vrijdag 23 juli 2010

Oudejaarsavond 1915


Op televisie wordt midden in de zomer ook wel eens een kerstfilm uitgezonden dus waarom nu geen stukje over oudejaarsavond. Oudejaarsavond 1915, in de landen om ons heen wordt oorlog gevoerd, en ons leger staat aan de grenzen de neutraliteit te bewaken. De mannen van de 3e compagnie van Infanterie Regiment 16 hebben pech die nacht want zij moeten op wacht staan en zullen de jaarwisseling niet thuis in familiekring kunnen doorbrengen.
23 jaar later, in 1938, schrijft de compagniescommandant van destijds, nu intussen Luitenant-Kolonel F.E.Knoote aan het Legermuseum. Hij begint zijn brief aan Generaal Hoefer als volgt:
"De mogelijkheid is niet uitgesloten dat u zich mijner nog zult herinneren toen ik (...) dagelijks op en neer reisde met het lokaaltje en ik meermalen het voorrecht heb gehad U daarin te ontmoeten als U van uit Hattem op reis waart naar de Doorwerth".

Overste Knoote heeft kort daarvoor het museum in Doorwerth bezocht en bij deze gelegenheid een draagmedaille geschonken die hij destijds had laten slaan en uit eigen zak had betaald.
"Aanleiding tot dit feit was dat in 1915 mijn onderdeel én met Kerstmis én met Oud & Nieuwjaar in volledige sterkte en dus zonder verloven geconsigneerd was aan de grenzen. Ik heb toen de Oudejaarsavond aan die grenzen met mijn 240 man gevierd en herdacht, bij welke gelegenheid ik hen ieder een medaille uitreikte."
Op de medaille staat aan de ene zijde de tekst: Oudejaarsavond 1915 , 3 - I - 16 R.I. en op de keerzijde staan wapens met het onderschrift : God behoede Nederland
Overste Knoote was er niet helemaal zeker van of het museum wel prijs zou stellen op een dergelijk souvenir, maar de heer van Limburg Stirum overtuigt hem tijdens het bezoek dat er meer van dit soort medailles in de collectie aanwezig zijn, en toont hem de vitrines. Tot Knootes grote verbazing ontdekt hij in een van de vitrines zijn eigen medaille. Bij nadere beschouwing blijkt dit exemplaar echter slechts half afgewerkt. En Knoote probeert op een beleefde maar toch niet mis te verstane wijze in zijn brief duidelijk te maken dat hij hierover beslist niet te spreken is:
"Bij het bezichtigen van de vitrines ontdekte ik tot mijn verwondering mijn medaille in half afgewerkte toestand. U zult allicht beter weten hoe dat ding daar gekomen is dan ik, maar ik noem het slechts een surrogaat. Niemand anders dan Begeer kan U dat half afgewerkte ding hebben toegezonden. De ring mankeert, de kleur is anders en slechts één zijde is bedrukt. Het doet mij daarom genoegen U thans de medaille te hebben kunnen aanbieden zooals hij werkelijk ten getale van 240 is geslagen. Ik hoop dan ook dat U deze echte medaille in de plaats zult willen leggen van die half afgewerkte."
De situatie wordt nog iets gênanter als uit het jaarverslag blijkt dat het halfbakken exemplaar niet een naast de productielijn gevallen krijgertje is, maar dat er daadwerkelijk voor betaald is aan de firma Begeer in Utrecht. Waarschijnlijk zou de overste niet helemaal tevreden zijn geweest als hij nu in de vitrines zou kunnen kijken. Zowel zijn schenking, als de half afgemaakte versie van Begeer zijn bewaard gebleven maar wie zou ze na het lezen van de brief van Knoote ooit nog van elkaar durven scheiden.

Archiefreferentie 0834-0016
Museumobjecten 072850 en 072851

Aris de Bruijn
The Legermuseum Archives

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen