Posts tonen met het label Muurschildering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Muurschildering. Alle posts tonen

vrijdag 25 juli 2025

Breda, niets is wat het lijkt te zijn - Grand Tour 22

Breda - vrijdag 25 juli

In Breda weer een Kroningsdeksel. De aanbeveling voor plaatsing was een prominente plaats in stad of dorp, voor een stadhuis of bijvoorbeeld in een straat die verwijst naar het koningshuis. In Breda hebben ze een originele plaats bedacht: voor een openbaar toilet in het park.



MURALS 

Breda is een stad van muurschilderingen.Een honderd-tal geschilderd onder de noemer Blind Walls Gallery. Die zijn voorzien van een bordje met titel van het werk en vervaardiger, en soms een stukje tekst als de schildering gebaseerd is op een gebeurtenis ter plaatse. Daarnaast nog talloze 'wild' geschilderde muren wat het totaal op meer dan 300 zou brengen? Ik heb er maar een paar gezien. Er zijn wandel- en fietsroutes uitgezet waar je dagen mee kan vullen. 

 



Een van de muurschilderingen in de stad is een afbeelding van de Heilige Catharina, die kom je ook overal tegen. Herkenbaar aan het gebroken rad als attribuut (zie Heilige Catharina in het Ikonenmuseum Kampen), De schildering is losjes gebaseerd op een schilderij van Caravaggio volgens het bijschrift. De muurschildering bevindt zich niet in de Catharinastraat wat je misschien zou verwachten, maar op het kloosterplein tegenover het voormalige Catharinaklooster. Ze heeft als extra attributen hier gereedschappen gekregen voor archeologische opgravingen. Dat is weer een heel nieuwe taak voor Catharina, die kenden we nog niet.

 

Heilige Catharina door Studio Anti-Held en door Caravaggio

Tegenover stond dus het Catharinaklooster en daarvan rest nog de kloosterkerk. Hierin zit nu een vestiging van Holland Casino. Dat hadden de nonnen ook nooit gedacht. De kopgevel van deze kerk heeft een nieuw ingemetseld gedeelte met daarin wat vreemd gevormde ramen, net niet rond tot plat ovaal. Ik moest denken aan een kunstwerk van Jan Dibbets die ook met ronde ramen in verschillende perspectieven heeft gespeeld. Maar nee, het is niet wat het lijkt, de uitleg is simpeler, het zijn een stel vallende fiches van het casino.

 


Het Stedelijk Museum heeft een expositie over muurschilderingen. Ze hebben een tiental kunstenaars schilderingen laten maken op tijdelijke wanden in het museum. Is het dan nog street-art als je het naar binnen haalt? Niet dus. 

 


Ook raar is een beeldmerk dat ze gebruiken bij de Blind Walls tentoonstelling, buiten op straat en in de tentoonstelling zelf. Het is een foto van een soort putdeksel, of eigenlijk meer een gegoten metalen markering in de straat, die de positie van een voormalige stadspoort aangeeft. Wat het met muurschilderingen te maken heeft weet ik niet ('poort naar een andere dimensie' is wel heel vaag) maar omdat het voor mij binnen de categorie putdeksels valt wilde ik er een foto van maken. Ik op zoek naar dat deksel, natuurlijk op de plek van die poort, voor het museum of de kruising ernaast, maar niet te vinden. Navraag in het museum veroorzaakte een discussie waar op het laatst vier mensen bij betrokken waren. Niemand wist het echt maar er kwam uit dat de gebruikte foto afkomstig was van het stadsarchief, en dat de kruising nog niet lang geleden helemaal opnieuw bestraat is. Er liggen nu klinkers in plaats van de kasseien die je op de foto kan zien. Conclusie is dat het ding is verdwenen, niet teruggeplaatst, weggegooid, meegenomen door iemand. De resten van de fundering van de poort zijn ook verdwenen. We (Ze) hebben de foto nog maar zo gaat Breda dus om met erfgoed. En het museum heeft niet nagedacht bij het gebruik van die foto, in ieder geval geen rekening gehouden met het feit dat een dwaas misschien op zoek zou kunnen gaan naar het origineel.

CHASSé

Jaren geleden, in 1994 om precies te zijn, heb ik meegewerkt aan een prijsvraagmaquette voor de herontwikkeling van het Chassé-terrein, de plek van de voormalige Chassé-kazerne. Onze inzending, van architect Ashok Bhalotra/Kuiper Compagnons heeft toen niet gewonnen, maar gekozen is voor een team met daarin onder andere Rem Koolhaas/OMA. We hadden een maquette met ingebouwde verlichting en ik herinner me nog dat we de grootste moeite hadden om hem lichtdicht, dus zonder lichtlekkages, te krijgen.

Ik heb een stukje van het gebied gelopen en herkende alleen het Chassé-theater van Hertzberger met zijn markante golvende dak. In het programma van eisen destijds was voorgeschreven een groen maaiveld zonder auto's, parkeren ondergronds, en verspreid in het groene maaiveld woontorens voor een bepaald aantal woningen. Daartussendoor slingerende voet en fietspaden. Dat is het dus ook geworden maar of dat nou een aantrekkelijke woonomgeving oplevert kun je je afvragen. Ik vond het nogal doods en niet op menselijke schaal. Ik begrijp dat er nu al weer plannen zijn voor een nieuwe herontwikkeling. Is het dus echt zo dat moderne architectuur maar 30 jaar meegaat, zoals ze van de Vinex-wijken beweren?

 



 Het gele woongebouw is Trespa-punaisebouw

 

 Ook dit is Breda:



 

dinsdag 15 juli 2025

Miniaturen en Otto Dix - Grand Tour deel 19 - Zwolle

Zwolle - 15 juli 2025 

Miniaturenmuseum 

Zwolle heeft een miniaturenmuseum. Geen portretminiaturen maar meer van het kaliber beschilderde rijstkorrels. Het was eerst heel grootschalig opgezet in Amsterdam, in de Beurs van Berlage, en het was één van de best gewaardeerde dingen om te doen in Amsterdam, maar toen kwam corona, moest het de deuren sluiten en de man die het had opgezet raakte al zijn geld kwijt. Nu zijn het twee kamertjes boven een cafetaria in Zwolle, Tony's Trattoria. Het cafetaria is van de zoon van de initiatiefnemer en pa mag de kamertjes gebruiken op voorwaarde dat hij helpt in de bediening van het cafetaria. Dat klinkt amateuristisch allemaal en dat doet geen recht aan wat er te zien is. Het is te hopen dat er een betere en meer permanente oplossing gevonden wordt. In de tussentijd kan je de twee kamertjes bezoeken in combinatie met een kopje koffie voor 10 euro.

De miniaturen zijn allemaal het werk van één Turkse kunstenaar; Hasan Kale. Bijnaam Microlangelo. Hij gebruikt alledaagse voorwerpjes om zijn microschilderijen op te maken, zoals een stukje kauwgum, een medicijnpilletje, luciferkoppen, spaghetti, luciferdoosje, theezakje, scheermesje, vlindervleugel, koffieboon, rijstkorrel, suikerklontje, enz. De onderwerpen zijn vaak Turks, zoals een gezicht op Istanbul en de Bosporus, maar er zijn ook miniatuurtjes van beroemde schilderijen of portretten van personen. Bij aanvang krijg je een loep mee om het beter te kunnen zien. Er schijnen ook nog werken te zijn die je alleen met een microscoop goed kan bekijken maar die zijn hier nu niet te zien.

Ik kon eigenlijk geen goede foto's maken. Ik heb het geprobeerd met camera en met telefoon, maar het meeste was onscherp. De werkjes zitten achter glas en dat hielp ook niet mee. In werkelijkheid ziet het er een stuk beter uit dan op de foto's.


Het schijnt dat veel miniatuurtjes schimmel vertonen. Nu heeft de kunstenaar toegezegd eind dit jaar naar Nederland te komen en ze allemaal "even" opnieuw te schilderen. Elke dag één. Hij doet dat in een live voorstelling in een zaaltje. Er staat dan een camera op hem gericht en publiek kan zijn kunsten volgen op een groot beeldscherm. Er zijn nu ook al filmpjes te zien op Instagram. Verbazingwekkend genoeg werkt hij zonder loep of bril. Er is ook een heel grappig filmpje waarbij een mier wegrent met een korreltje suiker waar de Turkse vlag op geschilderd is. De kleinste Turkse vlag ter wereld.

 

Wandelroutes? 

Ik dacht dat ik goed voorbereid op pad ging naar Zwolle. Ik had kaartjes van verschillende te volgen thema wandelroutes; historische gebouwen, naoorlogse architectuur, muurschilderingen (2 routes), kunstwerken in de openbare ruimte, kinderroutes, en nog meer. Maar ik kwam er totaal niet uit. Ik kon bijna niets vinden. Toen ik het idee kreeg dat ik alleen maar aan het zoeken was naar dingen die er misschien helemaal niet (meer) zijn, heb ik alle routes weggegooid en ben willekeurig de stad in gegaan zoals ik altijd doe.

Straat met Jugendstil panden (met Chalet-stijl elementen). Niet eens in een architectuur route opgenomen!

 

Zwolle moet wel het lelijkste stadhuis van heel Nederland hebben. Het lijkt wel zo'n Franse graansilo midden in een historisch centrum. De korrel van de stad, zoals stedenbouwkundigen dat noemen, is volledig genegeerd. In de jaren 90 was het pand alweer te klein en veel ambtenaren zijn toen verhuisd naar het gemeentekantoor aan het Lübeckplein. En laat dat nou net het lelijkste plein van Nederland zijn. Arme ambtenaren van de Gemeente Zwolle, jullie treffen het niet.

Enkele van de schilderingen in de stad. Er zouden er wel zo'n 35 moeten zijn zegt men. De linker nog niet meegerekend want dat is een plafond in het NS station.
 

 Otto Dix - De Fundatie

 

Museum De Fundatie heeft bij een veiling een schilderij verworven van Otto Dix. Ze hebben daarvoor 100.000 euro geboden (de vooraf geschatte waarde was 40.000). Ik vond het meteen een vreemd schilderij voor Otto Dix. De Fundatie noemt het zelf ook a-typisch. Gemaakt in 1915, dus midden in de Eerste Wereldoorlog maar nog voor dat Dix zelf naar het front ging. Het is een overgangsportret zou je kunnen zeggen. Dix had zich vrijwillig aangemeld voor het leger maar ging pas september 1915 zelf naar het front. Toen kreeg hij pas echt met de ellende van de loopgravenoorlog te maken en dat zorgde voor een ommezwaai in zijn werk. Hij ging sterk anti-militaristisch werk maken met uitbeeldingen van de gruwelen en de onmenselijkheid van de oorlog, figuren met mismaakte koppen, kaartspelende oorlogsinvaliden. Dit portret is daaraan voorafgaand, tijdens zijn opleiding bij de artillerie waarmee hij nooit aan het front geweest is. De verklaring bij het werk luidt dat het gaat om de instructeur van Dix, en dat hij het maakte in ruil voor drie dagen verlof. 

Ik zie het vooral als een karikatuur. Het gaat om een portret van een onderofficier met een rood aangelopen hoofd, van iemand die wel een borreltje lust. Het is Bruno Alexander Roscher, een Feldwebel (sergeant) in een Saksische eenheid. Er zijn een paar eigenaardigheden. De onderscheidingen lijken fantasie, het saksische groen van de lintjes klopt wel maar ze zijn op een onrealistische manier gevouwen, eigenlijk een onmogelijke manier. Het lijkt een zilveren en een bronzen exemplaar van hetzelfde dus twee klassen, die nooit tegelijk gedragen zouden worden. Met wat moeite zijn de letters FAR te ontdekken, wat kan staan voor Feldartillerie-Regiment. Dix heeft inderdaad een opleiding gehad bij de saksische Feldartillerieregimenten 48 en 12. Dix is na zijn artillerieopleiding overgeplaatst naar een machinegeweereenheid (MG-Zug 390) bij Reserve-Infanterie-Regiment 102 en is daarmee naar het front gegaan. FAR kan ook staan voor de Friedrich August medaille, dat monogram ziet er anders uit en bovendien heeft die medaille een geel lintje met twee smalle streepjes. Die medaille is van 1905, bestaat in brons en zilver, voor rangen tot en met Feldwebel. Saksische eenheden hebben in de Eerste Wereldoorlog helemaal geen eigen onderscheidingen gehad dus naar mijn mening zijn die twee medailles fantasie, door Dix zelf verzonnen misschien om die officier te paaien of gewoon voor de grap. Ook vreemd is het metalen voorwerpje aan het uiteinde van de aiguillette, het rode koord. Normaal hoort daar een langwerpige pen aan te hangen (of twee zelfs) maar hier lijkt het een miniatuur van een artilleriegranaat met twee geleidebanden. Weer een parodie eigenlijk op een onderscheiding. 
De schouderpassant komt wel goed overeen met een saksisch Feldartillerieregiment, namelijk een kroontje boven een monogram en daaronder een ontploffende granaat. Het monogram lijkt FAR te zijn wat hoort bij König Friedrich August III von Sachsen, in gebruik vanaf 1904 en daarna de hele oorlog.
Op de kraag, op een heel ongebruikelijke, onlogische plaats, zit een decoratieve knoop met een wapen. Een gekroond schild geflankeerd door twee leeuwen als schildhouders. Het wapenschild is diagonaal gedeeld. Het moet het wapen van Saksen voorstellen. Ik denk ook weer een vrije toevoeging die Dix zelf heeft bedacht.

Kortom een karikaturaal portret met hier en daar wat humoristische elementen. Als hij inderdaad die drie dagen verlof heeft gehad dan had de Feldwebel ook wel gevoel voor humor. Hij is in ieder geval afgebeeld met onderscheidingen die hij als onderofficier nooit zou hebben gekregen en dat zal hij wel leuk gevonden hebben.

De conservatoren van de Fundatie kunnen dat werk natuurlijk perfect in zijn historische context plaatsen, maar ik vraag me af of ze alle subtiliteiten herkennen die er in verstopt zitten. Als je niet beter weet dan denk je toch dat er realistische onderscheidingen geschilderd zijn die aan de drager ook werkelijk verleend zijn. Met meer kennis krijgt het werk een andere betekenis en past het ook beter in de chronologie van Dix's werken.

 

Gezicht op de stad vanuit het Fundatie-ei

 


zondag 8 juni 2025

Grand Tour deel 4 : Eindhoven

Eindhoven is een goede putdekselstad. Veel ongewone en interessante modellen. Meer hierover in een aparte post.

Het leek er op dat een bezoek aan Eindhoven vooral een architectuurdag zou gaan worden. Vorig jaar bij het NAI een architectuurgidsje van de stad gekocht, zonder echt te weten of ik hem ooit zou gaan gebruiken. Nu kwam hij goed van pas. Een kleurenroute is er niet van Eindhoven, en ik moet achteraf zeggen dat ik ook inderdaad geen overheersende kleur of beeldbepalend thema heb kunnen ontdekken. Het is van alles wat.

Als je op zoek bent naar kleurmomenten dan kan je ook wel eens geluk hebben zoals de volgende foto bewijst. Een groene postbode met een groene fiets voor een muur met groene brievenbussen. Mooier kan je het niet treffen toch!

 

Opvallend zijn de vele muurschilderingen, of "murals" in goed Nederlands. En daar is dan wel een route van gemaakt. Maar om alles te kunnen zien moet je met de fiets want ze liggen behoorlijk ver uit elkaar. Ik beperk me tot het centrum, en tot wat ik toevallig tegenkom, dan heb je er al een stuk of zes. Echt de moeite waard er zitten ware kunstwerken bij, gemaakt door professionals.


Ik kon niet voorbijlopen aan boekhandel Van Piere, bekend van radio en tv. Zou Walter zijn zus hier nog werken? Een mooie selectie van boeken over kleur. Aanvankelijk alleen foto's van de omslagen want het was nog vroeg en ik wilde niet de hele dag onnodige ballast meeslepen. Aan het einde van de dag teruggegaan en een mooi boek over aardkleuren gekocht, en een klein boekje van iemand die enkele ontmoetingen met Anselm Kiefer heeft gehad. Ik heb wel getwijfeld hierover want ik weet niet of ik wel meer wil weten over de kunstenaar zelf. Het kan verkeerd uitpakken, een illusie doorprikken. Maar een zinnetje ergens voorin het boek gaf de doorslag, er staat zoiets als "na de eerste ontmoeting leek ik minder over Kiefer te weten dan daarvoor". Dat leek me een mooi idee, dat je steeds minder over iemand gaat weten. Op tweede pinksterdag ga ik dan alsnog naar de dubbel tentoonstelling in Van Gogh en Stedelijk. Ik had me niet gerealiseerd dat die al bijna weer afgelopen is. Ik had het laatste tijdslot op de laatste dag van de tentoonstelling, op het onmogelijke tijdstip van kwart over vier. Geen keuze meer. Dat was op het nippertje! Ik mag het licht uitdoen.

 
Al rondwandelend vond ik op straat een telefoon. Duidelijk verloren door iemand en hij stond nog aan ook. Ik wilde hem niet zo maar laten liggen maar wat te doen? Aan een langslopend meisje vroeg ik of hier in de buurt een politiepost was, dat leek me op dat moment de beste oplossing. Ze wees me de weg terwijl ik verduidelijkte dat ik een gevonden telefoon wilde gaan afgeven. "O, dat is lief" zei ze en ze liep meteen weer door.
Na enig zoeken kwam ik bij het politiebureau, het was niet ver. Binnen stond een donkere, wat corpulente vrouw, van Afrikaanse afkomst die heel druk, zeg maar paniekerig tekeer ging tegen een politieagente aan de balie. Ze sprak Engels, had een wandelwagen met kind bij zich en aan de toon van het gesprek te horen leek ze behoorlijk overstuur. De baliemedewerkster probeerde haar duidelijk te maken dat ze haar niet konden helpen met haar probleem, wat dat ook was. De vrouw was radeloos, maar begreep uiteindelijk dat er niets gedaan kon worden. Nog steeds luid pratend en helemaal van streek, deed ze een paar stappen richting de uitgang. Zodra er een moment stilte viel greep ik mijn kans om er tussen te komen en ik riep naar de balie "ik heb een telefoon gevonden" en hield het ding in de lucht. Nou, de Afrikaanse vrouw, die nog altijd niet weg was, leek te exploderen. Dat was het dus, het was HAAR telefoon! Daar ging het allemaal om. Ze gaf een schreeuw, meer huilend eigenlijk, rende op mij af en probeerde me te omhelzen. In de consternatie viel de wandelwagen om, kind over de vloer. Ik dacht, als ze me maar niet gaat zoenen. Zo ver kwam het niet want de emoties van geluk werden haar teveel, ze kon niet meer rechtop blijven staan, zonk door haar knieën en greep mijn been vast, alsmaar "thank you, thank you" roepend. De politieagente achter de balie keek het hele tafereel met grote ogen en open mond aan. Een andere agent liep lachend voorbij en riep nog iets maar ik verstond het niet. Zo snel hadden ze hier waarschijnlijk nog nooit een zaak opgelost. Ik dacht alleen maar, hoe kom ik hier weg. Tussen de huilbuien door probeerde de vrouw duidelijk te maken dat zo ongeveer haar hele leven in die telefoon zat. Buiten het bureau kon ik wegkomen, ik kon via een trapje naar beneden, terwijl zij vanwege de wandelwagen over een hellingbaan moest. Ik probeerde me zo  snel mogelijk uit de voeten te maken. Toen ik omkeek zag ik dat de vrouw op een muurtje was gaan zitten om bij te komen van de emoties, nog altijd snikkend.


Het was intussen licht gaan regenen. Tijd voor het Van Abbe museum. Vooral conceptuele kunst die niet zozeer mooi hoeft te zijn of misschien zelfs niet mooi mag zijn. Ik zag nergens een werk dat me echt aansprak en vond ook geen noodzaak om me te verdiepen in de verborgen betekenis die de kunstenaars in hun werk hadden gestopt. Als kunstmuseum minder geslaagd wat mij betreft. Aardig dat ze twee laatjes met registratiekaartjes tot kunst verheffen maar wat moet ik er mee, ik heb al genoeg registratiekaartjes gezien. Het gebouw is wat eigenaardig, weinig echte zalen maar meer een aaneenschakeling van gangetjes. Het museum heeft overal gedacht aan blinde bezoekers, alle bijschriften zijn ook in braille en bij veel kunstwerken is een voelmodel van gips gemaakt. Zelfs kleuren zijn in braille, weet een blinde dan wat kleur is?

 
ondergrondse fietsenstalling
blob architectuur

 

Grand Tour deel 2: Goes en Middelburg

Om maar meteen met de conclusie te beginnen: twee steden is teveel op één dag, dat doe ik niet nog eens. Voor mijn gevoel heb ik Goes wel goed gezien maar Middelburg maar half dus daar moet ik nog eens naar terug.

Goes is heel relaxed. Ik zou hier graag wonen, alleen jammer dat er zo weinig te doen is in Zeeland. Ik was heel vroeg van huis gegaan terwijl het Museum de Bevelanden pas om 11 uur openging. Veel tijd dus om het stadje te onderzoeken op interessante plekken. En die zijn er volop. Er zijn open ruimtes zonder auto's, pleintjes met bankjes, groenplekken met beeldhouwwerken, plekken die bij ons al lang opgevuld zouden zijn met woonblokken van drie of vier lagen hoog.

open ruimtes zonder auto's


Er bestaat geen kleurenroute van Goes, maar als er een zou zijn dan was het thema ongetwijfeld wit. Heel veel witte geveltjes, goed onderhouden wat eigenlijk voor de hele stad geldt. Leuke kronkelende straatjes met schilderachtige doorkijkjes, en dat is geen vvv prietpraat.

 


In de Grote Kerk tegenover het Bevelandenmuseum was een verkoopexpositie van Zeeuwse kunstenaars. De aquarellen van Cees van der Woude, met Zeeuwse stads- en plattelandsgezichten spraken me zeer aan. Daar zou ik wel iets van aan de muur willen hebben. Nog betaalbaar ook. Echter, ik heb geen muur meer over.

Haven van Vlissingen

 

Er bestaat een wandelroute langs muurschilderingen in Goes. De gedrukte route was vroeger verkrijgbaar bij de vvv, maar die is opgeheven en zou alleen nog online te vinden zijn, maar helaas een deadlink. Wel enkele gratis ansichtkaarten van een paar murals. En dan is er nog de ganzen wandelroute. De gans is het symbool van Goes, ook afgebeeld in het gemeentewapen. De route grappig uitgebeeld in de vorm van een ganzenbord. Als je dan nog meer wil wandelen kan je een 1940-1944 route volgen met sporen van de oorlog. Zeg nog maar eens dat er niets te doen is in Zeeland.

 

Historisch Museum de Bevelanden

Drie verdiepingen historie en echt niet alleen maar klederdrachten. Die vind je er natuurlijk wel maar vreemd genoeg is een serie poppen in dracht niet in een museumzaal te zien maar in een scheidingswand tussen ontvangstbalie en cafetaria. Grote poppen op de bovenste verdieping waar ik tot het besef kwam dat er niet één bepaalde dracht is in Goes maar dat er juist veel verschillen zijn, afhankelijk van gebeurtenis en religie. HET Zeeuwse meisje bestaat niet.

spijkerkast van een timmerman


wat je op straat kan tegenkomen
 
 

Middelburg

Ook in Middelburg is wit een veel voorkomende kleur in de bebouwing.Vanaf het station ben ik min of meer rechtstreeks naar het Zeeuws Museum gelopen. Eerst even geluncht in het cafetaria. Dit museum is duidelijk professioneler en groter dan dat in Goes. Rode draad is textiel (kon de woordgrap niet laten). In al zijn vormen: kleding, borduurwerk, wandkleden, streekdracht natuurlijk, tot en met de boeken over textiel in de museumwinkel.

 

Het lijkt misschien textiel maar het zijn schelpen

 


 

Eenmaal thuis viel het me pas op hoe weinig mensen er op straat zijn

 Ander opvallend fenomeen in Middelburg zijn de vele reliëfs in de gevels. 


 Weer een werk dat ik thuis wel aan de muur zou willen (maar dan niet tegen zo'n schrootjesachtergrond):

Dijken in Zuid-Beveland door Antoine Mes

En we eindigen vandaag met een grap









zondag 3 juli 2011

De fresco's van Max Beckmann 1915


De Duitse Expressionistische kunstenaar Max Beckmann deed in de Eerste Wereldoorlog dienst als gewondenverzorger, maar op verzoek van een Oberstabsarzt kreeg hij de opdracht om de wanden van een, zoals hij het zelf zegt, "Riesenbadeanstalt" te decoreren. Deze badgelegenheid was ondergebracht in een oude spinnerij. Over de plaats heb ik me het hoofd gebroken want in de brieven die Beckmann naar huis stuurde, wordt slechts de beginletter V. vermeld. Ik weet nu dat het Wervik moet zijn. Waarom er boven de brieven een V staat in plaats van W is me niet duidelijk, misschien heeft men destijds bij het ontcijferen van het oude duitse handschrift, of later bij de omzetting van Frakturschrift naar Rundschrift de W voor een V aangezien.
De Badeanstalt stond in het Franse deel van Wervik, Wervicq-sud. Beckmann schrijft in een brief van 28 mei 1915 over de situering:

...um hier her zu gelangen muss ich immer erst fast eine halbe Stunde gehen, da die Estaminet am anderen Ende der Stadt liegt. Unser Lazarett liegt auf der andern Seite etwas ausserhalb der Stadt. Die Militärbadeanstalt liegt mehr in der Mitte, übrigens in Frankreich. Augenblicklich bin ich in Belgien.

De brieven, of een deel er van, zijn verzameld door zijn vrouw en uitgegeven in een klein boekje onder de titel "Briefe im Kriege". De eerste uitgave was in 1916, later nog eens heruitgegeven in 1955 en 1984.
Hier volgen de fragmenten die over de wandschilderingen gaan:

V., d.27.3.15
Riesenbadeanstalt in V. Geistig sehr interessierter Professor Oberstabsarzt. Wünscht Wände für seine Badeanstalt dekoriert zu haben. Feldlazarett direkt an der Front.
Der Oberstabsarzt K. ist ein geistreicher und verständnisvoller Mensch. Meine Aufgabe, die mir gestellt ist, werde ich zu lösen versuchen. Ich werde das Bad, eine große Spinnerei, in ein orientalisches Bad umwandeln, mit Wüste und Palmen, Oasen und Dardanellenschlachten.

V., d.28.3.15
Heute war ich fleissig und habe einen genauen Entwurf für die schwierigste Wandfläche gemacht, die durch hervorstehende Leisten und schornsteinähnliche Mauern sehr zerteilt und daher schwer zu einer Einheit zu zwingen ist.

V., d.30.3.15
Heute habe ich intensiv nach einem Lanzenreiter gearbeitet. Ich beschäftige mich viel mit Verkürzungen, zeichne so ein Reiter auf seinem Gaul sehr tief von unten, so dass der Kopf des Pferdes mit seinen mysteriös geblähten Nüstern direkt gegen so einen pompös brutalen Kopf eines Kerls steht. Alles dies will ich mit an die Wände malen. Ich habe meinen Plan, ein orientalisches Bad zu malen, aufgegeben, ich male nun, was um mich herum ist
V. hat eine fabelhafte graue alte gotische Kirche, die steil und vornehm zwischen den roten Dachern steht. Unten fließt die Lys, dann wild aufgewühltes Terrain mit amüsanten Fouragewagen und davor dann der von unten gesehene Reiter, dahinter ein sich bäumendes Pferd und rechts ein Infanterist, der sich mit einer grotesken Bewegung schwer auf sein Gewehr stützt, mit einem Ausdrück im Gesicht: Ihr könnt mir alle... runter rutschen. Harmonie, olivfarbene Röcke, weißes und braunes Pferd, lehmfarbener Boden und gelber Himmel, dazu grün und rosa und tiefblaue Gesichter. Beleuchtung ziemlich steil von links, so daß die Figuren seitlich beleuchtet zum Teil als Silhouetten gegen das helle Terrain und den Himmel stehen, da nur die Gegend der Sonne leicht und fahl violett bewolkt ist. Aber natürlich grob in der Mache, zum Teil stark konturiert.

Lille, d. 3. 4. 15
Heute war also Lille, wo ich Material kaufen sollte, das Programm.

Brüssel, d. 16. 4. 15
Also Brüssel ist wirklich fabelhaft: Es ist die schönste Stadt, die ich je gesehen habe, wir mussen unbedingt zusammen her. Ich kaufte Farben fürs Lazarett. Könnte noch hier bleiben, aber ich platze vor Arbeitswut.

18.4.15
Nachmittags habe ich das erste Mal in meinem Leben Fresko gemalt. Eins meiner schönsten Erlebnisse. Es ist wie für mich geschaffen. Vieles wird erst ganz frei
in mir auf diesen großen Flachen. Und es ist wunderbar, wie schön die Farbe auf dem Kalk steht. Hier kann man auch wagen, was bei der ölfarbe manchmal
nicht geht, größere Flachen relativ leer stehen zu lassen, um mit andern um so intensiver zu wirken. Für mich ist der Krieg ein Wunder, wenn auch ein ziemlich unbequemes. Meine Kunst kriegt hier zu fressen.

V., d. 20. 4. 15
Ich bin in voller Arbeit an meinem Fresko. Augenblicklich etwas nervös, so daß ich mich immer von Feinden umringt fühle, was sehr unangenehm ist. Wahrscheinlich liegt gar kein Grund vor.

V., d. 21. 4. 15
Ich habe fein gearbeitet heute, es ist wirklich schade, daß ich Dir die Sachen nicht zeigen kann, ich lerne sehr viel durch das Fresko. Es hat einen enormen Reiz.

V., d. 1. 5. 15
Also vorläufig ist hier alles wieder sehr harmonisch. Mein »Fresko« ist fertig, und allgemeine Befriedigung. Habe heute entsetzlich viel geredet und bin sehr müde. - Es ist zu schade, daß man die Briefe immer erst bekommt, wenn die Stimmung sich bereits wieder geändert hat. Natürlich erscheint es im Moment, als ob sie sich nie wieder ändern könnte. Aber sie tut es doch wieder.

V., d.11.5.15
Ich male ein neues Fresko, das Personal der Badeanstalt darstellend. Es gibt mir Gelegenheit, mir die Leute, die ich um mich sehe, zu notieren, was teilweise sehr humoristisch ist. Ich zeichne würdige , Habyschnurrbart tragende Unteroffiziere, groteske Belgierinnen, neidische Krankenpfleger usw. Ein heftig spröder Stoff, der leicht zum Anekdotischen verleiten könnte.
Ich habe eine solche Passion für die Malerei! Immer arbeite ich an der Form. lm Zeichnen und im Kopf und im Schlaf. Manchmal denke ich, ich muß verrückt wer¬den, so ermüdet und quält mich diese schmerzliche Wollust. Alles versinkt, Zeit und Raum, und ich denke nur immer, wie malst du den Kopf des Auferstandenen gegen die roten Gestirne am Himmel des Jüngsten Tages. Oder wie bringst du es fertig, den Schnurrbart des Unteroffiziers D. und seine rötliche Nase zu einem lebendigen Ornament zusammenzuschmelzen, oder wie wirst du jetzt Minkchen malen, mit emporgezogenem Knie, auf die Hand den Kopf gestützt, gegen die gelbe Wand mit ihrem Rosa, oder das glitzernde Licht, das sich in dem blendenden Weiß der Fliegergranaten am bleiweißen Sonnenhimmel spiegelt, und die nassen, scharfen, spitzen Schatten der Häuser dazu, oder, oder ich könnte vier Seiten so fortschreiben, wenn ich nicht schlafen müßte, um den hundertsten Teil von all diesem wirklich malen zu können.
Es ist mir ganz recht, daß Krieg ist. Was ich bis jetzt gemacht habe, war alles noch Lehrjahre, ich lerne immer noch und erweitere mich.


De grote vraag die bij me opkomt is: hoe is het afgelopen met deze schilderingen?
Een website weet te vermelden dat de beschilderde muren na de oorlog zijn afgebroken, maar dat er wel foto's van zijn gemaakt. Nu ben ik natuurlijk benieuwd naar die foto's. Heeft iemand daar ooit iets van gezien? Is iemand enkele jaren geleden naar de Beckmann tentoonstellingen in Ieper of Gent geweest en waren ze daar misschien te zien?