zaterdag 4 december 2010

Kanonnen opgevist uit de Straat van Messina


Vandaag weer eens een echt archief-artikel. Het archiefwerk loopt voor mij op z'n eind vanwege het naderende einde van de stage, en ik probeer zoveel mogelijk losse eindjes weg te werken zodat een eventuele opvolger daar niet mee opgezadeld zit. Het lijkt onvermijdelijk dat er altijd een restje ongeregeld overblijft. Een van de moeilijk plaatsbare dossiers onder uit de kast bestond uit :
Een halve getypte pagina zonder titel, datum of schrijver, een envelop met een reeks krantenknipsels, twee handgeschreven notities in het hoofdpijnhandschrift van Generaal Hoefer gedateerd 1937, en een melinex mapje met drie sterk aangetaste vrachtetiketten in het Italiaans.
Ga daar maar iets van maken.

Op de envelop met krantenknipsels staat getikt: Kanonnen. Opgevist in de straat van Messina. Thans in het Legermuseum. En met de hand bijgeschreven: M.A.de Ruyter.
Het beeld begint zich al te vormen. Als de krantenknipsels zelf onder de loep worden genomen wordt alles duidelijk. Het gaat om resten van de vloot van Michiel de Ruyter, die in 1937 gevonden zijn in de Straat van Messina. Drie kanonnen en een anker, afkomstig van de vloot waarmee admiraal de Ruyter op 23 april 1675 ter hoogte van Stromboli zijn laatste zeeslag leverde. Deze resten zijn in 1937 bij toeval gevonden, door een Italiaanse expeditie die op zoek was naar gezonken oorlogsschepen uit de Eerste Wereldoorlog.
Over de vondst zegt een van de knipsels:
"De directeur van het Legermuseum, Generaal-Majoor b.d. F.A.Hoefer, wien deze vondst ter ore kwam, heeft zich vervolgens, na zich met den Minister van Defensie te hebben verstaan, in een persoonlijk schrijven tot Mussolini gewend, teneinde te verkrijgen dat deze herinneringen aan een voor ons land zoo belangrijk historisch gebeuren, voor ons land bewaard bleven. En het gevolg van dit schrijven is geweest, dat de kanonnen eenige maanden later bij monde van den Italiaanschen gezant, onze regeering als een geschenk werden aangeboden."


De bronzen kanonnen en het anker zijn daarop met het stoomschip Tiberius van de KNSM naar Nederland vervoerd, en bij Artillerie-Inrichtingen Hembrug opgeknapt. Het was op dat moment nog niet duidelijk of de kanonnen ook afkomstig waren van het vlaggenschip, of misschien van een van de andere schepen.
Een knipsel gedateerd 11 februari 1938 kopt: De bij Palermo gevonden kanonnen zijn niet van het vlaggenschip "De Eendracht". Generaal Hoefer heeft persoonlijk medegedeeld dat de kanonnen van één van de andere schepen van de vloot zijn. Het bericht vermeldt tevens dat de kanonnen al wel staan opgesteld in het Legermuseum, maar dat de officiële overdracht nog moet plaatsvinden.

Het was nog niet zo vanzelfsprekend dat de kanonnen bij het Legermuseum terecht kwamen blijkt uit een naar de krant ingezonden brief. Ondanks het feit dat het verkrijgen van de kanonnen een initiatief van Generaal Hoefer was, meende ook Vlissingen aanspraak te kunnen maken op de kanonnen, op grond van het feit dat eerdere gevonden kanonnen ook in Vlissingen terecht waren gekomen.
"Naar men zich zal herinneren zijn er reeds vroeger een paar kanonnen van De Ruyter's vloot gevonden; die staan nu bij het standbeeld van den zeeheld te Vlissingen."
Er waren meer kapers op de kust. In een ingezonden brief in het Handelsblad van baron Van Asbeck, Commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord heet het
"Inderdaad staan eénige van die kanonnen bij het standbeeld van De Ruyter te Vlissingen, doch er staan ook eénige bij den Van Speyk's mast, vóór het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. Mijns inziens behooren ook de thans aangevoerde kanonnen daar thuis en niet in een Legermuseum. Ik hoop dan ook, dat de autoriteiten nog bijtijds de bestemming dezer kanonnen zullen willen wijzigen in de door mij aangegeven richting."
Een reactie hierop in de avondeditie van het Handelsblad:
"Dat de kanonnen van De Ruyter nooit in een legermuseum mogen worden ondergebracht is de oud-kapitein ter zee W. F. van Erp Taaiman Kip te Amsterdam geheel eens met baron Van Asbeck. Inz. zou ze geplaatst willen zien óf bij De Ruyter's standbeeld te Vlissingen, of bij den Van Speyk's mast te Willemsoord, of wel in of bij het Ned. Historisch Scheepvaartmuseum te Amsterdam, de stad waar de Admiraal in de Nieuwe kerk begraven ligt."

En zo werd via de krant een strijd gevoerd over de bestemming van de kanonnen. Of het Legermuseum als bestemming echt in gevaar is geweest weet ik niet, maar Hoefer wint uiteindelijk, en op 3 maart 1938 verschijnt in het Utrechts Nieuwsblad een fotootje van de kanonnen en het anker op de binnenplaats van Doorwerth.
De kanonnen zijn er al op 30 december 1937 gearriveerd volgens een van de aantekeningen van Hoefer zelf. Zijn andere aantekening gaat over de precieze vindplaats van de kanonnen.

Op de halve getypte pagina, die een deel van een brief lijkt te zijn (aan de Minister van Oorlog?) en een verslag bevat van de gebeurtenissen toen de kanonnen eenmaal op Nederlandse bodem waren aangekomen, lezen we:
"Den 17 October j.l. kwamen de in kisten verpakte 3 vuurmonden en 1 anker per stoomschip "Tiberius" aan het adres van het Nederlandsche Legermuseum te Amsterdam aan. De Kon.Ned.Stoomboot Maatij. had ons tevoren hiervan verwittigd en verzocht om toezending van het oorspronkelijke connossement en tevens om eene door ons af te geven schriftelijke verklaring voor de douane dat de aan het Legermuseum geadresseerde zending voor definitieve opslag in dat Museum bestemd was. Hieraan werd door ons voldaan.
Aangezien voor de plechtige ontvangst der kanonnen op het Legermuseum eenige voorbereiding noodig was, hoopten wij den dag der aankomst der zending aldaar te vernemen. Toen dit bericht uitbleef telephoneerden wij den 20 Oct. j.l. naar de Artillerie-Inrichtingen en ontvingen ten antwoord dat de zending aldaar was aangekomen, dat de dag van doorzending naar het Legermuseum nog niet bekend was, maar dat de n.b. aan het Legermuseum geadresseerde kisten waren geopend, teneinde de inhoud te kunnen fotograferen en schoonmaken. Vooral voor het schoonmaken waarschuwen wij ten zeerste. Men bedenke dat het museumstukken zijn.
Den 21e j.l. vernamen wij dat bovengenoemde handelingen zouden zijn geschied omdat de Marine voor de zending interesse zoude hebben. Wij vestigen er nog de aandacht op dat de Italiaansche gezant ons bij schrijven van den 21 Oct. j.l. het afzenden dier zending bericht en daarbij omtrent de zending uitdrukkelijk vermeldt: "donati dal Regio Governo al Museo di Doorwerth".
De Italiaansche gezant, waarmede wij voor de regeling persoonlijk in aanraking kwamen, verklaarde gaarne bij de plechtige ontvangst van de kanonnen op het Legermuseum aanwezig te willen zijn.
Uwe Excellentie zal wel begrijpen, dat wij met de grootste verbazing kennis namen van het ophouden en openmaken der voor het Nederlandsch Legermuseum bestemde en aan hetzelve geadresseerde zending."




Om het verhaal compleet te maken zit er tussen de krantenknipsels een bericht van 19 oktober 1937 over de Italiaanse gezant bij het Nederlandse hof, die een rol heeft gespeeld bij de overdracht van de kanonnen aan Nederland. Deze heer F.M.Talliani zal dan binnenkort in het huwelijktreden met aartshertogin Margaretha van Habsburg, dochter van wijlen aartshertog Leopold Salvator en Blanche van Castilië, prinses van Bourbon.


"Aartshertogin Margaretha is 8 Mei 1894 te Lemberg in Galicië geboren en woont thans te Weenen met haar moeder. Zij is een nicht van Otto van Habsburg, den Oostenrijkschen kroonpretendent. De aartshertogin kent ons land uit eigen aanschouwing en heeft nog in December van het vorige jaar eenigen tijd gelogeerd bij den Oostenrijkschen gezant."

Aan het lichaam van de overleden de Ruyter is ook een krantenknipsel gewijd.
"Het zal niet allen Nederlandschen toeristen, die de kathedraal van Syracuse bezichtigen, bekend zijn dat deze een rol heeft gespeeld in verband met het overlijden van De Ruyter. Het stadsbestuur deed na zijn dood stappen bij de kerkelijke autoriteiten om de deelen van het lichaam die niet medegebalsemd werden, in de kathedraal te doen bijzetten. Dit stuitte evenwel op verzet, daar het begraven van Protestanten in naar Roomsch-Katholieken ritus gewijde aarde niet geoorloofd was. Na eenig gehaspel en misver¬stand tusschen het stadsbestuur en het vloot-commando werd tenslotte het gedeelte van het stoffelijk overschot, dat niet naar het vaderland zou worden vervoerd, ter aarde be¬steld „ter plaatse daar men den kapitein Noirot had begraven: die was op een kleene heuvel, omtrent honderdt schreeden van de stadt, in de baay gelegen, én rondom van de zee omringht". De vraag rijst of deze historische plek bekend is. Aan den westkant van het schiereiland Ortygia (toenmaals de geheele stad Syracuse omvattend) vindt men verscheidene kleine eilandjes, ongeveer op den aangegeven afstand van de kust. Zoo een daarvan, nevens het graf van den gesneuvelden scheepsbevelhebber Noirot, het hart van onzen grooten zeeheld bevat, kan dit dunkt mij Nederlandschen bezoekers van Syracuse niet onverschillig zijn."


Het citaat waar dit knipsel gebruik van maakt komt uit Geeraardt Brandt, Leven en bedryf van den heere Michiel de Ruiter (1687). De herdruk uit 1988 is in de bibliotheek van het Legermuseum aanwezig, maar ook gedigitaliseerd en online beschikbaar bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren :
http://www.dbnl.org/tekst/bran002leve01_01/

Met de kanonnen van Doorwerth is het slecht afgelopen zoals velen wel zullen weten. In de Tweede Wereldoorlog vonden de Duitsers het brons een interessante oorlogsbuit en ze sleepten alles mee. Een deel van alle aanwezige kanonslopen is na de oorlog teruggevonden in Groningen, enkele grote vuurmonden waren opgeblazen, misschien om het vervoer en het omsmelten te vergemakkelijken. Brokstukken brons zijn later geschonken voor de vervaardiging van het borstbeeld (of de kopie daarvan) van Generaal Snijders, ontworpen door de beeldhouwster Isabella van Beeck-Calkoen, en voor de vervaardiging van bronzen herdenkingspenningen.
Ook hier is weer een verhaal van te maken want in het archief bevinden zich interessante stukken hierover.

Het archiefmateriaal over de kanonnen van Messina is geregistreerd onder referentienummer 1372

Aris de Bruijn
The Legermuseum Archives

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen