Posts tonen met het label Gulden Vlies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gulden Vlies. Alle posts tonen

woensdag 22 oktober 2025

Bourgondiërs in Limburg - Het Gulden Vlies in Venlo

De Bourgondiërs

In augustus, bij mijn eerste bezoek aan het Limburgs Museum, had ik me al voorgenomen om terug te komen voor de tentoonstelling over de Bourgondiërs. Die loopt nu een paar weken en de belangstelling is groot.

 


Voor de Gulden Vlies keten van Beatrix hoefde ik niet te gaan natuurlijk, die had ik al genoeg gezien. Maar ik was toch benieuwd hoe ze hem zouden hebben ingepast in de tentoonstelling. De keten is meteen aan het begin van de tentoonstelling te zien in een apart kamertje onder een portret van Filips de Goede, de stichter van de Gulden Vlies orde. Ze hebben er netjes bij vermeld dat het om een Spaanse ordeketen gaat. In de tentoonstelling wordt verder niet ingegaan op de splitsing in een Habsburgse tak en een Bourbon tak, en dat er nu dus twee vliesordes zijn. Dat is verdedigbaar want het is iets van na de Bourgondiërs en valt dus buiten bestek van de tentoonstelling.

 Niet in de tentoonstelling maar gewoon een leuke foto

De Orde van het Gulden Vlies is voor mij wel een kleine obsessie geworden. Ik weet nog dat ik een keer gezegd heb dat ik wel even een betere beschrijving bij de keten van Beatrix zou maken maar dat bleek een vergissing. Hoe meer ik er over te weten kwam, hoe complexer het werd. Ik heb intussen een aardig bibliotheekje gevormd over het onderwerp (veelal digitaal dan wel) met boeken over het Gulden Vlies, de boeken van Bart van Loo, de Bourgondiërs, de Habsburgers, de Spaanse successieoorlog, de mythe en de tocht van Argonauten, Jason en Medea, het goud uit Georgie (het antieke Kolchis ligt nu in Georgië), tentoonstellingscatalogi, Spaanse onderscheidingen, de schatten van het Gulden Vlies, de Ridders en de wapenborden, en nog meer. Ik kreeg steeds meer details maar het werd er aanvankelijk niet eenvoudiger op totdat ik recent, twee weken geleden nog maar, de tentoonstellingscatalogus in handen kreeg van de Gulden Vlies tentoonstelling in Brugge in 1962. Dat moet iets geweldigs geweest zijn, wat daar allemaal te zien was.
Voor in de catalogus schrijft ene Burggraaf Terlinden op 18 pagina's het hele verhaal, van de voorgeschiedenis van de orde, de symboliek, de statuten, de betekenis van de onderdelen, de religie, de introductie, tot aan de moderne tijd (tot 1962 dan wel) inclusief de opsplitsing. Zelf noemt hij het "Beknopte geschiedenis van de roemrijke ridderorde van het Gulden Vlies". Alle aspecten komen aan de orde.
Er is een wikipedia pagina over hem:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles-Alexis_Terlinden 
Terlinden is niet de eerste de beste, hij was historicus en heeft veel geschreven, ook meer over het Gulden Vlies.

Dus wil je weten hoe het zit met de Orde van het Gulden Vlies, lees dan de 18 pagina's van Terlinden en vergeet de twee maal 800 pagina's tellende woordenbrij van Bart van Loo. De tentoonstellingscatalogus uit 1962 is nog volop tweedehands verkrijgbaar, ik kocht die van mij voor 5 euro bij De Slechte in Gent.

Wapenborden


Aanvankelijk kwamen alle Ridders van de Orde elk jaar bij elkaar in een kapittel, telkens in een andere stad. Later gebeurde het niet meer elk jaar, maar met grotere tussenpozen. Er zijn 13 van zulke bijeenkomsten geweest, steeds in een kerk want de orde werd beschouwd als een religieuze gemeenschap. Voor elk kapittel werden wapenborden geschilderd van de ridders van dat jaar. In de tentoonstelling hangen vier wapenborden die bewaard zijn gebleven van het kapittel in 's-Hertogenbosch. Ze hangen normaal in het Noordbrabants museum en ik had ze daar al eens gezien. De Koninklijke Bibliotheek heeft een vrij recent boek (2024) getiteld "De Ridders van het Gulden Vlies een schitterende mythe ontrafeld", zeldzaam misleidende titel want er wordt helemaal geen mythe ontrafeld. Het boek gaat over de restauratie van de ruim 30 wapenborden van het kapittel in Mechelen. Wel een mooi uitgevoerd boek met paginagrote foto's van elk bord, voor en na de restauratie.
Ik kwam er achter dat er in 1456 een kapittel is gehouden in Den Haag en dat deze 35 wapenborden daar bewaard zijn en hangen in de Grote Kerk in Den Haag, dus die wil ik ook nog eens gaan bekijken. Er is wel een website waar ze te zien zijn:
https://www.dehuizenvanoranjeennassau.nl/28%20Heraldische%20Wapenboeken/GuldenVliesWapenborden.html

 

Niet alleen Gulden Vlies


De tentoonstelling is gelukkig veel meer dan het Gulden Vlies. Vooraf wordt veel aandacht gericht op het banket van de fazant (of pauw, of zwaan volgens de zwanenbroeders), gehouden bij het huwelijk van Filips en Isabella waarbij tevens de Orde voor het eerst is gepresenteerd. Het zou het pièce de résistance moeten zijn van de tentoonstelling maar laat dat nou net niet zo erg uit de verf gekomen zijn. Ik kreeg echt niet het idee dat het hier gaat om een rijk uitgedoste tafel en het grootste, mooiste, meest overweldigende feest dat ooit is gehouden. Veel te krap bemeten, een kale tafel met een paar opgezette dieren en enkele voorwerpen moeten het doen. Ik verwacht geen levende leeuw maar ze hadden er wel iets meer van kunnen maken.

 

Beetje overdreven aankondiging vooraf:

Neem in de tentoonstelling plaats aan de rijkgedekte tafel van het Banket van de Fazant, dat ooit de zintuigen prikkelde van hertogen, ridders en hovelingen. Terwijl je zit, hoor je de ooggetuigenverslagen van Olivier de la Marche en Mathieu d’Escouchy, die aanwezig waren bij het banket – hun woorden nemen je mee naar het feestgedruis van 1454, waar ridders grootse eden aflegden en spectaculaire taferelen zich ontvouwden. Om je heen komt het banket tot leven in beelden, geluid en sfeer. Een ervaring waarin je zelf even gast bent aan het hof. 

Mmmm. Hier moet je wel heel veel fantasie voor hebben.

 

Topstukken

Verder niets dan waardering voor de tentoonstelling. Op de website van het museum staan een aantal zeer lovende reacties en ik kan het daar helemaal mee eens zijn. Het is een aaneenschakeling van topstukken. Middeleeuwse schilderstukken, houtsnijwerk, borduurwerk, wandtapijten, zilver en goud, veel religieuze kunst, alles mooi gepresenteerd en vormgegeven.

 
Houtsnijwerk. De Heilige Catharina van Alexandrië was ook weer van de partij. Zonder rad dit keer maar met kroon en zwaard. Maar wat kruipt daar nou onder haar kledij vandaan?
 

 v.l.n.r. Een wapenboek van Gelre, de statuten van de Orde het Gulden Vlies, en Les très riches heures du Duc de Berry (kopietje natuurlijk)
 

 Enkele schilderstukken. Linksboven portretten van Karel de Stoute, Filips de Goede en Engelbrecht van Nassau.
 

 Meer religieuze kunst
 
Door de hele tentoonstelling heen is er uitleg met een audiotour, en dat werkt heel goed. Is eigenlijk onmisbaar voor een goed begrip van een en ander en ik zag dat iedereen de tijd nam om alle verhalen te beluisteren. Op veel plaatsen zijn daarvoor zitgelegenheden gemaakt. Verschillende compartimenten worden gescheiden door zwarte metalen frames. Ik dacht eerst dat het een bestaand systeem was maar toen ik zag dat er gotische boogjes in verwerkt zijn, begreep ik dat het speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt is.

Reliekhouder

Een verguld zilveren reliekhouder met een uitbeelding van Sint Joris en Karel de Stoute. Het voorwerp heeft in Wallonië de status van Kunstschat, en met de diefstal van de gouden helm in Assen in het achterhoofd, hebben ze hier het zekere voor het onzekere genomen. Het object is extra beveiligd door 3 vitrines over elkaar heen te zetten. Nog niet eerder zo gezien.

Conclusie 

Zeer geslaagde tentoonstelling. Ik ben blij dat ik er geweest ben. Wel jammer dat er geen publicatie van is gemaakt. Er wordt verwezen naar de boeken van Bart van Loo die daar in grote stapels te koop lagen, maar dan mis ik toch wel veel van de dingen die te zien zijn, zoals de schilderwerken en andere kunst. Daar vind je in die boeken niets over, en zeker geen afbeeldingen. Gelukkig hebben we de foto's nog.

 

donderdag 10 juli 2025

Deventer, meer dan koek en boeken ? toch ? - Grand Tour deel 17

Deventer is niet alleen koek en boekenmarkt. Tenminste, daar ging ik wel van uit. Ik wist lange tijd niet hoe ik Deventer moest typeren. Ik weet het nu nog niet. Er is niets eigens. Alles in Deventer kan je ook in andere plaatsen vinden. Dat hoeft niet perse fout of negatief te zijn. Deventer is alles door elkaar, oud en nieuw, mooi en lelijk. Rondom het historische centrum vooral stijlloze kantoorgebouwen die nergens op aansluiten. In het centrum veel plekken waar nieuwe invullingen gemaakt zijn tussen historische panden en dat gaat over het algemeen wel goed. Geen eenheid van stijl en al helemaal geen kleurplan. Wel eigen is een putdeksel dat door de hele binnenstad heen te vinden is. De openingen zijn letters en ik kan in de bovenste regel het woord DEVENTER herkennen, en de onderste regel ook maar dan op zijn kop. Daar tussenin weet ik niet. Wie helpt ? Misschien staat er niets en is het een vrij spel van letters.

 

Deventer heeft een stuk of vijf musea of pseudo-musea. Die ga ik niet allemaal aflopen want ik wil vooral iets van de stad zien. In het NS station begint het al met een 'langsloopmuseum'. Een etalage eigenlijk of is het vitrine? Een hobbyist toont hier zijn schaalmodellen van fantasie landschapjes.

EICAS

Het eerste echte kunstmuseum is het EICAS, in een oud schoolgebouw. Te zien zijn navolgers van de NUL-beweging. Maar eindeloos veel interessanter is de (gast)presentatie van galerie Blauwdruck in het souterrain. Het zijn jonge aankomende kunstenaars die aangesloten zijn bij deze galerie en nu hier een verkoopexpositie houden. Vooral werk dat gemaakt is met gevonden of gerecyclede materialen. Zo'n inspirerende sessie waardoor je meteen zelf aan de slag wil.

Geen schilderwerk maar opgebouwd uit draadjes gekleurd katoen

 Dit kan je ook doen met oude registratiekaartjes - een aaibaar papier-reliëf



Er zijn toch altijd weer mensen die iets leuks weten te bedenken. Dit gaat over iemand die workshops geeft met oude stencilmachines. Schijnt dat zelfs mensen uit het buitenland komen om kunst te maken door middel van stencillen. Ook leuk als groepsuitje, max 8 deelnemers tegelijk.

 

Geert Grote Huis

Het Geert Groote Huis is geheel gewijd aan het leven en werk van Deventenaar Geert Groote, grondlegger van de Moderne Devotie (14e eeuw). Piepklein museum met sterk moraliserend verhaal over religie, zonden, prostitutie, drankmisbruik, geweld, seks, gokken, losbandige jeugd, enz. Alleen voor liefhebbers, ik was er snel mee klaar.

Museum De Waag

Museum De Waag is eigenlijk het enige echte museum in Deventer, en zelfs dit is niet erg groot. Deventer is toch niet echt een museumstad.  

Op de begane grond de lopende wisseltentoonstelling Heavy Metal, over metaalambachten in Deventer: zilversmeden, brons- en tingieters. Niet heel uitgebreid, gelijk verdeeld over de drie ambachten, met daarbij informatie over drie families die in elk ambacht werkzaam waren. Mijn interesse ging vooral uit naar het zilver, met de familie Hallegraaf (in mijn eigen database als Hellegraaf) waarvan 12 leden als zilversmid werkzaam geweest zijn. Bijzonder in de expositie is een koperen insculpatieplaat, waar zilversmeden hum meesterteken in afsloegen. Ik dacht dat die platen veel groter waren.
Er is voor de gelegenheid een nieuw boek uitgekomen: "Deventer goud- en zilversmeden". Mooi boek, mag het Zilvermuseum aanschaffen, het is mij te duur.

 
Een insculpatieplaat en een bodebus. En wat hangt daar onderaan te bungelen, dat lijkt wel een Gulden Vlies, van zilver

 

 
Springer en Van Meegeren

Op de hogere verdiepingen meer over de geschiedenis van Deventer en schilderijen. Schilderij De Waag, van Cornelis Springer (deze is niet nageschilderd door mijn vader), en werken van de meestervervalser Han van Meegeren, die uit Deventer kwam.

 

Deventer heeft iets met fietsen: gewenst of ongewenst, in ieder geval gereguleerd, en de mooiste fietsenstalling die er is, onder de gietijzeren kap van de voormalige botermarkt.

Naar huis met een trommeltje Deventer koek. Natuurlijk van de uitvinders: Bussink Deventer Koek.


 

woensdag 18 juni 2025

Grand Tour deel 9 - Alkmaar; alles is kaas

Alkmaar - kaasmuseum, stedelijk museum en de schilderijen van Springer

Een dag later dan de bedoeling was vanwege de treinstakingen, bezoek ik vandaag Alkmaar. Mijn relatie met Alkmaar gaat terug naar de tijd dat ik nog maquettes maakte. We hadden een stadsmaquette van Alkmaar gemaakt voor in het toen net nieuw gebouwde stadhuis. Dat staat op een soort schiereiland, heeft de vorm van een banaan en eindigt op de kop in een punt. Die punt veroorzaakt binnen een driehoekige ruimte en daar was de maquette op afgestemd. De maquette bestond dus uit een driehoekige tafel van een paar vierkante meter. Niet iedereen binnen de gemeente Alkmaar kende een zelfde waarde toe aan de maquette en ongeveer een jaar later, toen de driehoekige ruimte ergens anders voor nodig was, gingen er stemmen op om de maquette maar weg te gooien. Door inzet van één man, met de volgens mij typisch Noordhollandse voornaam Joan, bleef de maquette behouden en kreeg een plaatsje tegenover de afdeling Sociale zaken. Maar toen iemand daar te horen kreeg dat zijn uitkering zou worden opgezet ging hij door het lint en smeet een volle kop koffie, met melk en suiker, over de maquette heen. Ik geloof dat we met twee man een week lang, zittend op onze knieën, huisjes hebben moeten schoonwassen. Dat was voor mij Alkmaar.

 

stadhuis en maquette

In Alkmaar schreeuwt alles KAAS. Dat begint al voor het station, met stapeltjes van steeds twee kazen van beton, die uitnodigen om op te gaan zitten. Dat kun je beter niet doen want er zitten fonteinen in verborgen. Het stationsgebouw zelf is een ontwerp van Abe Bonnema.


het station van Bonnema

Noordhollandse kaas

Wat is toch het geheim van Noordhollandse kaas. Dat wilde ik nou wel eens weten. Ik kom zelf uit een kaasregio maar voor mij geen Goudse, Stolwijkse of Vlister kaas, of wat voor kaas uit de Krimpenerwaard dan ook, er gaat niets boven oude Noordhollandse. Vanuit de trein zie ik koeien op weilanden die er toch wel een beetje anders uit zien dan bij ons. Niet van die strenge rechthoeken met alleen gras en kaarsrechte sloten, geen groene woestijn, maar soms ook kronkelende sloten en struikjes en andere gewassen op de weilanden. Is dat het? Hebben de koeien meer afwisseling in hun voeding hier? En zijn ze gelukkiger als ze niet alleen in rechte lijnen heen en weer hoeven te lopen? (melkpakkenwijsheid: koeien slapen maar 20 minuten per dag)

In de stad heb ik geprobeerd om vergelijkingsfoto's te maken, toen en nu foto's bij twee schilderijen die mijn vader heeft geschilderd en die laatst in de expositie hebben gehangen. Nageschilderd van Cornelis Springer en J.J.C. Spohler. Tijdgenoten ongeveer  (romantiek) en met hetzelfde grachtje met ophaalbrugje en in de verte de waag. De vergelijking lukte niet heel erg goed, vooral vanwege de uitbundig in blad staande bomen die al het zicht wegnemen.


 
Aan het einde van deze gracht staat de kaaswaag en daar is nu het kaasmuseum. Daar weten ze alles over kaas natuurlijk. De trap naar boven is kaas en de dame bij de ontvangst roemt mijn kaaskleurige rugzak. Leuk om de traditionele kaasmakerij weer eens te zien, die ik als kleine jongen zelf heb gezien op de boerderij van Van Zelderen waar ik altijd ging spelen. Van de fabrieksmatige productie wist ik eigenlijk niets, er is een informatief filmpje dat speciaal voor mij wordt opgestart. Aan de muur twee "stambomen" met de fusies van de vele kleine kaasmakerijen tot de twee grote fabrieken die er uiteindelijk uit voortgekomen zijn: Campina en Cono. Het museum wordt waarschijnlijk zwaar gesponsord door de firma Lutjewinkel want die kom je overal tegen. Dat begint al met een kaasblokje bij binnenkomst.



En ja hoor, een Gulden Vlies, niet van goud maar van aluminium o.i.d. dit keer.  Een wisselprijs die jaarlijks werd uitgereikt aan de kaasmakerij met de beste beoordeling voor smaak en geur. De prijs was sinds 1965 beschikbaar gesteld door restaurant Het Gulden Vlies. Het restaurant bestaat niet meer, en de prijs ook niet.
 
De stad Alkmaar lijdt aan putdekselarmoede dus daar kan ik kort over zijn. Tussen de vele oude pandjes kwam ik een paar kleurincidenten tegen: een jaren 30 pand van een kunstenaarscollectief met lichtpaars en lichtblauw schilderwerk en een woning met fel oranje kozijnen en donkerrode luiken.
Tijd voor het Stedelijk Museum. Heel simpel ingedeeld: beneden historie van Alkmaar, boven Bergense School. Begane grond niet toegankelijk want daar wordt een nieuwe tentoonstelling ingericht: Verlangen naar Egmond, over de schilders daar, die mis ik dus net want gaat over twee weken open.
 

Beneden heel veel schuttersstukken en portretten. Een uitleg over de staf die de provoost van een schutterij bij zich draagt, op alle grote schuttersstukken te zien. Gemaakt van ebbenhout en ingelegd met parelmoer en zilver. De Nederlanders hebben op Mauritius zoveel ebbenhout gekapt dat de boom daar nu is uitgestorven en heel Mauritius is ontbost. We hebben nog heel wat uit te leggen. Verder een kunstkast, die ze hier de "uitbundige kast" noemen. 
Boven dus Bergense School, soms wel kleurrijk maar over het algemeen toch een beetje somber.

In de museumwinkel kom ik opnieuw het tweedelige The Book of Colour Concepts tegen. Ik sluit niet uit dat ik het toch een keer ga kopen, maar nu niet. Mooie kleurige theedoeken ook.

Ik verlaat Alkmaar met de onvermijdelijke Rudi Carrell, wereldberoemd in heel Duitsland.



woensdag 11 juni 2025

Grand Tour deel 6 - Zwanenbroeders in 's-Hertogenbosch

 Woensdag 11 juni - Bezoek aan 's-Hertogenbosch 

De dag begonnen met een architectuurwandeling, niet aan de centrumkant van het spoor, met zijn historische gebouwen, maar in het Paleiskwartier met moderne architectuur. Nieuwbouw kan ook mooi zijn. Aparte vormen en mooie detaillering. Veel is nog in aanbouw en overal staan hekwerken om de bouwterreinen. Er is (nog) geen kleurenroute van Den Bosch. De kleurenroute die zo heet gaat eigenlijk over de grijzen van Oisterwijk, dus nu niet van toepassing. Kleuren spelen toch wel een rol in deze nieuwbouwwijk, en dan vooral variaties in baksteenkleur van geel via oranje naar rood. Kozijnen en balkonhekken kleuren mee met de bakstenen van de gevel. Waterpartijen, fonteinen en watervalletjes verlevendigen de omgeving. Jammer dan weer dat ganzen en eenden de boel zo vervuilen met hun uitwerpselen.

 



Je kan van de nieuwe wijk naar de oude stad over het spoor heen via een met groen begroeide  cortenstalen loopbrug. Daar is ook weer nagedacht over de vormgeving. Naar het oude centrum gelopen en mezelf getrakteerd op koffie met gebak. Expres geen bossche bol, ik dacht, doe bescheiden met een stukje appelgebak. Nou dat had ik net zo goed niet kunnen doen. De serveerster zette het idioot grote ding lachend neer met 'nou succes'. Het was ook voor het eerst dat ik appelgebak kreeg met volledig bestek, mes, vork en lepel er bij.

 


raadselachtige pictos op een bouwbord

Noordbrabants Museum en Design Museum

Beide musea al eerder bezocht. Tentoonstelling over een Poolse textielkunstenares sprak me totaal niet aan. In de historische opstelling hangen vier wapenborden van ridders van Gulden Vlies. Dit zijn de enige overgebleven exemplaren van het kapittel dat in 's-Hertogenbosch is gehouden. Het Gulden Vlies is een obsessie aan het worden en ik ben er nog lang niet klaar mee. Ik kom het ook overal tegen nu.

 
In het Design Museum een mooi tijdsbeeld van reclames met de vrouw in techniek en in het huishouden. Reclames die nu niet meer zouden kunnen. Word een Olivetti-girl moet duidelijk maken dat vrouwen ook met kantoorapparaten kunnen omgaan. "Be the first Olivetti girl in your office". Een andere vrouw had zelfs promotie gemaakt naar een IBM machine. Ze zit alleen aan de achterkant van de machine dus we zijn er nog niet helemaal.
In een vitrine het boekje "De denkende huisvrouw" uit 1928. Ik ga het eens aanvragen bij de KB. 
De museumwinkel hier had mij niets te bieden.
 

 

Het Zwanenbroedershuis

De middag is ingeruimd voor een bezoek aan het Zwanenbroedershuis. Dat is mijn hoofddoel voor vandaag. Beperkt open, bezoek alleen op afspraak een paar dagen per week met een rondleiding om 14.00 uur 's middags. Er is vandaag nog één andere bezoeker en er zijn drie gidsen, dus dat zal wel goed komen.
 

Ik had er al enige tijd naar uitgekeken om meer te weten te komen over de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Bij de Koninklijke Verzamelingen meerdere onderscheidingen geregistreerd van de leden van het Koninklijk Huis die lid zijn van de broederschap. Nooit helemaal duidelijk geweest hoe het precies zat met de verschillende rangen, en bijbehorende gekleurde linten. Binnen zeer veel familiewapens, portretten, zwanen, zilverwerk, porselein, en stijlvol ingerichte kamers. Ik weet niet meer hoe lang de rondleiding heeft geduurd maar ik denk wel langer dan de anderhalf uur die er voor staat. Heel veel informatie over me uitgestort gekregen en helemaal niet aan toe gekomen om binnen ook maar een enkele foto te maken, terwijl er toch veel te zien was. Het was een mooi bezoek en er zijn veel raakvlakken met het Koninklijk Huis. Het werd een nogal persoonlijk verhaal. Ik heb de suggestie gedaan om eens met een groepje een rondleiding aan te vragen in het museum van het huisarchief. Dat zal ze zeker interesseren.

 

 

woensdag 3 augustus 2016

Beelden van Medea



Gisteren kreeg ik een beeldje uit de collectie te fotograferen dat me onmiddellijk deed denken aan een scene uit een film. Hoewel ik de film al jaren niet meer gezien had kon ik me de scene nog heel goed voor de geest halen en de overeenkomst is verbluffend. Het gaat om een aardewerken beeldje van een tweewielige kar met een paardje er voor. En daarnaast een man zonder hoofd. Het afgebroken hoofd zat in een papiertje gewikkeld, en was bewaard in de kar. Ik heb er een foto van gemaakt met het hoofd op de grond liggend, naast de kar, precies zoals in de film zoals ik dadelijk zal laten zien.

De film waar dat beeldje me aan deed denken was Medea van Pier Paolo Pasolini. Een behoorlijk oude film (uit 1969 heb ik opgezocht) met Pasolini's eigenzinnige kijk op het klassieke stuk van Euripides. Ik zal niet het hele verhaal navertellen, maar alleen datgene wat nodig is om de scene te kunnen plaatsen.
Jason is met zijn Argonauten op weg gegaan naar een barbaars land om het Gulden Vlies terug te halen, dat eerder uit zijn eigen land was gestolen. Hij krijgt hulp uit onverwachte hoek, namelijk van Medea, de dochter van de koning van het land, die bovendien beschikt over duistere krachten. Ze heeft haar broer zo ver weten te krijgen dat ze er samen met het Gulden Vlies in een kar met paarden vandoor gaan. Onderweg ontmoeten ze Jason. Medea wordt op slag verliefd en besluit ter plaatse om haar broer in te wisselen voor Jason. Ze pakt een bijl en hakt haar broer in stukken. Zijn hoofd gooit ze uit de kar.

Medea (in de kar) hakt haar broer in stukken
het hoofd gaat overboord
het hoofd in het zand

Medea en Jason gaan er in de kar vandoor, begeleid door de kornuiten van Jason, tot aan de landingsplaats van hun ark (in de film een simpel houtvlot) waarmee ze naar het land van Jason terugroeien. Met de twee geliefden zal het uiteindelijk heel slecht aflopen maar het gaat te ver om dat hier te vertellen. Het hoofd van de vermoorde broer en andere brokstukken van zijn lichaam worden gevonden door achtervolgende krijgers van de koning en in een deken gewikkeld, net zoals het hoofd van ons beeldje in een papiertje gewikkeld zat.

het hoofd wordt in een deken gewikkeld
en meegenomen naar de koning
Ik heb Medea altijd een fascinerende film gevonden. Ik moet hem al wel een keer of tien gezien hebben. De bijzondere kostuums, het spectaculaire landschap waarin het gefilmd is, de primitieve muziek, alleen dat al maakt het een boeiend kijkspel. Maar er zitten ook irritante stukken in. Zoals de beginscene met een eindeloze monoloog van een centaur, die zo statisch is als een houtblok. Of de muziek die helemaal niet overeenkomt met de instrumenten die je in beeld ziet. Het is kenmerkend voor de filmstijl van Pasolini, die werkte met weinig middelen, met onbetaalde en willekeurig van straat geplukte lokalen als acteurs, met scènes die niet op elkaar aansluiten en tijdsprongen van jaren waarin de acteurs geen spat ouder worden en gewoon dezelfde kleren blijven dragen. Het maakte Pasolini allemaal niets uit, het gaat om het vertellen van het verhaal en de kijker moet zelf ook maar wat moeite doen.

kijk eens naar de fantastische kostuums
Ik heb ooit een poging gedaan om uit te vinden wie de muziek gemaakt heeft of waar het vandaan komt, maar ook dat is waarschijnlijk geïmproviseerd met lokale muzikanten. Mensen die er iets van af weten, bij de muziekbibliotheek Rotterdam of de wereldmuziekkenner en verzamelaar Hans Breuer bij mij in de buurt, kwamen niet verder dan een paar suggesties. De naam die bij de muziek op de aftiteling genoemd wordt is Elsa Morante, een bekend Italiaans romanschrijfster en ze heeft niets met de muziek te maken. Ook dat is Pasolini.
Kenmerkend voor de film is ook dat er erg weinig in gesproken wordt. Er zijn vele minuten durende periodes van stilte, of met alleen maar wat geneurie of gebrom dat lijkt op een religieuze bezwering. De hoofdrol Medea wordt gespeeld door Maria Callas, de beroemde operazangeres, maar ze zingt geen noot, en het was haar enige filmrol ooit. Ze is waarschijnlijk uitgezocht vanwege haar klassieke griekse gelaatstrekken.

Maria Callas als Medea

Hartverscheurend detail: de tweede helft van de film is opgenomen bij de oude citadel van Aleppo, waar op dit moment een hevige strijd aan de gang is tussen het Syrische leger en rebellen. Werelderfgoed dat langzaam aan het veranderen is in een puinhoop en waar zich een humanitaire ramp voltrekt.

uit de film
Aleppo actueel