijd aan Hendrik Werkman van De Ploeg, vanwege zijn illustraties bij de Chassidische legenden.



 Helaas vandaag geen beeldenstorm in Museum Elburg


 

 



 

vrijdag 25 juli 2025

Breda, niets is wat het lijkt te zijn - Grand Tour 22

Breda - vrijdag 25 juli

In Breda weer een Kroningsdeksel. De aanbeveling voor plaatsing was een prominente plaats in stad of dorp, voor een stadhuis of bijvoorbeeld in een straat die verwijst naar het koningshuis. In Breda hebben ze een originele plaats bedacht: voor een openbaar toilet in het park.



MURALS 

Breda is een stad van muurschilderingen.Een honderd-tal geschilderd onder de noemer Blind Walls Gallery. Die zijn voorzien van een bordje met titel van het werk en vervaardiger, en soms een stukje tekst als de schildering gebaseerd is op een gebeurtenis ter plaatse. Daarnaast nog talloze 'wild' geschilderde muren wat het totaal op meer dan 300 zou brengen? Ik heb er maar een paar gezien. Er zijn wandel- en fietsroutes uitgezet waar je dagen mee kan vullen. 

 



Een van de muurschilderingen in de stad is een afbeelding van de Heilige Catharina, die kom je ook overal tegen. Herkenbaar aan het gebroken rad als attribuut (zie Heilige Catharina in het Ikonenmuseum Kampen), De schildering is losjes gebaseerd op een schilderij van Caravaggio volgens het bijschrift. De muurschildering bevindt zich niet in de Catharinastraat wat je misschien zou verwachten, maar op het kloosterplein tegenover het voormalige Catharinaklooster. Ze heeft als extra attributen hier gereedschappen gekregen voor archeologische opgravingen. Dat is weer een heel nieuwe taak voor Catharina, die kenden we nog niet.

 

Heilige Catharina door Studio Anti-Held en door Caravaggio

Tegenover stond dus het Catharinaklooster en daarvan rest nog de kloosterkerk. Hierin zit nu een vestiging van Holland Casino. Dat hadden de nonnen ook nooit gedacht. De kopgevel van deze kerk heeft een nieuw ingemetseld gedeelte met daarin wat vreemd gevormde ramen, net niet rond tot plat ovaal. Ik moest denken aan een kunstwerk van Jan Dibbets die ook met ronde ramen in verschillende perspectieven heeft gespeeld. Maar nee, het is niet wat het lijkt, de uitleg is simpeler, het zijn een stel vallende fiches van het casino.

 


Het Stedelijk Museum heeft een expositie over muurschilderingen. Ze hebben een tiental kunstenaars schilderingen laten maken op tijdelijke wanden in het museum. Is het dan nog street-art als je het naar binnen haalt? Niet dus. 

 


Ook raar is een beeldmerk dat ze gebruiken bij de Blind Walls tentoonstelling, buiten op straat en in de tentoonstelling zelf. Het is een foto van een soort putdeksel, of eigenlijk meer een gegoten metalen markering in de straat, die de positie van een voormalige stadspoort aangeeft. Wat het met muurschilderingen te maken heeft weet ik niet ('poort naar een andere dimensie' is wel heel vaag) maar omdat het voor mij binnen de categorie putdeksels valt wilde ik er een foto van maken. Ik op zoek naar dat deksel, natuurlijk op de plek van die poort, voor het museum of de kruising ernaast, maar niet te vinden. Navraag in het museum veroorzaakte een discussie waar op het laatst vier mensen bij betrokken waren. Niemand wist het echt maar er kwam uit dat de gebruikte foto afkomstig was van het stadsarchief, en dat de kruising nog niet lang geleden helemaal opnieuw bestraat is. Er liggen nu klinkers in plaats van de kasseien die je op de foto kan zien. Conclusie is dat het ding is verdwenen, niet teruggeplaatst, weggegooid, meegenomen door iemand. De resten van de fundering van de poort zijn ook verdwenen. We (Ze) hebben de foto nog maar zo gaat Breda dus om met erfgoed. En het museum heeft niet nagedacht bij het gebruik van die foto, in ieder geval geen rekening gehouden met het feit dat een dwaas misschien op zoek zou kunnen gaan naar het origineel.

CHASSé

Jaren geleden, in 1994 om precies te zijn, heb ik meegewerkt aan een prijsvraagmaquette voor de herontwikkeling van het Chassé-terrein, de plek van de voormalige Chassé-kazerne. Onze inzending, van architect Ashok Bhalotra/Kuiper Compagnons heeft toen niet gewonnen, maar gekozen is voor een team met daarin onder andere Rem Koolhaas/OMA. We hadden een maquette met ingebouwde verlichting en ik herinner me nog dat we de grootste moeite hadden om hem lichtdicht, dus zonder lichtlekkages, te krijgen.

Ik heb een stukje van het gebied gelopen en herkende alleen het Chassé-theater van Hertzberger met zijn markante golvende dak. In het programma van eisen destijds was voorgeschreven een groen maaiveld zonder auto's, parkeren ondergronds, en verspreid in het groene maaiveld woontorens voor een bepaald aantal woningen. Daartussendoor slingerende voet en fietspaden. Dat is het dus ook geworden maar of dat nou een aantrekkelijke woonomgeving oplevert kun je je afvragen. Ik vond het nogal doods en niet op menselijke schaal. Ik begrijp dat er nu al weer plannen zijn voor een nieuwe herontwikkeling. Is het dus echt zo dat moderne architectuur maar 30 jaar meegaat, zoals ze van de Vinex-wijken beweren?

 



 Het gele woongebouw is Trespa-punaisebouw

 

 Ook dit is Breda:



 

dinsdag 22 juli 2025

Ikonisch Kampen - Grand Tour deel 21

 22 juli 2025 - Kampen

EEKA fabriek

Vanuit de trein zag ik een oud en vervallen fabrieksgebouw. Vroeger was dat voor mij een geliefd foto-onderwerp. Ik ging voor oud industrieel erfgoed naar de Londense Docklands, naar het kolen- en staalgebied in Lotharingen, de Borinage en het Saarland. Vanaf het station liep ik een stukje terug, strikt genomen niet in Kampen maar in IJsselmuiden, en kwam bij de fabriek, die toch niet zo heel erg verlaten was als ik dacht maar gebruikt wordt door kunstenaars en andere creatievelingen. Op het terrein kwam ik de beheerder tegen die me vertelde dat het een oud gebouw is van de voormalige meubelfabriek EEKA. Hij bood me aan ook even binnen een kijkje te nemen waar ik natuurlijk graag op inging. Binnen is het helemaal opgeknapt en heb je niet het idee in een vervallen fabriek te zijn. Met gevoel voor de historie van deze plek heeft men van marktplaats zelfs enkele EEKA meubeltjes op de kop weten te tikken die hier en daar zijn neergezet. Het zijn vooral houten kantoormeubelen.



Ikonenmuseum Kampen

Fascinerend is het Ikonenmuseum. Zonder beeld van wat ik kon verwachten werd ik gegrepen door de schoonheid van de ikonen. Ik weet niets van de bijbelse verhalen die worden uitgebeeld, niets van de religieuze achtergrond maar ik beoordeel ze gewoon op hoe ze er uit zien, de enigszins naïeve stijl, de steeds terugkomende kleurcombinaties met veel rood en goud, de paneeltjes waarop ze zijn geschilderd. Je zou er stil van worden. En het museum heeft er veel, enkele duizenden hoorde ik later, waarvan er toch wel zo'n 150 te zien zijn denk ik. De ikonen ademen voor mij dezelfde sfeer als de shadow-boxes van Joseph Cornell, je weet niet wat de kunstenaar bedoelt, welk verhaal er bij hoort, maar het is fascinerend om naar te kijken.

 


Heilige Catharina 

Ik had een vraag bij een bepaald icoon, die de suppoost niet kon beantwoorden. Het was een icoon met drie vrouwen, de middelste daarvan zou volgens het bijschrift de heilige Catharina van Egypte zijn. Ik vroeg me af of dit dezelfde persoon was als de heilige Catharina van Alexandrië, die voorkomt op de Russische Orde van de Heilige Catharina. 
De conservator werd er bij gehaald, en deze gezellige, vriendelijke man bleef praten en praten en praten. De ene zijsprong na de andere. Het zweet parelde op zijn voorhoofd. Geweldig zo'n bevlogen man. Hij merkte aan mij dat hij beet had en hij liet niet meer los. Het ging uiteindelijk toch ook nog over de heilige Catharina waar ik naar gevraagd had en het was inderdaad de Catharina die ik dacht. Ze staat op het icoon echter niet afgebeeld met de gebruikelijke attributen zoals het rad waarop ze gemarteld werd. Ze is wel afgebeeld met een kroon, ik vond dat vreemd maar volgens mijn pas verworven 'Christelijke symboliek en iconigrafie' klopt dat wel degelijk.


In het verlengde van de ikonen is er een presentatie van lakwerk kistjes. Ik ken soortgelijke kistjes uit de KV collectie maar de uitleg hierbij zorgde er voor dat het een eye-opener werd. Allereerst de fabricage. Nooit gedacht dat ze gemaakt werden van papier-maché vermengd met olie, eiwit en hardingsmiddel, daarna in meerdere stappen verhit tot 600 graden. Een proces dat 1 of 2 maanden kon duren. Vervolgens een beschildering met een veelkleurige voorstelling en na droging meerdere lagen lak die aangebracht werd door aparte lakmeesters in absoluut stofvrije omstandigheden.
En dan nog een opmerkelijk feit. De voorstellingen zijn meestal Russische sprookjes, niet alleen omdat ze dat zo leuk vonden maar het was na de Russische revolutie in 1917 niet meer toegestaan om religieuze voorstellingen te maken. Door middel van de lakdoosjes is de techniek van het ikonenschilderen niet verloren gegaan en kon het na de val van de sovjetunie weer worden voortgezet.

In hetzelfde museum een tentoonstelling met werk van Henk Helmantel. Je kan er van zeggen wat je wil maar hij kan wel fenomenaal schilderen. Ik moet bekennen dat ik bij hem altijd een beetje een Jopie Huisman associatie heb, heel onterecht natuurlijk. Maar waarom schildert hij dan ook alleen maar van die suffe stillevens. 

 


In de stad zijn een aantal art-nouveau panden te vinden, die volgens een uitleg bij het informatiepunt in de stadskazerne, nu allemaal onder handen worden genomen, opgeknapt, opgeschilderd, in oorspronkelijke kleuren. Geel, mosgroen, ijzeroxiderood (dodekop), precies de kleuren die de watertoren in Schoonhoven volgens mij ook hoort te hebben, maar dat wil niemand geloven.

 

 

Het Stadsmuseum Kampen is voor langere tijd gesloten, dat wist ik vooraf, maar in de voormalige synagoge is een soort dependance van het museum. Daar heeft textielkunstenares Christie van der Haak een installatie gemaakt, en deze mevrouw houdt heel erg van patronen. Ze legt in een filmpje uit hoe je er naar moet kijken zonder gek te worden.

 
Het koningshuis is ook nooit ver


 

 En pas op voor de duif