Ik heb mij vandaag tot diep in de biblebelt gewaagd. Voor de gelegenheid een elektrische fiets gehuurd voor een dag, want ik voelde me niet fit genoeg om het zonder hulpmiddel te doen.
Met de pont de rivier over en je zit in de Alblasserwaard. Een leeg landschap met kaarsrechte ruilverkavelingswegen dat geregeerd wordt door SGP en ChristenUnie. Het wordt een soort weerzien want ik heb 45 jaar geleden gewerkt in deze contreien.
De boeren hier zijn natuurlijk godvrezend en ik heb dan ook vrijwel nergens een omgekeerde vlag gezien of een andere vorm van boerenprotest. Hoe anders is dat in de Krimpenerwaard.
De Betuwelijn en het riviertje de Giessen
Goof IJzerman, de fietsenmaker waar ik vroeger vaak kwam en waar ik twee keer een brommer heb gekocht, zat hier op het hoekje in Vuilendam. Nu is een paar meter verderop een grote vestiging van BikeTotaal.
Kerkepad
Ik ken de mensen in deze regio maar al te goed en ik versta ook het dialect dat volgens mij het lelijkste is van heel Nederland. Veel woorden eindigen op ie of gie of chie. Bijvoorbeeld een dingetje wordt uitgesproken als dinchie en een jongetje is een jonchie.
Plaatsnamen zijn ook grappig. Brandwijk heet hier Braanik en Woudrichem is Woerekum en voor Wijngaarden zeggen ze Wingerde.
Kaartje met kernen en dialecten in de Alblasserwaard
Anekdotes
Even tussendoor een oude anekdote (van voor mijn tijd) die veel zegt over de aard van het beestje in deze streken. Het dateert uit de tijd dat de mensen nog kachels met steenkool stookten. De plaatselijke kolenhandelaar kwam met zakken van 1 mud langs de huizen. Bij een klant kreeg de kolenboer dan de opdracht het kolenhok vol te storten met kolen. Toen er een andere kolenboer kwam mocht die ook weer het kolenhok volgooien en daarna afrekenen.
- Mevrouw dat is dan 12 mud.
- Nee, kolenboer je moet het volgooien, er gaat 13 mud in het hok.
- Nou mevrouw het hok is echt vol en ik krijg er geen mud meer bij.
Had die vorige kolenboer jarenlang 13 mud afgerekend in plaats van 12 mud. En waarschijnlijk niet alleen bij één huis. Ik zal zijn naam niet noemen maar het was de schoonvader van de baas waar ik toen voor werkte. Op zondag wel vooraan in de kerk.
Nog een anekdote, maar dan een die ik zelf heb meegemaakt en nooit zal vergeten. Ik ging in die tijd met een brommer naar mijn werk. Op een dag kreeg ik pech in het gehucht Ottoland. Een lintbebouwing die destijds landelijk in het nieuws is geweest omdat er in één nacht vijf boerderijen zijn afgebrand. Het vuur sloeg van het ene rieten dak over naar het andere. Niemand was hier verzekerd tegen brand want dat was niet de bedoeling van god. Gebruik makend van het ramptoerisme werd aan de twee uiteinden van het dorp een melkbus met gleuf neergezet waar mensen geld in konden doneren. De week daarna reed hele dagen een brandweerwagen door het dorp heen en weer met een reclame voor een brandverzekering op het dak maar ik denk niet dat er veel klanten bij zijn gekomen.
Maar goed, brommerpech dus. Van het boerenerf waar ik was gestrand kwam iemand naar me toe gelopen. Wat scheelt er jonchie? Na opname van de schade werd de zoon des huizes bijna letterlijk aan zijn oor er bij gesleurd en kreeg de opdracht (lees: het bevel) van zijn vader om mijn brommer te repareren. Tegenspraak was hier niet gebruikelijk. Ik moest mee naar binnen en kreeg ongevraagd een bord soep voor mijn neus. Maar voor het eten kwam eerst een enorme bijbel op tafel. Ik had nog nooit zo'n dikke gezien. En er werd een verhaal opgedreund dat volledig aan me voorbijging. Toen moest ik naar huis bellen want mijn moeder zou ongerust zijn. Alles gebeurde op gebiedende wijs. Natuurlijk ontzettend behulpzaam en goed bedoeld maar ik voelde me de hele tijd behoorlijk ongemakkelijk en was blij toen ik op mijn intussen gerepareerde brommer verder kon rijden. Er was me nog wel gevraagd of ik ook naar de kerk ging en het speet me oprecht om ontkennend te moeten antwoorden. Ik was nog net niet bekeerd.
Ik weet niet hoe dat komt maar ik heb hier steeds het gevoel dat ik in de gaten gehouden word, of dat ik iets niet goed doe. Onbehaaglijk gevoel.
Scheepsbouw aan de Merwede
De putdeksels in Sliedrecht hebben een afbeelding van een baggerschip
De plaatsen aan de Merwede zijn sterk verbonden met de scheepsbouw. Sliedrecht is bekend vanwege de bouw van baggerschepen en het is dus niet toevallig dat daar het baggermuseum is. Niet alleen de scheepswerven zelf, zoals De Merwede, Van Rees, De Klop en IHC maar je vindt er ook veel bedrijfjes die van de toelevering aan de werven afhankelijk zijn. Het bedrijf waar ik werkte viel daar eigenlijk voor een deel ook onder want wij deden de belettering en de signaleringen aan boord van de schepen, voornamelijk bij Van Rees. Ik ben vaak aan boord in de machinekamers geweest om kleurcoderingen op de wirwar van leidingen aan te brengen. Ook deden we de scheepsnamen op de romp van het schip. Ik zou daar nog talloze anekdotes van kunnen ophalen, zoals de discussies met een Griekse reder die letters op zijn schip had besteld van een meter hoog en toen hij ze ging nameten constateerde dat ze maar 80 centimeter waren. Maar zijn schip was nu eenmaal niet groter, het paste gewoon niet. En hij wilde het maar niet begrijpen. Ook begreep hij niet dat ronde letters en letters die op een punt uitlopen, onder en boven door de regel heen gaan als visuele compensatie, en dus iets groter zijn dan de rest. Hij zat maar door een loepje naar de letters in de krant te turen om te controleren of het daar ook zo was. Hij dacht waarschijnlijk dat hij in de maling genomen werd.
Ik ben nog wel altijd trots op een uitvinding die ik heb gedaan voor de situaties waarbij de naam van het schip met metalen letters op de romp wordt gelast. Ik heb toen een tekening bedacht met perforaties waar de lasser doorheen kon lassen om de letters vast te zetten.
En hoe zat het nu ook al weer met het logo van een rederij dat op de schoorsteen van een zeesleper moest komen. De schoorsteen lag nog in onderdelen in de montagehal en ik meen me te herinneren dat het logo toen eerst per ongeluk ondersteboven is aangebracht omdat niemand wist hoe de onderdelen van die schoorsteen in elkaar hoorden en niemand kon vertellen wat onder en boven was.
Het pand van voormalig schildersbedrijf Nederveen aan de Molendijk. Op de onderverdieping onder aan de dijk zat SNS Reklame waar ik werkte. Voor het honderdjarig bestaan van het bedrijf in 1980 had ik over de volle breedte van het pand op de gevelpanelen een decoratie gemaakt waar alle facetten van het bedrijf werden uitgebeeld. Ik heb nog gezocht naar een foto maar vond alleen een paar detailfoto's. Mijn chef destijds vond dat ik iets gemaakt had in communistische propagandastijl, en dat was waarschijnlijk ook zo, maar Nederveen vond het prachtig. En het was 1980, er waren nog niet veel mogelijkheden om zoiets te maken, alles moest op het oog en uit de hand. Ik had alleen een foldertje van het bedrijf.
In die periode zat ik in militaire dienst. Mijn verlofaanvraag voor de jubileumviering en de week daaraan voorafgaand, was afgewezen. Maar Nederveen nam daar geen genoegen mee. Zonder dat ik daar iets van wist heeft hij mijn majoor opgebeld. Joost mag weten hoe het hem gelukt is om de juiste persoon te vinden want hij wist helemaal niet bij welk onderdeel ik zat of in welke plaats ik gelegerd was. Ik werd bij de majoor geroepen en die zei:
- Zo De Bruijn dus jij was het niet eens met mijn beslissing!
- Ik wist niet waar hij het over had, ik wist niets van het telefoongesprek.
Ik kreeg een uitbrander, maar de majoor was de kwaadste niet en kende alsnog mijn verlofaanvraag goed.
- Die baas van jouw is wel een vasthoudend persoon, zei hij nog.
Het was blijkbaar een lang en verhit telefoongesprek geweest.
Nederveen is in 2011 failliet gegaan en het pand is nu in vieren verdeeld voor vier verschillende bedrijven.
Baggermuseum Sliedrecht
Het baggernuseum staat schuin tegenover het Nederveen pand en is gehuisvest in het oude woonhuis van de baggerfamilie Volker. Hoewel ik meer dan 10 jaar aan de Molendijk heb gewerkt, heb ik nooit de moeite genomen om de straat over te steken om hier naar binnen te gaan. Binnen ademt het pand nog de sfeer van begin 20e eeuw, met veel glas-in-lood en oude plafondlampen.
De museumcollectie bestaat voor een groot deel uit schaalmodellen van baggerschepen. De baggeraars werkten letterlijk tot in alle uithoeken van de wereld, van de poolcirkel tot het midden-oosten.
Modellen van de stormvloedkering in de IJssel tussen Krimpen en Capelle, en van de Maeslandkering, resp. de oudste en de nieuwste waterstaatkundige werken.
Museum De Koperen Knop in Hardinxveld-Giessendam
tentoonstelling Blauw-Wit
Het geplande bezoek aan de tentoonstelling blauw-wit liep in eerste instantie uit op een deceptie. Het museum was onverwacht dicht.
Ik wilde het toch zien, dus twee dagen later nog eens geprobeerd. Toen zaten alle draadjes gelukkig weer aan elkaar. Alleen de lichtbakjes met rennende groene mannetjes stonden nog irritant te knipperen.
Museumboerderij en bijgebouwen: wagenloods, smederij, hoepmakerij
Binnen natuurlijk de gebruikelijke streekvoorwerpen, gereedschappen, interieurs, potten en pannen.
Armeluis-marmerimitatie in het gastenverblijf
Reconstructie van Trijntje uit 5500 v.Chr., hier gevonden tijdens de aanleg van de Betuwelijn. Vandaar de toepasselijke naam Trijntje (Waarom geen Treintje?)
Tentoonstelling blauw-wit
Hier kwam ik eigenlijk voor. Het gevaar van zo'n relatief eenvoudig concept is dat het resultaat bestaat uit voor de hand liggende, bij elkaar verzamelde blauw-witjes zoals tegeltjes en matrozenpakjes. Die zijn er ook, maar gelukkig is er ook veel meer diepgang. Een verrassende tentoonstelling waar veel verschillende uithoeken van het onderwerp worden aangeroerd. Een greep: porselein (oud en modern), gebruikstextiel, kleding, schilderkunst, interieur, reclame, verpakkingen, uniformen, gebruiksvoorwerpen, cyanotypies.
Niet gek gedaan voor een streekmuseum met beperkt budget en waarschijnlijk afhankelijk van vrijwilligers.
Blauw-wit textiel, historisch en nieuw, als kunstuiting.
Bij het textiel stond ook een pop met verpleegstersuniform, met wit hartjesschort en blauw keizerslinnen. Helaas klopte er van de beschrijving niet veel. Maar ja je kan niet alles hebben, het deed niets af aan de tentoonstelling als geheel.
Nieuwe kunst met oude scherven
Mooi bladerboek vanwege de plaatjes. De tekst bestaat uit clichés en onzin.
De tocht door de Alblasserwaard naar Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht, via Ottoland, Vuilendam, Giessen-Oudekerk, Molenaarsgraaf en Brandwijk, is een trip down memory lane geworden. Maar vooruit, mag het voor een keertje.
























































